Deel deze site

PvdA wil behoud Buurtbeheer

De drie Haarlemse corporaties willen per 2011 stoppen met het Buurtbeheer van Kontext. Hiermee dreigt het belangrijke werk van de buurtbeheerders voor de leefbaarheid en veiligheid in verschillende kwetsbare Haarlemse wijken te verdwijnen. Samen met fractiegenoot Moussa Aynan heb ik afgelopen week een gesprek gehad met de buurtbeheerders. Wij hebben naar aanleiding hiervan schriftelijke raadsvragen gesteld aan het College van B&W.

Al geruime tijd voert Kontext het Buurtbeheer uit in verschillende kwetsbare Haarlemse wijken, zoals Schalkwijk, Parkwijk, Slachthuisbuurt en Delftwijk. Dit doet zij in opdracht van de drie Haarlemse corporaties. Het werk bestaat onder meer uit toezicht in en rond de wooncomplexen, het verrichten van klein onderhoudswerk, het aanspreken van bewoners op leefregels en het signaleren en melden van vervuiling, vandalisme en criminaliteit. Doordat de buurtbeheerders dagelijks aanwezig zijn in de wijk, leveren zij als ‘ogen en oren in de wijk’ een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de leefbaarheid. Volgens Kontext houden bewoners in deze wijken zich mede dankzij Buurtbeheer beter aan primaire leefregels, is er een afname van zwerfvuil en neemt de kleine criminaliteit af.

Zwerfvuil, overlast en onveiligheid zijn grote ergernissen van mensen in deze buurten. Deze buurtbeheerders hebben bewezen daar echt iets aan te kunnen doen, en nu dreigen ze aan de kant te worden gezet door de corporaties. Hun jarenlange ervaring en contacten in de buurten gaat daarmee verloren. Bovendien zal de leefbaarheid in een aantal kwetsbare wijken hierdoor verminderen.

Wij hebben daarom raadsvragen gesteld aan het College van B&W. In het convenant met de drie Haarlemse corporaties is afgesproken dat de corporaties niet alleen hun woningen beheren, maar ook een bijdrage leveren aan de sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in de buurt. De PvdA vindt de aankondiging om te stoppen met Buurtbeheer moeilijk te rijmen met deze afspraken tussen gemeente en corporaties. Wij willen daarover opheldering van het College.

Je kunt de schriftelijke vragen hier downloaden als Word-bestand.

Lokale omroep Haarlem 105

De PvdA vindt een sterke lokale omroep belangrijk voor Haarlem. Een lokale omroep kan een belangrijke rol spelen bij de lokale nieuwsvoorziening, en kan bovendien een kweekvijver zijn voor journalistiek en muzikaal talent. Juist daarom schrok ik afgelopen dagen van berichten in het Haarlems Dagblad dat radio Haarlem 105 “op sterven na dood” zou zijn. Hoewel Haarlem 105 dit zelf ontkent in een brief aan gemeenteraadsleden, is het toch zorgelijk. De gemeente investeerde onlangs nog 50.000 euro in de lokale omroep voor digitalisering, en er bestaat nu onduidelijkheid over wat er precies met dat geld is gebeurd.

Wij hebben als PvdA indertijd van harte ingestemd met de extra subsidie van 50.000 euro voor Haarlem 105. Hiermee zou het televisiekanaal van de omroep geschikt gemaakt worden voor digitale doorgifte, belangrijk voor een moderne omroep die klaar wil zijn voor de toekomst. Ook zouden vergaderingen van de gemeenteraad voortaan live kunnen worden uitgezonden. Juist omdat wij een grote voorstander waren van deze subsidie, vind ik het extra belangrijk dat dit gemeenschapsgeld ook wordt gebruikt waarvoor het was bedoeld.

Dat daar nu onduidelijkheid over bestaat is een slechte zaak. Dat moet dus snel opgehelderd worden. Ik heb natuurlijk allereerst Haarlem 105 hier zelf om een reactie op gevraagd. Men heeft beloofd hier snel mee te komen. Ook ben ik natuurlijk benieuwd naar de reactie van de wethouder, die vandaag in het Haarlems Dagblad al aankondigt dit verder uit te gaan zoeken. Wij zullen hier binnenkort in een commissievergadering verdere informatie over vragen.

Het bestaan van lokale omroepen, vaak grotendeels gerund door vrijwilligers, gaat overal in het land met vallen en opstaan. Dat is bij Haarlem 105 niet anders. Maar ik hoop dat deze omroep met een mooi en rijk verleden zal tonen niet “op sterven na dood” te zijn, maar springlevend, met een mooie toekomst voor zich. Zeker in een stad als Haarlem, met verschillende goede media- en muziekopleidingen binnen de grenzen, moet dat toch mogelijk zijn.

Haarlems Dagblad: PvdA bepleit snelle oplossing Droste

Donderdag 26 augustus besteedt het Haarlems Dagblad aandacht aan de schriftelijke vragen die ik heb gesteld aan het College van B&W over gebreken na de recente renovatie van het monumentale Drostegebouw (zie een eerdere blog). Je kunt het complete artikel hier lezen. Verder lezen

PvdA bezorgd over monumentaal Drostegebouw

Deze week werd ik benaderd door bewoners van het monumentale Drostegebouw, dat onlangs werd gerenoveerd. Na oplevering blijken er flinke gebreken te zijn. De muren van het gerenoveerde gebouw zijn doordrenkt met water, wat grote schade aanbrengt aan het Rijksmonument. Afgelopen zaterdag besteedde ook het Haarlems Dagblad hier al aandacht aan. Omdat ik mij zorgen maak over het voor Haarlem belangrijke monument heb ik hier schriftelijke vragen over gesteld aan het College van B&W.

In het monumentale pand was jarenlang de chocoladefabriek van Droste gevestigd. Na het vertrek van de fabriek uit de stad kreeg het gebied een nieuwe functie als woongebied. De gemeente heeft daarbij altijd als voorwaarde gesteld dat het monumentale pand behouden en beschermd zou worden.

In het Haarlems Dagblad beklaagden bewoners zich over de gebreken. Zij zijn een juridische procedure gestart tegen de ontwikkelaar. Volgens de krant is ook de gemeente inmiddels naar de rechter gestapt over het in strijd met de Monumentenverordening verwijderen van monumentale kozijnen en het plaatsen van nieuwe.

Ook de PvdA-fractie is door bewoners benaderd met zorgen over de gebreken in hun woning en de staat van het monument. Zij zeggen zelfs niet mee te mogen doen aan de Open Monumentendagen dit jaar, omdat er zoveel mis is. Hoewel je als raadslid natuurlijk geen rol hebt bij individuele geschillen tussen bewoners en een ontwikkelaar, zie ik hier wel een gemeentelijke rol wat betreft de bescherming van het monumentaal erfgoed in de stad. Wij verwachten dat de gemeente vanuit deze rol de ontwikkelaar aanspreekt op de problemen en aandringt op een snelle oplossing. Niet alleen voor de kozijnen, maar ook voor de vochtproblematiek. Zo kan voorkomen worden dat er verdere schade ontstaat aan het Rijksmonument.

Je kunt de schriftelijke vragen hier downloaden als Word-document.

Bus die over files heen rijdt

Nederland staat af en toe vol files. Ze zijn niet alleen irritant voor automobilisten, ook het busverkeer ondervindt er vaak grote hinder van. Niet voor niets worden er overal in Nederland vele honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in vrije busbanen en bustunnels, zoals in Haarlem onlangs nog werd geprobeerd voor de Zuidtangent. In China hebben ze hier iets heel anders op gevonden, zo zag ik tijdens mijn vakantie op de Indonesische televisie. In plaats van de bussen in tunnels onder het verkeer door te leiden wordt daar volgend jaar een bus aangelegd die over de auto’s heen rijdt.

De enorme bussen kunnen zo’n 1200 passagiers vervoeren. Volgens de fabrikant kan het systeem het aantal files in China met zo’n 25 procent verminderen. Ook gaat de uitstoot van CO2 fors omlaag, omdat de bus deels op zonne-energie rijdt. De aanleg van het eerste traject bij Peking van 40 kilometer kost zo’n 56 miljoen euro.

Is dit dé oplossing voor het openbaar vervoer van de toekomst in steden als Haarlem, waar de ruimte schaars is en snel en efficiënt openbaar vervoer van levensbelang? Of is het vooral een megalomaan Chinees plan, dat helemaal niet gaat werken? Ik ben benieuwd naar jullie mening.

Terug

Ik ben alweer een week terug van een prachtige reis door Indonesië, die je de afgelopen maand hier op deze website hebt kunnen volgen. Inmiddels ben ik over mijn jetlag heen en begin ik langzaam weer te wennen aan het tegenvallende weer. Ik heb de lokale kranten van de afgelopen maand bijgelezen en ben weer redelijk op de hoogte van de stand van zaken van de kabinetsformatie. Volgende week begint ook het politieke werk weer: maandag is de eerste fractievergadering van het nieuwe politieke seizoen en vanaf donderdag hebben we weer wekelijks commissie- of raadsvergaderingen.

Tijdens mijn reis heb ik meer dan 600 foto’s gemaakt. Onderstaand een kleine selectie uit deze foto’s als slideshow:

Reclame op de Bromo vulkaan

Zoals je in een eerdere blog al hebt kunnen lezen heb ik in Indonesië de zon zien opkomen boven de Bromo vulkaan, een ijskoude maar adembenemende ervaring. Grote groepen mensen bekijken dagelijks deze zonsopgang vanaf de Penanjakan, de hoogste bergtop in de omgeving. Bij deze bergtop zijn een aantal kleine tentjes, waar je warme kleding kunt huren en hete thee of koffie kunt drinken, voordat je de laatste meters naar de top loopt. Op de tafels van het tentje waar wij thee dronken hadden honderden bezoekers hun visitekaartje achtergelaten. Natuurlijk kon ik het niet laten ook wat reclame achter te laten voor de Haarlemse PvdA…

Sari Club: terreur in een tolerant moslimland

Midden in het centrum van Kuta op Bali staat een groot monument met daarop 202 namen van mensen uit 22 verschillende landen. Het zijn de slachtoffers van de terroristische aanslag op twee nachtclubs in Kuta in 2002, waaronder de Sari Club die hier stond. Onder hen 88 Australiers, 38 Indonesiers en 3 Nederlanders. Het monument maakt je er weer even van bewust dat ook in Indonesie, waar de meeste moslims zeer gematigd en tolerant zijn, moslimterroristen het land proberen te ontwrichten.

Indonesie is het grootste moslimland ter wereld. De Islam is duidelijk aanwezig in het straatbeeld, met talloze moskees, luide oproepen tot gebed en af en toe een hoofddoekje. Maar de Indonesische Islam kenmerkt zich over het algemeen door tolerantie en gematigdheid. Natuurlijk zijn er op verschillende eilanden grote spanningen tussen verschillende religies (denk maar aan de onrusten op de Molukken of in Aceh), maar de gemiddelde Indonesier wil daar niets mee te maken hebben.

De meeste moslims die je tijdens een reis tegen komt voldoen niet echt aan het beeld dat sommigen van de Islam willen schetsen. Bijvoorbeeld de jonge moslima in Bukit Lawang, die geheel in niqab gekleed ons een pizza serveerde. We zagen alleen haar ogen. Maar toen haar man vervolgens thuis kwam gaf zij hem opdracht een lunch voor haar te koken en ging zij zelf languit op de bank liggen in haar niqab. Of de moeder met hoofddoek, die aan de rand van het zwembad de Playboy van haar tienerzoon lag te lezen. Of de groepen giechelende schoolmeiden, sommigen met hoofddoek, anderen niet, die graag met Westerse toeristen op de foto wilden en Engels wilden oefenen. Of de vrome moslim met baard in Pasuruan, die de sleutel bleek te bewaren van het christelijke kerkje waar de broer van mijn oma begraven had gelegen. Hij onderhield nog altijd de tuin.

Al deze mensen willen niets met de moslimterroristen te maken hebben, die in 2002 maar ook in de jaren daarna zoveel bloed lieten vloeien. Zij willen vooruitgang, niet de achteruitgang van de extremisten. Zij gaan naar de moskee, maar zijn tegen de invoering van de sharia in hun land. Zij dragen geen spandoeken met anti-Amerikaanse leuzen, maar t-shirts met het hoofd van Obama erop, omdat ze trots zijn dat hij in hun land is opgegroeid. Elke keer dat er weer ergens in hun land een bom ontploft, verliezen zij weer een stuk van het Indonesie waarvan zij houden: een tolerant en open land, dat vredig wil samenleven met de rest van de wereld.

Tropisch paradijs Gili Trawangan

De afgelopen vijf dagen hebben we doorgebracht in een echt tropisch paradijs: Gili Trawangan. Trawangan is het grootste van drie kleine eilandjes voor de kust van Lombok. Op de eilanden zijn de wegen van zand en rijden geen auto’s, alleen cedomo’s (paard en wagen). Voor de kust ligt prachtig koraal.

Tijdens het snorkelen zie je niet alleen koraal en veel felgekleurde vissen, maar af en toe kom je ook bijna in botsing met een grote zeeschildpad. Deze zwemmen namelijk in grote getalen rond de eilanden en leggen eieren op de stranden van de Gili’s. Op Gili Trawangan verzamelen vrijwilligers de eieren en laten ze uitkomen, om zo zoveel mogelijk zeeschildpadden te redden.

‘s Avonds zijn er langs de stranden van Gili Trawangan bij veel restaurantjes visbarbecues, waar je relatief goedkoop heerlijke vis, kip en zelfs kreeft kunt eten. Geen vervelende plek om vijf dagen door te brengen, als slot van de vakantie…

Bromo en Ubud

Om 01:00 uur ‘s nachts opstaan en drie uur rijden om bijna in de vrieskou ruim twee uur op een bergtop te gaan staan. Ik weet dat het niet echt klinkt als de ideale tropische vakantie. Toch was dit precies wat ik vorige week heb gedaan. En met een goede reden: alleen op deze manier kun je de zon zien opkomen boven de Bromo vulkaan, een van de mooiste vulkanen ter wereld.

Op de top van de berg is het erg winderig, waardoor de nachtelijke temperatuur aanvoelt als rond het vriespunt. Toch staan er al twee uur voor zonsopgang honderden mensen te dringen, dik ingepakt in geleende jassen, op zoek naar het plekje met het mooiste uitzicht. Langzaam zie je het aan de horizon licht worden. En dan opeens verschijnt beneden je in de diepte de contour van de Bromo vulkaan. Terwijl de zon langzaam opkomt wordt het steeds duidelijker zichtbaar: een landschap van steen en as, waarin drie vulkaantoppen liggen. In het rode ochtendlicht veranderen ze steeds van kleur, tot het opeens helemaal licht is en de temperatuur met graden per minuut begint te stijgen. Een nieuwe dag in de tropen is begonnen.

Na de vroege zonsopgang bij de Bromo vulkaan zijn we doorgereisd naar Bali, het derde eiland van deze reis na Sumatra en Java. Hier hebben we drie dagen doorgebracht in het mooie stadje Ubud. Vanaf de eerste stap die je op Bali zet is duidelijk dat het hier heel anders is dan op Sumatra en Java. Niet alleen is dit een hindoeistisch eiland in een verder overwegend islamitisch land, maar vooral is het hier veel toeristischer dan op Sumatra en Java. Het is er zelfs zo druk, dat we nauwelijks meer een hotelbed konden krijgen in Ubud. De eerste nacht brachten we door in een prachtig aan het rijstveld gelezen guesthouse, waar echter alles beschimmeld en vochtig bleek te zijn: de muren, de douche, het matras, de kussens, echt alles. De volgende dag hebben we lang gezocht naar een alternatief, en konden we uiteindelijk alleen nog terecht in een vrij duur resort waar ook mensen die bij OAD een reis boeken terecht komen. Niet echt mijn ideaal van een avontuurlijke backpackreis…

Maar hoe toeristisch Ubud ook is, het ligt echt prachtig tussen de rijstvelden en er zijn mooie hindoetempels. Omdat het centraal op het eiland ligt kun je hier ook makkelijk tochtjes maken naar andere tempels op het eiland. En ach, na drie weken rijst en mie is een biologische salade, een ecologisch verantwoorde sandwich van versgebakken brood of een pizza uit een echte pizzaoven ook wel weer eens een verademing.

Inmiddels zit ik al een paar dagen op het eilandje Gili Trawangan, gelegen voor de kust van Lombok. Een waar tropisch paradijs. Maar daarover binnenkort meer.

De moddervulkaan van Sidoarjo

Terwijl de wereld al maanden in de ban is van het olielek voor de Amerikaanse kust in de Golf van Mexico, voltrekt zich op Oost-Java in alle stilte al vier jaar een ecologische ramp die veel overeenkomsten vertoont met het olielek van BP. Ook deze ramp is veroorzaakt door onzorgvuldig boren door een oliemaatschappij en ook deze ramp heeft enorme gevolgen voor haar omgeving. Alleen voltrekt deze zich in een veel minder rijk land, grotendeels buiten de blik van de internationale media en de verontwaardiging van de wereldwijde publieke opinie.

Bij het stadje Sidoarjo, gelegen ten zuiden van Surabaya langs de snelweg richting Pasuruan, stroomt al sinds mei 2006 dagelijks zo’n 50.000 kubieke meter modder uit een boorgat van oliemaatschappij PT Lapindo Brantas. De modder heeft zich inmiddels verspreid over een groot gebied en meer dan 100.000 mensen hebben hun huis verloren. Snelwegen en spoorlijnen raken bedolven of verdwijnen in grote gaten in de aarde. De schade wordt inmiddels geschat op 4 miljard euro. Nog altijd is geen oplossing gevonden.

Nu oplossingen voorlopig niet worden gevonden, heeft de president onlangs een nieuw plan gepresenteerd. De modderstroom moet een toeristische attractie worden. Een dagtripje naar de ecologische ramp die vele duizenden mensen hun huis kostte, je moet er maar zin in hebben. Maar een betere oplossing is er niet, zolang de wereld nog geen fractie van de aandacht, verontwaardiging en geld die het besteedt aan de olieramp in de VS over heeft voor deze al vier jaar voortdurende ramp.

Familiegeschiedenis in Oost-Java

De afgelopen dagen hebben we rondgereisd door het gebied waar mijn familie van mijn moeders kant tot de oorlog vooral woonde: Oost-Java. We bezochten verschillende plekken waar mijn oma en overgrootouders hebben gewerkt en geleefd en hebben daarbij zelfs nog verre familieleden ontmoet. Een bijzondere reis, deels door gebieden waar waarschijnlijk nooit Westerse toeristen komen.

De reis begon in de grootste stad van Oost-Java, Surabaya. Hier heeft mijn oma op de middelbare school gezeten. In Surabaya hebben we voor twee dagen een auto met chauffeur geregeld, omdat een groot aantal plekken die we wilden bezoeken niet of nauwelijks bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.

De eerste stop op onze rondreis was Pasuruan. Hier is mijn betovergrootvader resident (= koloniaal bestuurder) geweest. Het Pasuruan van die tijd stond model voor het denkbeeldige stadje Laboewangi in de roman Stille Kracht van Louis Couperus. Hij schreef dit boek tijdens zijn verblijf in de residentiewoning, waar ook mijn familie heeft gewoond. Na Pasuruan ging de reis door een prachtige landschap verder naar het bergdorpje Bremi. Hier hadden mijn overgrootouders een vakantiehuis. Mijn overgrootmoeder heeft hier tijdens de oorlog geleefd en tijdens de onafhankelijkheidsstrijd werden haar huizen een Bersiapkamp voor de Nederlanders.

Na een overnachting in Probolinggo ging de reis gisteren verder naar het gebied waar mijn overgrootouders een koffie- en rubberplantage hadden. Aan het Meer van Klakah konden we de plantage nog altijd zien liggen op de helling van een vulkaan. In het nabijgelegen stadje Jatiroto woont nog altijd verre familie. Zij stammen af van dezelfde Indonesische betovergrootmoeder als ik. Omdat mijn oma en tante deze familie ook al eens had bezocht wisten we waar ze wonen. Op goed geluk bezochten we hun winkeltje. Met succes: we werden hartelijk ontvangen met hapjes en drankjes. Achter het huis liggen nog altijd de graven van mijn betovergrootvader en -moeder. Ze worden nog altijd onderhouden door de familie. Er lagen zelfs nog verse bloemen op. Een bijzondere belevenis.

Nu zijn we in Malang, de stad waar mijn oma een deel van de oorlog in een Japans kamp zat. Vannacht vertrekken we vanuit hier naar de Bromovulkaan, waar we de zonsopgang hopen te zien. Die schijnt spectaculair te zijn. Daarna vliegen we door naar Bali.

Koninklijk Yogyakarta

Nadat we donderdagochtend mijn broertje hadden opgepikt op de luchthaven van Jakarta en nog wat rond te hebben gekeken in deze overvolle hoofdstad van het land, zijn we vrijdag naar Yogyakarta gevlogen, het culturele hart van Java. Dit was de plek waar de broer van mijn betovergrootvader in de jaren ’70 van de negentiende eeuw regent was. Het paleis dat tijdens zijn regentschap werd gebouwd (nadat het vorige door een aardbeving was verwoest) staat nog steeds midden in de stad.

Maar veel interessanter nog dan deze familiegeschiedenis is de Javaanse geschiedenis van deze regio. In Yogyakarta woont een van de machtigste sultans van het land, die nog altijd een formele functie heeft als gouverneur van de provincie. De vorige sultan speelde ook een belangrijke rol bij de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesie. Deze sultan heeft overigens tijdens zijn jeugd in Haarlem gewoond. Hij zat in de jaren ’30 op school op het Stedelijk Gymnasium, de school waar ook ik op heb gezeten. Een oude klassenfoto is nog altijd te zien in het museum van de kraton, het paleis van de sultan.

In de omgeving van Yogyakarta lagen eeuwen geleden twee machtige koninkrijken: de een bestaande uit hindoes, de andere uit boedisten. Beide koninkrijken hebben een groot monument achtergelaten. De hindoes de prachtige tempelstad Prambanan, de boedisten de wereldberoemde tempel Borobudur. Beide hebben we gisteren bezocht. Op de Borobudur heb ik de zon zien opkomen, waardoor de vele boeddhabeelden en stoepa’s langzaam van kleur veranderen en de mistige rijstvelden om het monument heen langzaam zichtbaar werden. Echt betoverend!

Inmiddels ben ik aangekomen in Solo, vlakbij Yogya. Morgen gaan we met de trein naar Surabaya, de grootste stad in Oost-Java. Dat is de regio waar mijn familie de laatste eeuw voor de oorlog vooral heeft gewoond.

Koloniaal Bandung en Bogor

Mijn betovergrootvader en zijn broer waren beiden actief in het koloniale bestuur van Nederlands Indië. Mijn betovergootvader was resident (= hoogste regionaal bestuurder) in onder meer Manado op het huidige Sulawesi en in Pasuruan en Probolinggo in Oost-Java. Zijn broer bekleedde nog belangrijkere bestuursfuncties, onder meer als algemeen-secretaris van Nederlands Indie en als resident van de belangrijke regio Yogyakarta. Op verschillende plekken deze reis zullen we plekken bezoeken waar deze twee broers hebben gewerkt. De eerste daarvan is Bogor, het voormalige Buitenzorg.

De algemeen secretaris van Nederlands Indië was de hoogste ambtenaar onder de gouverneur-generaal. Van 1861 tot 1868 bekleedde de broer van mijn betovergrootvader deze functie. Het koloniaal bestuur zetelde op dat moment voornamelijk buiten de hoofdstad Batavia (het huidige Jakarta) in het wat hoger gelegen en daardoor koelere Buitenzorg. Het paleis waaruit Nederlands Indië op dat moment werd bestuurd bestaat nog altijd. Het ligt middenin de enorme botanische tuin van Bogor, die in de koloniale tijd diende als wetenschappelijk centrum voor de landbouw. Hier werden onder meer de rubberboom en de koffieplant zo veredeld dat ze geschikt werden voor verbouw in plantages.

Nog altijd is de botanische tuin van Bogor een erg prettig park. Ver weg van de normale drukte van Indonesië kun je hier wandelen tussen duizenden soorten tropische planten. Er is een oud cafe met prachtig uitzicht over de tuin, waar je naast heerlijk Indonesisch ook poffertjes kunt eten. Deze zijn echter in tegenstelling tot onze poffertjes bol in plaats van plat. Waarschijnlijk heeft men gedurende de afgelopen zestig jaar het poffertjesmeel vervangen door rijzend meel.

Voordat we Bogor bezochten hebben we ook nog een dag doorgebracht in Bandung. Ook hier zijn veel overblijfselen te zien van de koloniale tijd, waaronder een hele winkelstraat in art deco bouwstijl. Hier hebben we onder meer de bioscoop gezien waar mijn oma als kind vaak naartoe ging als ze in Bandung op bezoek was. Althans, dat is wat mijn moeder graag wil geloven. Sommige mooie verhalen moet je niet dood checken, het zou best eens waar kunnen zijn…

Tobameer en Medan

Na twee dagen in de jungle van Bukit Lawang zijn we vrijdag verder gereisd over Sumatra. Eerst stond het Tobameer op het programma, een prachtig tussen vulkanen gelegen meer. Midden in het meer ligt een groot eiland, Samosir, waar we twee dagen verbleven in het gezellige backpackersdorpje Tuktuk.

Het Tobameer vormt het centrum van het gebied waar de Batak leven. De Batak zijn een volk in Noord-Sumatra dat het christendom combineert met hun eigen religie, waarin de geesten van de voorouders een belangrijke rol spelen. Overleden familieleden worden op het eigen erf begraven in vaak spectaculaire graven. Verder wonen veel Bataks nog in prachtige traditionele huizen. Ze wonen daarbij op de middelste van drie etages, symbolisch tussen de onderwereld en de bovenwereld in.

Na twee dagen Tobameer hebben we ons verblijf op Sumatra afgesloten met een dagje in de hoofdstad van het eiland: Medan. Dit is de vierde stad van het land, en waarschijnlijk verreweg de chaotischste. Hier hebben we gegeten in het Tiptop restaurant, een restaurant dat nog stamt uit de koloniale tijd. Je kunt er nog altijd kroketten, wiener schnitzel, sauzijnenbroodjes en huzarensalade bestellen, maar ik heb zelf maar gekozen voor het overheerlijke chinese eten dat ook op de kaart staat.

Vanuit Medan zijn we gisteren naar Bandung gevlogen, de start van onze tocht door het tweede eiland van deze reis: Java. Maar daarover later meer.