Meer

Archive | RO en bouwen

Stationsplein: budgetrecht gemeenteraad aangetast

Hoe is het mogelijk dat het college van B&W de afgelopen anderhalf jaar 2,6 miljoen euro meer heeft uitgegeven aan het project Stationsplein dan door de gemeenteraad beschikbaar gesteld, zonder dat de raad daarvan op de hoogte was of toestemming voor had gegeven? Die vraag stond donderdag 26 september centraal tijdens een pittig debat in de Haarlemse gemeenteraad.

Als raadslid moet je op twee dingen kunnen vertrouwen. Ten eerste dat het college van B&W je volledig en tijdig informeert over belangrijke zaken, zeker als je daarnaar vraagt. En ten tweede dat het college geen geld uitgeeft waar de raad geen toestemming voor heeft gegeven, omdat de raad het budgetrecht heeft, wat wil zeggen dat de raad bepaalt waar geld aan wordt uitgegeven. Helaas is het op beide punten misgegaan rond het Stationsplein.

De herinrichting van het Stationsplein is een complex en duur project. De afgelopen jaren zijn de kosten, door tegenvallers en wijzigingen van het plan, hoger geworden dan vooraf begroot. Dat komt op zich bij dit soort projecten vaker voor en gelukkig staan er ook extra inkomsten tegenover, waardoor het tekort voor de gemeente nog relatief meevalt. Kwalijker is echter dat de gemeenteraad daar lange tijd niet van op de hoogte is gebracht. Bovendien heeft het college inmiddels ruim 2,6 miljoen euro meer uitgegeven dan door de raad beschikbaar was gesteld, zonder de raad daarvoor vooraf om toestemming te vragen.

Station_Haarlem

De eerst verantwoordelijke wethouder, Rob van Doorn (GroenLinks), is vlak voor de zomer afgetreden over een ander onderwerp. Daarmee ontstond de vreemde situatie dat het debat niet meer ging over de belangrijkste verantwoordelijke, maar over de rol van de rest van het college. De oppositie diende een motie van wantrouwen in tegen het voltallige college van B&W. Voor de coalitiefracties is dit een te zwaar instrument, wij vinden het onredelijk om een compleet college naar huis te sturen omdat één of twee wethouders de raad niet goed hebben geïnformeerd.

Wel heb ik samen met VVD en GroenLinks een motie van afkeuring ingediend over de slechte informatievoorziening door wethouder Ewout Cassee (D66). Bij een motie van afkeuring behoudt de raad het vertrouwen in een wethouder, maar spreekt zij wel haar afkeuring uit over zijn handelen rond een bepaald onderwerp, een duidelijk signaal. Cassee is immers nauw betrokken bij het Stationsplein, met name rond de verkoop van het pand Prinsen Bolwerk 3. Bij de behandeling van die verkoop had hij de verantwoordelijkheid moeten nemen om de raad volledig in te lichten over de financiële situatie, zeker toen hij merkte dat zijn collega Rob van Doorn dat niet deed. Dat heeft hij echter nagelaten.

Toen de motie van wantrouwen van de oppositie door de raad werd verworpen, besloot de oppositie onze motie van afkeuring ook niet te steunen. Door afwezigheid van één van de raadsleden van de VVD staakten toen de stemmen: 19 leden van de raad steunden de motie, 19 stemden tegen. In zo’n situatie wordt de motie normaal in de volgende raadsvergadering opnieuw in stemming gebracht. Als indieners zien wij daar echter vanaf, omdat wij het ongepast vinden een motie van afkeuring drie weken boven de markt te laten hangen. Ons signaal is ook zo helder genoeg: de informatievoorziening vanuit het college over grote projecten moet echt beter.

Haarlems Dagblad: Raadsels rond Stationsplein

Donderdagavond 12 september debatteren de raadscommissies Ontwikkeling en Beheer over de overschrijdingen bij het project Stationsplein. Het college heeft zonder toestemming van de raad meer geld uitgegeven dan beschikbaar gesteld, een ernstig feit. Haarlems Dagblad blikt 12 september met een aantal raadsleden vooruit op dit debat. Ook ik kom in het artikel aan het woord.

Raadsels rond Stationsplein

Door Annalaura Molducci

HAARLEM – De gemeenteraad is verbijsterd over de volstrekt onduidelijke gang van zaken bij de aanleg van het Haarlemse Stationsplein. Eén ding is zeker: de destijds verantwoordelijke wethouder, Rob van Doorn (GroenLinks), zal er niet op sneuvelen want die is al opgestapt. De raadscommissies beheer en ontwikkeling vergaderen vanavond over het achteraf verstrekken van een vervolgkrediet van bijna 7 miljoen euro. Daarmee komen de totale kosten van het project op 30 miljoen euro. In 2008 werd er nog uitgegaan van 22 miljoen euro.

Dat is een hoop geld voor een plein waar na de oplevering nog van alles op aan te merken is. Zo zijn de natuurstenen tegels waarover dagelijks honderden bussen denderen al op vele plekken kapot. Als het regent, moet je oppassen dat je niet uitglijdt, want dan is het natuursteen spekglad. En het plein is kaal. “Op de plaatsen waar al die lantaarnpalen staan, hadden ook bomen kunnen staan”, verzucht fractievoorzitter Louise van Zetten van (D66). Dat zijn details, veel erger vindt ze dat gang van zaken bij de aanleg van dit plein.

Tal van projecten zijn aan elkaar geknoopt om geld te genereren waardoor het dossier steeds warriger is geworden. Een rijkssubsidie die de gemeente kreeg voor het plein werd uitgegeven aan andere zaken. Bovendien moest Van Zetten lang wachten tot ze erachter kwam wat er nou precies met de financiën aan de hand was. “Zelfs bij het opstellen van de Kadernota hadden we als gemeenteraad geen duidelijkheid.” Dat is een politieke doodzonde omdat de gemeenteraad het college moet controleren en bepaalt waar de centen aan worden uitgegeven en budgetten in de gaten houdt.

Uit vragen van het CDA is deze week gebleken dat de gemeente miljoenen illegaal heeft uitgegeven zonder dat de gemeenteraad daarvoor toestemming had verleend. “In november 2011 was al bekend dat het Stationsplein over het toen verleende krediet heen ging. Alleen heeft het anderhalf jaar geduurd voordat we dat als gemeenteraad te horen hebben gekregen”, zegt fractievoorzitter Merijn Snoek van oppositiepartij CDA. Hij beschikt inmiddels over een hele lijst van projecten met budgetoverschrijdingen waarvoor de gemeenteraad achteraf toestemming heeft verleend. “En daar zat het Stationsplein niet eens bij terwijl ik nog heb gevraagd of dat alles was.”

Snoek wordt daar moedeloos van: “We worden als gemeenteraad continu geconfronteerd met kredietoverschrijdingen waardoor de raad buitenspel wordt gezet. Dit college neemt de raad niet serieus. Mensen mailen mij en zeggen: Merijn wat ga je eraan doen? Nou, we gaan er een item van maken bij de komende raadsverkiezingen.”

Ook Jeroen Fritz (PvdA) is kritisch. “Dit is een politiek lastig en pijnlijk verhaal. De gemeente heeft geld uitgegeven dat er niet was, dat kan dus niet. De verantwoordelijke wethouder is er niet meer om zich te verantwoorden.”

Hij vindt wel dat er door moet worden gegaan met het project. Aan de achterkant van het station moet nog een fietsflat worden gebouwd en ook het rommelige Kennemerplein moet worden aangepakt. Daarvoor wordt een deel van het krediet van zeven miljoen dat nu is aangevraagd gebruikt.

Merijn Snoek vindt dat het gehele college verantwoordelijk is voor de rommelige gang van zaken. “De vraag is nu nog wanneer de opgestapte wethouder Rob van Doorn dit wist. Ik hoop niet dat er straks wordt gezegd dat het allemaal de schuld was van Van Doorn. Daar kun je na drie jaar besturen niet meer mee aankomen. Het hele college is verantwoordelijk.”

De VVD vindt het hele plein een groot debacle. Wybren van Haga: “We zijn verkeerd geïnformeerd en dat is een slechte zaak. Niet alleen Van Doorn, ook wethouder Cassee heeft hier fouten gemaakt door de opbrengst van het pand Prinsen Bolwerk 3 te gebruiken als dekking. Dat pand is gewoon verkwanseld.”

Haarlems Dagblad, 12 september 2013

Vernieuwd winkelcentrum Marsmanplein geopend

Zaterdag 1 juni is het geheel vernieuwde winkelcentrum Marsmanplein in Delftwijk geopend. Een belangrijk moment in de wijkverbetering van Delftwijk, waar bewoners, gemeente, corporaties, ontwikkelaars en ondernemers de afgelopen jaren hard aan hebben gewerkt. De PvdA heeft zich hier, samen met bewoners, ondernemers en enkele andere fracties in de gemeenteraad, jarenlang hard voor gemaakt. Het resultaat mag er zijn.

Marsmanplein: Delftwijk is een plein rijker

Twintig jaar geleden zag Delftwijk er heel anders uit. Verouderde portiekflats, weinig sociale voorzieningen, verloederde openbare ruimte en een winkelcentrum waar winkeliers, als er niets zou gebeuren, één voor één weg zouden trekken. Gelukkig hebben alle betrokkenen de handen ineen geslagen en samen de wijkvernieuwing op gang gebracht. Portiekflats maken plaats voor fraaie appartementen en eengezinswoningen, sociale voorzieningen als jongerencentrum Delftwijk City kregen een vaste plek, het winkelcentrum is vernieuwd, de wijk heeft er een echt plein bij en na de zomer wordt ook het nieuwe wijkpark geopend.

Het overdekte deel van winkelcentrum Marsmanplein

Winkelcentrum Marsmanplein is echt een impuls voor Haarlem-Noord. Ik heb vandaag dan ook vele blije bewoners en ondernemers gesproken. Zij zien hoe hun wijk erop vooruit is gegaan de afgelopen jaren. Hopelijk volgt ook snel het zuidelijk deel van Delftwijk en andere delen van de stad, zoals winkelcentrum Schalkwijk. Want er is nog genoeg te doen.

Tijdelijk gebruik van braakliggende grond

Ongeveer één keer per maand houden wij als PvdA-fractie onze wekelijkse fractievergadering niet in het stadhuis, maar op locatie bij een organisatie, bedrijf of instelling in de stad. Het eerste uur brengen we dan een werkbezoek en daarna hebben we nog een korte fractievergadering ter plekke. Zo bezochten we in januari Stichting Stad , in februari de wijkraad Meerwijk en in maart Unlimited Magazine en Emma at Work. Maandag 8 april bezochten we het ABC architectuurcentrum, waar we in gesprek gingen met twee jonge landschapsarchitecten over tijdelijk gebruik van braakliggende grond.

De expositie in het ABC (foto: martijnal.nl)

Mede als gevolg van de economische crisis liggen er steeds meer stukken grond in Haarlem braak, in afwachting van ontwikkeling. Zonde. Voor de jonge landschapsarchitecten Martijn Al en Elizabeth Keller aanleiding voor twee exposities ‘Braak in Haarlem’, waarmee ze de discussie over tijdelijk gebruik van deze grond willen aanwakkeren. Twee van hun ideeën zijn verder uitgewerkt in de expositie: het planten van wilgen die gebruikt kunnen worden voor bio-energie en het aanleggen van bloembollenvelden als tijdelijke parkjes.

Het gesprek sloot mooi aan op iets wat we een paar dagen eerder hebben gezien tijdens het werkbezoek van de gemeenteraad aan Gent (zie een eerdere blog). Daar worden tijdelijk braakliggende stukken grond gebruikt voor stadslandbouw. Bewoners kunnen daar terecht om bijvoorbeeld eigen groenten te kweken. Ook in Haarlem wordt op verschillende plekken gedacht aan stadslandbouw als tijdelijke invulling.

stadslandbouw in Gent

Voor de PvdA staat voorop dat langdurige leegstand van stukken grond de slechtst mogelijke optie is. De terreinen liggen vaak al in kwetsbare wijken en braak liggen leidt snel tot verdere verloedering. Wij willen dus aanmoedigen dat deze terreinen zoveel mogelijk een tijdelijke invulling krijgen. Dat kan stadslandbouw zijn, maar bijvoorbeeld ook spelen, groen of zelfs tijdelijke woonruimte. Dat is misschien niet altijd even makkelijk, maar door de economische omstandigheden harder nodig dan ooit.

Haarlems Dagblad: Vrees voor toekomst Koningstein

Donderdag 24 januari schrijft het Haarlems Dagblad over het nieuws dat gemeentekantoor Koningstein vervroegd geheel zal worden ontruimd, in verband met de vondst van asbest. Wat betekent dit voor de herontwikkeling van het pand? Samen met de wijkraad Rozenprieel pleit ik er al langer voor om het pand te herontwikkelen, zo mogelijk via collectief particulier opdrachtgeverschap. Een deel zou bijvoorbeeld (al dan niet tijdelijk) kunnen worden gebruikt voor creatieve broedplaatsen. Eerder diende ik hierover al een motie in in de gemeenteraad. In het artikel in het Haarlems Dagblad reageer ik op de vervroegde ontruiming van het pand. Hoe voorkomen we langdurige leegstand? Je kunt het artikel hier lezen. Verder lezen

Haarlems Dagblad: ‘Ymere blijft investeren’

De PvdA is bezorgd over het feit dat woningcorporatie Ymere, de grootste corporatie van Haarlem, door de minister onder verscherpt financieel toezicht is gesteld. Dit nieuws werd maandag 3 december bekend, een paar dagen nadat bekend werd dat drie bestuurders van Ymere tot de meest verdienende corporatiebestuurders van Nederland behoren. Wij willen weten wat de financiële problemen betekenen voor de ambities van Haarlem voor woningbouw en wijkvernieuwing en voor de financiële risico’s van de gemeente als gevolg van garantstellingen aan corporaties. Daarom heb ik wethouder Jan Nieuwenburg gevraagd hier donderdag 6 december de raadscommissie Ontwikkeling over in te lichten.

Het Haarlems Dagblad schrijft hier woensdag 5 december over. Je kunt het artikel hier lezen. Verder lezen

Zuid-Kennemerland bouwt ook sociaal

Niet alleen de bouw van middeldure woningen en starterswoningen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland, maar ook de sociale woningbouw. De Haarlemse gemeenteraad heeft donderdag 1 november de motie ‘Zuid-Kennemerland bouwt ook sociaal’ van de PvdA aangenomen die dat uitspreekt. Deze motie heb ik ingediend samen met GroenLinks, SP, SociaalLokaal, Ouderenpartij Haarlem en de Actiepartij. Ook het CDA stemde voor.

Donderdag 1 november stelde de gemeenteraad de Intergemeentelijke Structuurscan Zuid-Kennemerland vast (lees meer hierover in een eerdere blog). Hierin worden wel starterswoningen en middeldure appartementen en eengezinswoningen als gezamenlijke verantwoordelijkheid benoemd, maar ontbreekt sociale woningbouw. En juist bij sociale woningbouw is wat meer regionale ambitie hard nodig, want een aantal gemeenten in onze regio bouwen nauwelijks betaalbaar. Het komt nu bijna alleen op Haarlem aan.

De motie vraagt ook sociale woningbouw als gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle gemeenten te benoemen in de Structuurscan. Naast deze motie diende de PvdA ook een motie in die vraagt om de “Binnenboog” (verbinding A208-A9) op te nemen in de scan en stemde de PvdA voor een amendement van de VVD dat uitspreekt dat verdichting niet ten koste mag gaan van de ruimtelijke kwaliteit.

Haarlems Dagblad: Bouwen nu al strijdpunt

Vrijdag 5 oktober doet het Haarlems Dagblad verslag van de bijeenkomst van vijf gemeenteraden over de Intergemeentelijke Structuurscan Zuid-Kennemerland (zie een eerdere blog). Ook ik word in dit artikel geciteerd, met mijn oproep aan andere gemeenten om zich ook mede verantwoordelijk te voelen voor sociale woningbouw. Je kunt het artikel hier lezen. Verder lezen

Zuid-Kennemerland: samen staan we sterker

Haarlem, Haarlemmerliede, Heemstede, Bloemendaal en Heemstede willen meer gaan samenwerken op het gebied van bereikbaarheid, wonen, economie, groen en recreatie. Samen staan we immers sterker binnen de Noordvleugel van de Randstad, de Metropoolregio Amsterdam en tegenover het Rijk. Dat is het doel van de Intergemeentelijke Structuurscan Zuid-Kennemerland, die woensdag 3 oktober werd besproken tijdens een bijzondere gemeenschappelijke vergadering van de gemeenteraden van deze vijf gemeenten in Heemstede.

In de Intergemeentelijke Structuurscan wordt op basis van de structuurplannen van de vijf gemeenten gekeken wat onze gezamenlijke belangen zijn en waar dilemma’s liggen, die we samen moeten oplossen. Aan vijf tafels gingen we met elkaar in gesprek over de vijf thema’s van de structuurscan: bereikbaarheid, wonen, economie, groen en recreatie. Vervolgens werd gekeken waar we het over eens zijn en op welke punten het document mogelijk nog moet worden aangepast, voordat het kan worden vastgesteld door de vijf afzonderlijke raden.

Zelf nam ik deel aan de thematafel over wonen. Ik heb daar bepleit dat gemeenten zich ook samen verantwoordelijk moeten voelen voor sociale en betaalbare woningbouw. Nu is het vooral Haarlem die het gros van de betaalbare woningen bouwt. Net als het bouwen van voldoende ouderenwoningen, starterswoningen en (middeldure) appartementen zou ook sociale woningbouw als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in het stuk moeten worden opgenomen. Want ook daarvoor geldt: samen staan we sterker.

Lessen uit Rekenkamerrapport Zijlpoort

De kosten en risico’s van het nieuwe stadskantoor Zijlpoort zijn vanaf de start te optimistisch ingeschat. De gemeenteraad is tot medio 2011 onvoldoende actief geïnformeerd door de wethouder. En de gemeenteraad zelf is onvoldoende kritisch geweest. Die conclusies trekt de PvdA uit het rapport van de Rekenkamercommissie ‘Zijlpoort: tegen (w)elke prijs?’.

Zoals je gisteren al op deze site hebt kunnen lezen, begon het raadsdebat over het rapport met een kort statement van VVD-wethouder Pieter Heiliegers. Hierin kondigde hij aan zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de gebrekkige informatievoorziening aan de raad en per direct af te treden (zie een eerdere blog). Daarmee was de belangrijkste politieke angel uit het debat gehaald. Het debat spitste zich daarom vooral toe op welke lessen wij moeten trekken uit het Rekenkamerrapport.

De PvdA constateert dat verschillende partijen tijdens de verkiezingscampagne van 2006 de kiezer beloofden dat een stadskantoor in het centrum veel goedkoper zou zijn dan het toenmalige plan in Schalkwijk, dat de voorkeur had van de PvdA. Toenmalig VVD-wethouder Chris van Velzen heeft vervolgens een plan gemaakt dat koste wat kost goedkoper moest. De kosten en risico’s werden daarom te optimistisch ingeschat. De wethouder trad te solistisch op en kreeg onvoldoende tegenwicht vanuit de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad. De gehele raad, ook de PvdA, is vorige raadsperiode onvoldoende kritisch geweest over dit project.

Vanaf eind 2009 werden er verbeteringen doorgevoerd, met name door de aanstelling van een nieuwe ambtelijk opdrachtgever en een nieuwe ambtelijk opdrachtnemer. De gemeente kreeg hierdoor meer grip op de risico’s. De informatievoorziening aan de raad bleef echter gebrekkig. Pas toen D66-wethouder Ewout Cassee de portefeuille halverwege 2011 overnam van Pieter Heiliegers werd de gemeenteraad echt pro-actief geïnformeerd over alle risico’s en kosten.

De PvdA trekt drie lessen uit het Rekenkamerrapport. Ten eerste willen wij een bestuursstijl waarbij het College open en realistisch is over kosten en risico’s van projecten. Ten tweede is een sterker tegenwicht vanuit ambtelijke organisatie en gemeenteraad bij dit soort grote projecten cruciaal. En ten derde heeft het feit dat de raad de meeste informatie over dit project onder geheimhouding kreeg de controlerende taak van de raad belemmerd. Als wij die zaken weten te verbeteren, zal de kans op herhaling van dit soort fouten aanmerkelijk kleiner worden.

Wonen boven Winkels succesvol

Het project Wonen boven Winkels van de gemeente Haarlem was de afgelopen jaren succesvol. Er zijn meer woningen boven winkels gerealiseerd voor minder geld dan gepland. Dat blijkt uit de evaluatie, die dinsdag 26 juni door het College van B&W is vastgesteld. Er zijn sinds 2010 ruim zestig woningen boven winkels gerealiseerd en ook de komende tijd zullen er nog de nodige woningen worden opgeleverd. Daarmee overtreft het resultaat de vooraf in het Convenant Binnenstad vastgelegde ambitie van vijftig woningen per 1 juli 2012, terwijl niet het gehele beschikbare budget is gebruikt. Er blijft daardoor geld over om het project ook de komende jaren voort te zetten.

De PvdA is altijd warm pleitbezorger geweest van Wonen boven Winkels. Niet alleen komen er daarmee woningen bij en wordt leegstand bestreden, maar ook is het goed voor de veiligheid en leefbaarheid in winkelstraten. Buiten de openingstijden van de winkels is het daar vaak stil. Wanneer en mensen wonen boven de winkels betekent dat extra levendigheid en meer ogen op straat. Het project is ooit op aandringen van de PvdA opgestart en door achtereenvolgende PvdA-wethouders tot een succes gemaakt. Haarlem is nu binnen Nederland één van de koplopers op het gebied van wonen boven winkels. Een resultaat om trots op te zijn.

In de evaluatie worden een aantal aanbevelingen gedaan om de regeling voor Wonen boven Winkels aan te scherpen, met name door eenvoudigere subsidievoorwaarden en het flexibeler omgaan met het maximum subsidiebedrag in bijzondere gevallen. Deze aanbevelingen worden door het College van B&W overgenomen.

Nota Ruimtelijke Kwaliteit

Hoe moeten gebouwen die in Haarlem worden gebouwd of verbouwd eruit zien? Hoe beschermen en versterken we onze historische stad? En hoe zorgen we ervoor dat de openbare ruimte in Haarlem er goed uitziet? Dit soort vragen worden beantwoord in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, die de raadscommissie Ontwikkeling donderdag 14 juni besprak.

De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is de vervanger van de oude Welstands- en Monumentennota, maar er is voor gekozen om het stuk veel breder te maken dan enkel welstand. De nieuwe nota gaat veel meer over de kwaliteit van gebieden en wijken als geheel, in plaats van alleen maar over individuele gebouwen. Dit past in de nieuwe manier waarop dit College met de ruimtelijke ordening in de stad wil omgaan, waarbij de ruimtelijke kwaliteit voorop staat. Eerder werd de welstandscommissie om die reden al omgevormd tot de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook werkt de gemeente op verschillende plekken met het nieuwe instrument van gebiedsvisies, waarin een integrale visie voor een bepaald gebied wordt gegeven.

Het is wat de PvdA betreft niet de bedoeling dat dit leidt tot veel extra bureaucratie en regeltjes. Om die reden is de afgelopen jaren een aantal bouwactiviteiten al vergunningsvrij gemaakt. Wel zal er een verschuiving plaats vinden: minder regels voor kleine individuele ingrepen bij de eigen woning waar niemand last van heeft en betere regelgeving voor de inrichting van de openbare ruimte. Dat komt de kwaliteit van de stad ten goede.

De PvdA is wel benieuwd hoe een aantal ambities uit de nota, zoals meer groene daken, minder verrommeling van de openbare ruimte en meer meervoudig ruimtegebruik, in de praktijk ook echt van de grond zullen komen. Over twee weken staat de nota ter vaststelling op de agenda van de gemeenteraad. Dan zullen wij nog eens nadrukkelijk aandacht vragen voor de uitvoering van deze ambities, zodat deze mooie nota niet in een la verdwijnt maar ook echt leidt tot meer ruimtelijke kwaliteit in onze stad.

New Harloheim: de toekomst van Haarlem-Oost

Hoe zorgen we ervoor dat de oostelijke helft van Haarlem (Schalkwijk, Oost en de Waarderpolder) zich de komende jaren zo ontwikkelt, dat ook dit deel van de stad aantrekkelijk blijft om te wonen en te werken? Die vraag houdt de gemeente al een tijdje bezig en stond centraal in de prijsvraag New Harloheim van het Nederlands Architectuurinstituur (NAi) en corporatie Ymere. Woensdag 6 juni presenteerden de winnaars van deze prijsvraag hun ideeën en aanbevelingen tijdens een feestelijke bijeenkomst in het ABC.

Waar het westen van de stad steeds hipper en welvarender wordt, concentreert een groot deel van de stedelijke problemen in onze stad zich aan de oostoever van het Spaarne. De PvdA wil een ongedeelde stad en vindt het daarom belangrijk dat de gemeente juist in deze helft van de stad blijft investeren. Haarlem-Oost heeft een enorm potentieel. Het is eigenlijk een soort stadseiland, geheel omgeven door water en veel groen. Het ligt tussen de historische Haarlemse binnenstad en Schiphol en heeft daarmee grote economische kansen.

De winnaars van de prijsvraag willen met verschillende kleine impulsen een ‘kettingreactie’ veroorzaken. Het gaat dan om verschillende infrastructurele wijzigingen, zoals het doortrekken van de Prins Bernhardlaan onder het spoor en verplaatsing van station Haarlem-Spaarnwoude, maar ook om enkele aantrekkelijke woningbouwprojecten en versterking van het groen.

Deze visie is één van de vele visies op Haarlem-Oost, die de afgelopen jaren zijn verschenen. Hoewel de visies op onderdelen verschillen, hebben ze vooral veel overeenkomsten. Het is aan de gemeente om de komende tijd in overleg met de bewoners al deze visies bij elkaar te vegen en de beste ideeën en oplossingen samen te brengen in één aansprekende visie voor Haarlem-Oost. Daar kunnen we dan de komende jaren mee aan de slag, zodat de tegenstelling tussen beide oevers van het Spaarne niet groter maar kleiner wordt.

Debat over nieuwe overschrijding Zijlpoort

De komende anderhalve maand zal de Haarlemse gemeenteraad meerdere debatten wijden aan het nieuwe stadskantoor Zijlpoort. Vorige week presenteerde de Rekenkamercommissie (RKC) een hard rapport over de manier waarop dit project met name in de vorige collegeperiode is aangepakt. Daarover zal de gemeenteraad in juni spreken, nadat het College van B&W een reactie heeft gegeven op het rapport. Woensdag 16 mei sprak de gemeenteraad over één van de zaken die aanleiding waren voor het Rekenkamerrapport: opnieuw een overschrijding van 2,4 miljoen in de bouwkosten van de Zijlpoort.

In een eerdere blog schreef ik al over de turbulente geschiedenis van de Zijlpoort. Toen de gemeenteraad in 2007 besloot de gemeentelijke huisvesting niet in Schalkwijk te bouwen (voorkeur PvdA) maar in het centrum, werden de kosten van de twee nieuwe kantoren Raakspoort en Zijlpoort geraamd om 72 miljoen euro. Inmiddels zijn de kosten al opgelopen tot meer dan 81 miljoen. Dat valt nauwelijks uit te leggen in een tijd waarin iedereen in de stad de broekriem moet aanhalen. Het is des te pijnlijker omdat wethouder Pieter Heiliegers na een vorige overschrijding in 2010 in de gemeenteraad heeft gezegd dat de Zijlpoort niet nog duurder zou worden. Een erg ongelukkige uitspraak, die de wethouder gisteren in de raad, na enig aandringen van de PvdA, ook zei te betreuren.

Een groot deel van de oppositie stemde tegen het extra krediet (= raadsbesluit om geld beschikbaar te stellen) om de overschrijding van 2,4 miljoen te betalen. De PvdA stemde wel in. Dit geld is namelijk gewoon nodig, we kunnen de Zijlpoort niet onafgebouwd laten staan. Bovendien laat de oppositie door tegen te stemmen zien helemaal niets geleerd te hebben van het verleden. Juist door steeds weer de ogen te sluiten voor risico’s en de kosten veel te optimistisch in te schatten kon het project zo uit de hand lopen. Wij willen dat het bestuur open en realistisch is over risico’s en kosten. Daar hoort bij dat je soms door dit soort zure appels heen moet bijten.

De PvdA heeft het College gevraagd snel met een reactie te komen op het rapport van de Rekenkamercommissie, zodat we ook dit snel in de gemeenteraad kunnen bespreken. Wij willen het rapport niet te lang boven de markt laten hangen. Het College zegde toe binnen twee weken met een reactie te komen, waardoor het rapport al in juni in de gemeenteraad kan worden behandeld. Dat wordt ongetwijfeld opnieuw een pittig debat. De PvdA zal dan haar politieke oordeel geven over de Zijlpoort en hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen.

PvdA-plan voor meer betaalbare woningen

Haarlem heeft een tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen voor mensen met een inkomen tot 40.000 euro. De PvdA wil daar iets aan doen. Afgelopen half jaar heeft een werkgroep van PvdA-raadsleden en PvdA-leden daarom onder leiding van PvdA-raadslid Artie Ramsodit hard gewerkt aan een plan voor meer betaalbare woningen in Haarlem. Donderdag 26 april presenteerden wij dit plan aan de gemeenteraad met een filmpje.

 

De PvdA wil door mensen meer kansen te bieden om zelf een huis te bouwen niet alleen de bouwproductie weer op gang helpen, maar ook meer betaalbare huizen bouwen. Dat kan door meer vrije kavels beschikbaar te stellen, maar ook door mensen bijvoorbeeld de kans te geven samen een leegstaand pand op te knappen in eigen beheer. Het complete plan voor meer betaalbare woningen in Haarlem kun je hier vinden.