Meer

Archive | Monumenten

Ook naoorlogse panden gemeentelijk monument

Een aantal beeldbepalende naoorlogse panden moet de komende jaren worden aangewezen als gemeentelijk monument. Dat heb ik donderdag 12 september samen met collega’s Cees Schrama (Haarlem Plus) en Evert de Iongh (D66) bepleit in de raadscommissie Ontwikkeling. We bespraken daar de nieuwe nota Erfgoed en Ruimte over het Haarlemse erfgoedbeleid.

De afgelopen paar jaar zijn ruim tweeduizend nieuwe gemeentelijke monumenten aangewezen. Dit gebeurde naar aanleiding van een burgerinitiatief, dat door mij en een paar andere raadsleden werd omarmd en werd omgezet in een nieuw monumentenbeleid (zie een eerdere blog). Deze aanwijzing van oudere monumentale panden is onlangs afgerond. Nu wordt het tijd om ook naar naoorlogse panden te kijken. Die staan vaak midden in woonwijken en geven karakter aan de omliggende buurt.

Pastoor van Arskerk

Een voorbeeld is de voormalige St. Petrus LTS. Aanvankelijk zou dit schoolgebouw in Parkwijk, een typisch voorbeeld van Wederopbouwarchitectuur, helemaal gesloopt worden. De sloopvergunning was al afgegeven. In het pand bleken zich echter bijzondere kunstwerken te bevinden van Hans Wiesman en Levinus Tollenaar. Ik heb mij daarom in 2007 in de raad ingezet voor behoud van de karakteristieke delen van het pand en de kunstwerken (zie een eerdere blog). Met succes: de aula en het trappenhuis van de school kregen een nieuwe functie en alle kunstwerken zijn behouden. Door een monumentenstatus zouden dit soort panden beter beschermd zijn.

Onlangs wees het Rijk bijna tweehonderd Rijksmonumenten uit de Wederopbouw aan, waaronder ook twee in Haarlem: Mons Aurea in het Garenkokerskwartier en de Pastoor van Arskerk in Parkwijk. Wat mij betreft volgt de gemeente dit voorbeeld en worden nog een aantal parels uit de naoorlogse tijd aangewezen als gemeentelijk monument, zodat ze de bescherming krijgen die ze verdienen.

Op bezoek bij de stadsarcheoloog

Het is zomerreces. Dat betekent dat de gemeenteraad zes weken stil ligt. Omdat ik pas in de derde week van het reces op vakantie ga, gebruik ik de eerste weken voor een aantal werkbezoeken in de stad. Zo bezocht ik donderdag 11 juli de Haarlemse stadsarcheoloog Anja van Zalinge. Archeologie is één van de onderwerpen waar ik namens de PvdA woordvoerder over ben, maar die relatief weinig aan de orde komen. Het zomerreces is dan een mooi moment om mij daar eens wat meer in te verdiepen.

Op bezoek bij de stadsarcheoloog

De afdeling archeologie heeft sinds enkele jaren haar hoofdkwartier in de prachtig gerestaureerde Bakenesserkerk. Bezoekers van de kerk kunnen daar de archeologen aan het werk zien. Daarnaast is er al jaren het leuke kleine Archeologisch Museum op de Grote Markt, waar je de archeologische geschiedenis van de stad kunt bekijken. Op deze manier wil Haarlem zoveel mogelijk bewoners en bezoekers kennis laten maken met de rijke geschiedenis van de stad, ook met dat deel dat onder de grond verborgen ligt.

Met Anja heb ik een aantal onderwerpen besproken, waar ik na de zomer in de raad mee aan de slag wil. Natuurlijk ging het gesprek over de vraag welke taken de gemeente zelf moet doen en wat we aan anderen kunnen overlaten in een tijd van bezuinigingen en takendiscussie. En over het archeologisch depot, dat nog altijd geen goede vaste plek heeft. Maar ook hebben we het gehad over hoe je de archeologische geschiedenis boven de grond beter zichtbaar kan maken. Een goed voorbeeld daarvan is de bestrating in de Kruisstraat en Jansstraat, waar de oude stadspoorten in zijn aangegeven. En tenslotte hebben we het gehad over ‘schatgravers’, mensen die illegale opgravingen doen in de stad. Vaak als hobby, maar soms ook uit puur winstbejag. Hoe kunnen gemeente en politie daar beter op handhaven, om te voorkomen dat bijzonder erfgoed uit de stad verdwijnt? Voldoende belangrijke vragen dus om na de zomer verder mee aan de slag te gaan.

Nota Ruimtelijke Kwaliteit

Hoe moeten gebouwen die in Haarlem worden gebouwd of verbouwd eruit zien? Hoe beschermen en versterken we onze historische stad? En hoe zorgen we ervoor dat de openbare ruimte in Haarlem er goed uitziet? Dit soort vragen worden beantwoord in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, die de raadscommissie Ontwikkeling donderdag 14 juni besprak.

De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is de vervanger van de oude Welstands- en Monumentennota, maar er is voor gekozen om het stuk veel breder te maken dan enkel welstand. De nieuwe nota gaat veel meer over de kwaliteit van gebieden en wijken als geheel, in plaats van alleen maar over individuele gebouwen. Dit past in de nieuwe manier waarop dit College met de ruimtelijke ordening in de stad wil omgaan, waarbij de ruimtelijke kwaliteit voorop staat. Eerder werd de welstandscommissie om die reden al omgevormd tot de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook werkt de gemeente op verschillende plekken met het nieuwe instrument van gebiedsvisies, waarin een integrale visie voor een bepaald gebied wordt gegeven.

Het is wat de PvdA betreft niet de bedoeling dat dit leidt tot veel extra bureaucratie en regeltjes. Om die reden is de afgelopen jaren een aantal bouwactiviteiten al vergunningsvrij gemaakt. Wel zal er een verschuiving plaats vinden: minder regels voor kleine individuele ingrepen bij de eigen woning waar niemand last van heeft en betere regelgeving voor de inrichting van de openbare ruimte. Dat komt de kwaliteit van de stad ten goede.

De PvdA is wel benieuwd hoe een aantal ambities uit de nota, zoals meer groene daken, minder verrommeling van de openbare ruimte en meer meervoudig ruimtegebruik, in de praktijk ook echt van de grond zullen komen. Over twee weken staat de nota ter vaststelling op de agenda van de gemeenteraad. Dan zullen wij nog eens nadrukkelijk aandacht vragen voor de uitvoering van deze ambities, zodat deze mooie nota niet in een la verdwijnt maar ook echt leidt tot meer ruimtelijke kwaliteit in onze stad.

Overhaaste motie over Hildebrandmonument

Aan de zuidkant van de Haarlemmerhout staat al vijftig jaar het Hildebrandmonument. Het is een fontein waar beelden omheen staan die de figuren uit Camera Obscura voorstellen, een boek van de Haarlemse schrijver Hildebrand (pseudoniem voor Nicolaas Beets). De beelden ontbreken echter nadat ook de replica’s door vandalen zijn vernield.

D66 en VVD kwamen donderdag in de gemeenteraad met een motie die vroeg het monument zo snel mogelijk in zijn oude luister te herstellen. Op zich een sympathiek idee, maar de timing was wat vreemd. Onlangs heeft de gemeenteraad namelijk besloten een speciale Commissie Kunst in de Openbare Ruimte in te stellen, die alle kunstwerken gaat inventariseren en bepalen of deze opgeknapt moeten worden of dat ze bijvoorbeeld beter op een andere plek in de stad kunnen worden geplaatst. Ook dit monument komt daarbij aan de orde.

De PvdA wil deze commissie gewoon haar werk laten doen. Daarbij is herstel van het monument op de huidige plek zeker een serieuze optie, maar ook andere ideeën kunnen daarbij bekeken worden. Zo heeft de zeer bij Hildebrand betrokken Haarlemmer Henk Vijn al eens voorgesteld de beelden te verplaatsen naar het pleintje bij de rechtbank in het centrum. Daar zijn ze veel minder gevoelig voor vandalisme en makkelijker te bereiken voor toeristen.

De motie was niet alleen overhaast, maar sloeg ook de participatie over en was bovendien niet voorzien van een financiële dekking. Toch opmerkelijk voor partijen als D66, die participatie hoog in het vaandel zegt te hebben, en VVD, die zegt te staan voor financiële degelijkheid. Alle andere fracties, met uitzondering voor de Fractie Reeskamp, stemden dan ook tegen de motie. Niet omdat wij het Hildebrandmonument niet willen herstellen, maar omdat wij dat op een zorgvuldige manier willen doen.

Haarlem ruim 2000 monumenten rijker

Haarlem is sinds vorige week ruim tweeduizend gemeentelijke monumenten rijker. Vorige week kreeg de eigenaar van het tweeduizendste nieuwe monument, een pand aan het Spaarne, feestelijk het monumentenschilde uitgereikt. Daarmee is de uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst afgerond, waartoe de gemeenteraad in 2008 naar aanleiding van een burgerinitiatief van Marianne Rietvink besloot. Hiermee is Haarlem gestegen van de vijfde naar de tweede monumentenstad van Nederland. Alleen Amsterdam heeft meer monumenten.

De afronding van de aanwijzing van nieuwe monumenten is een bijzonder moment, ook voor mijzelf. In 2008 was ik één van de trekkers in de gemeenteraad om dit voor elkaar te krijgen. In de jaren daarvoor was de gemeente, en ook de PvdA, soms wel erg onvoorzichtig omgesprongen met historische en beeldbepalende gebouwen. De Haarlemse PvdA werd door sommigen zelfs gezien als een sloperspartij. Ik wilde daar verandering in brengen. Haarlem is een historische stad en monumentale panden geven karakter aan de verschillende wijken. Door meer historische panden aan te wijzen als gemeentelijk monument zouden zij de bescherming krijgen die ze verdienen.

Toen Marianne Rietvink eind 2007 met het burgerinitiatief kwam dat vroeg om een ander monumentenbeleid heb ik dit namens de PvdA-fractie meteen omarmd. Wij hebben toen samen met haar een groot debat georganiseerd (zie een eerdere blog) en ons in de raad ingezet voor uitbreiding van de monumentenlijst. Een ruime meerderheid van de gemeenteraad en ook PvdA-wethouder Jan Nieuwenburg (o.a. monumenten) schaarden zich achter het initiatief (zie een eerdere blog). Er werd besloten om in een aantal rondes in totaal 700 complexen (ruim 2000 adressen) aan te wijzen als gemeentelijk monument. En nu, vier jaar later, heeft Haarlem er ruim tweeduizend monumenten bij. Een resultaat waar ik wel een beetje trots op ben.

Zijn we nu klaar? Wat mij betreft nog niet helemaal. Ten eerste zal de gemeente moeten blijven opletten of er nog monumentale panden zijn die door sloop worden bedreigd. Wanneer dat het geval is kunnen ook deze alsnog worden aangewezen als gemeentelijk monument, eventueel via de spoedprocedure die er op initiatief van de PvdA is gekomen (zie een eerdere blog). Daarnaast moeten we de komende jaren ook eens gaan nadenken of ook beeldbepalende gebouwen die jonger zijn dan vijftig jaar soms niet een vorm van bescherming verdienen. Nu zijn die vaak nog vogelvrij, omdat gemeentelijke monumenten ouder dan vijftig jaar moeten zijn. En tenslotte zal de gemeente vol moeten inzetten op herbestemming van monumentale panden. Behoud van waardevolle panden is prachtig, maar als ze leeg staan hebben we daar heel erg weinig aan.

Bouwend Haarlem over herbestemming oude panden

Elk jaar organiseren de gemeente Haarlem, de drie Haarlemse corporaties en ontwikkelaar Bouwfonds samen een grote conferentie over woningbouw in Haarlem onder de titel ‘Bouwend Haarlem’. Voorgaande edities gingen onder meer over vraaggericht bouwen, ruimtelijke kwaliteit en duurzame woningbouw. Vrijdag 16 maart stond Bouwend Haarlem in het teken van herbestemming van leegstaande panden. Een thema waar wij als PvdA-fractie al langer aandacht voor vragen en dat door de economische crisis actueler is dan ooit.

De PvdA vindt dat leegstaande oude panden in Haarlem niet automatisch maar gesloopt moeten worden. In het verleden werd daar soms te makkelijk voor gekozen. Herbestemming is vaak een veel betere oplossing, zeker als het gaat om historische panden die karakter geven aan de omliggende buurt. De afgelopen jaren zijn er in Haarlem prachtige voorbeelden geweest van geslaagde herbestemming, zoals de voormalige Drostefabriek, het Ripperdaterrein en de Greinerschool in het Rozenprieel. En ook de komende jaren liggen er op dat gebied nog grote uitdagingen, zoals bij het voormalige slachthuis in de Slachthuisbuurt, Nieuwe Energie in de Waarderpolder en het voormalige gemeentekantoor Koningstein.

De conferentie vond dit jaar plaats in een bijzonder voorbeeld van herbestemming, waar ik ook persoonlijk wel een beetje trots op ben: de Haarlemse School. Dit bouwproject van Pre Wonen combineert nieuwbouw met herbestemming van een deel van de voormalige Petrus LTS. Aanvankelijk zou deze school, een typisch voorbeeld van Wederopbouwarchitectuur, helemaal gesloopt worden. De sloopvergunning was al afgegeven. In het pand bleken zich echter bijzondere kunstwerken te bevinden van Hans Wiesman en Levinus Tollenaar. Ik heb mij daarom in 2007 in de raad ingezet voor behoud van de karakteristieke delen van het pand en de kunstwerken (zie een eerdere blog). Met succes: de aula en het trappenhuis van de school krijgen nu een nieuwe functie en alle kunstwerken zijn behouden.

Dit  is niet alleen een voorbeeld van hoe je als raadslid soms echt het verschil kan maken, maar vooral een mooi voorbeeld van hoe herbestemming op een moderne manier kan gebeuren. Je hoeft niet altijd complete panden te behouden, maar door karakteristieke en historische delen te behouden en te combineren met nieuwbouw kun je dit soort panden een nieuw leven geven. En dat geeft veel meer karakter aan de omliggende buurt dan alleen maar saaie nieuwbouw.

Monumentenfonds voor eigenaren monumenten

Haarlem krijgt een Monumentenfonds, waar eigenaren van gemeentelijke monumenten tegen een lage rente geld kunnen lenen voor het onderhoud of de restauratie van hun pand. Dat heeft de gemeenteraad donderdag 8 maart op voorstel van PvdA-wethouder Jan Nieuwenburg besloten. De instelling van dit Monumentenfonds is de afronding van een nieuw gemeentelijk monumentenbeleid, waar de gemeenteraad in 2008 mede naar aanleiding van een burgerinitiatief toe besloot.

In 2008 besloot de gemeenteraad tot uitbreiding van het aantal gemeentelijke monumenten. Dit was een initiatief van de gemeenteraad, naar aanleiding van een burgerinitiatief van Marianne Rietvink (zie een eerdere blog). Gedurende drie jaar worden maar liefst 700 complexen (2150 adressen) aangewezen als gemeentelijk monument. De PvdA is groot voorstander van deze uitbreiding van het aantal gemeentelijke monumenten. In de gemeenteraad was ik één van de trekkers om dit voor elkaar te krijgen. Ik heb daaraan wel altijd gekoppeld dat er, na afronding van de aanwijzing van de nieuwe monumenten, een regeling moest komen om eigenaren te ondersteunen bij onderhoud en restauratie. De aanwijzing als gemeentelijk monument heeft namelijk veel voordelen voor eigenaren, maar kan ook tot extra kosten lenen. Het Monumentenfonds komt daarin tegemoet.

Het fonds wordt jaarlijks met 425.000 euro door de gemeente gevuld. Daarnaast wordt het geld dat eigenaren aflossen teruggestort in dit fonds. Zo profiteren steeds andere eigenaren van het fonds. Monumenteneigenaren kunnen een verzoek voor een lening doen via de gemeente. Wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, sluiten zij via de notaris een lening af bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). Het bedrag per lening loopt van minimaal 10.000 tot maximaal 50.000 euro. De maximale looptijd is 15 jaar.

Begroting 2012: de resultaten

Afgelopen week sprak de Haarlemse gemeenteraad over de begroting 2012. Na de eerste termijn van de raad op maandag 7 november (zie een eerdere blog), werd het debat woensdag 9 november vervolgd en donderdag 10 november afgerond. Als PvdA-fractie hebben we afgelopen week een aantal belangrijke resultaten voor de stad kunnen binnenhalen.

De PvdA heeft de afgelopen week met name aandacht gevraagd voor wijken, werken en wonen. Met succes vroegen wij om extra geld voor Haarlemse banen begeleid werken (de opvolger van de ID-banen), het teruggeven van de Amsterdamsevaart aan de wijk voor een betere leefbaarheid in Haarlem-Oost en een nieuw grondbeleid om de stagnerende woningmarkt vlot te trekken. Ook vroegen wij aandacht voor de stapeling van bezuinigingen van het kabinet, die veel Haarlemmers onevenredig hard treffen.

In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat er, ondanks de bezuinigingen, jaarlijks tenminste 215.000 euro wordt vrijgemaakt voor nieuw beleid. Samen met D66, GroenLinks en VVD heeft de PvdA de afgelopen week een voorstel gedaan voor de besteding van dit geld, dat op brede steun kon rekenen in de raad. Wij hebben ervoor gekozen de effecten van een aantal pijnlijke Rijksbezuinigingen te verzachten. Het geld gaat naar de Haarlemse banen begeleid werken, Toneelschuur Producties, het uitstapprogramma voor prostituees en extra groen in de meest versteende wijken. Vier belangrijke doelen, maar als cultuurwoordvoerder van de fractie ben ik natuurlijk extra trots dat het is gelukt geld te vinden om Toneelschuur Producties te redden (zie een eerdere blog). Lees hier meer over het geld voor nieuw beleid.

Eerder schreef ik op deze website al over drie moties waar mijn handtekening onder staat: over beter onderhoud voor monumentale panden in gemeentebezit (zie een eerdere blog), over een onderzoek naar de mogelijkheden om het kantoor Koningstein om te vormen tot centrum voor de creatieve economie (zie een eerdere blog) en over een onderzoek naar de aansluiting van Haarlemse huishoudens en bedrijven op glasvezel (zie een eerdere blog). Al deze moties werden gisteren met grote steun aangenomen door de gemeenteraad. Daarnaast was ik ook mede-indiener van een motie van het CDA over het intensiever benutten van tijdelijk verhuurde panden (antikraak) en van een motie van D66 over intensiever gebruik van de cultuurpodia. Ook deze moties werden beide aangenomen.

Wil je meer weten? Hier vind je overzicht van alle aangenomen PvdA-moties.

Monumenten: Geef het goede voorbeeld!

De afgelopen jaren is het aantal gemeentelijke monumenten, mede op initiatief van de PvdA, fors uitgebreid. Je hebt daar de afgelopen jaren vaak over kunnen lezen op deze website (zie onder meer hier). De aanwijzing van de nieuwe gemeentelijke monumenten is nu bijna afgerond. De komende jaren kan de gemeente bij slecht onderhoud aan deze monumenten de eigenaren aanschrijven en verplichten onderhoud- of herstelwerkzaamheden uit te voeren. Maar dan moet de gemeente wel zelf het goede voorbeeld geven door ook gemeentelijke monumenten waarvan zij zelf eigenaar is goed te onderhouden. Daar heb ik maandag 7 november bij de begrotingsbehandeling in de gemeenteraad een motie over ingediend.

De gemeente is eigenaar van een groot aantal monumentale panden. Een aantal daarvan verkeert in slecht onderhouden staat. Dit heeft vaak een negatieve uitstraling op de omliggende straat en buurt. Verschillende wijkraden dringen daarom al jaren aan op een opknapbeurt voor deze monumentale panden in hun wijk.

De PvdA vindt dat wanneer de gemeente particulieren vraagt hun monumentale pand goed te onderhouden, zij zelf ook het goede voorbeeld moet geven. Wij hebben daarom samen met D66, GroenLinks, VVD, CDA en Haarlem Plus een motie ingediend die het College van B&W vraagt voor de zomer van 2012 met een overzicht te komen over hoe monumentale panden in gemeentelijk eigendom die in een slecht onderhouden staat verkeren opgeknapt kunnen worden en wat de kosten daarvan zouden zijn

Historische kaatsbaan in ere hersteld

De zestiende-eeuwse kaatsbaan bij Huis ter Kleef zal door de gemeente worden verkocht aan Real Tennis Club Huis ter Kleef. Zij zullen de kaatsbaan in ere herstellen, waarmee de oudste (overdekte) tennisbaan ter wereld ontstaat. Dat heeft de raadscommissie Ontwikkeling donderdag 27 oktober besloten. Hiermee wordt een wens waar ik mij al sinds 2009 in de gemeenteraad hard voor maak (zie eerdere blogs) gerealiseerd.

De kaatsbaan van het Huis ter Kleef werd omstreeks 1560 gebouwd. Het is het enige deel van het gebouw dat niet werd opgeblazen door Don Frederik bij de Spaanse bezetting. Kaatsen, tegenwoordig real tennis genoemd, is de voorloper van het moderne tennis. De Real Tennis Club koopt het pand met de verplichting het op eigen kosten te restaureren. Hierdoor wordt kaatsen voor het eerst sinds ongeveer 1800 weer mogelijk in Nederland. Bovendien krijgt Haarlem hiermee de oudste (overdekte) tennisbaan ter wereld terug. Aan de kaatsbaan zal een klein museum worden verbonden, zodat toegankelijkheid voor bezoekers en toeristen wordt gegarandeerd.

Ik maak mij hier al sinds 2009 hard voor in de gemeenteraad. Niet omdat ik nou zo enorm fan ben van het real tennis, een vrij elitaire sport, maar omdat dit een prachtige kans is om een bijzonder historisch pand in ere te herstellen. Bovendien krijgt Haarlem met de oudste tennisbaan ter wereld er een unieke bezienswaardigheid bij, die een nieuwe groep toeristen naar de stad kan trekken. Een bijzondere kans, die nu dus wordt gerealiseerd.

Teylers Museum op weg naar Werelderfgoed

Donderdag 27 oktober bezocht de raadscommissie Ontwikkeling het Teylers Museum. Dit bezoek stond vooral in het teken van de kandidatuur van dit oudste museum van Nederland als Unesco Werelderfgoed. We kregen een rondleiding achter de schermen en een toelichting op de plannen voor de kandidatuur door directeur Marjan Scharloo.

Het Teylers Museum stamt uit 1784 en is het enige museum ter wereld met een authentiek gebouw en interieur uit de achttiende eeuw. Geen enkel ander museum in Europa was bovendien langer aaneengesloten open dan het Teylers Museum. Het is een unieke combinatie tussen kunst en wetenschap.

Het museum is inmiddels door Nederland op de voorlopige lijst van Unesco geplaatst. Begin volgend jaar zal het museum haar dossier inleveren bij Unesco. Een definitief besluit over aanwijzing wordt rond de zomer van 2013 verwacht. De Haarlemse gemeenteraad steunt raadsbreed de kandidatuur van het Teylers Museum. De gemeente heeft inmiddels een convenant met het Teylers gesloten, waarin een aantal noodzakelijke afspraken worden gemaakt over bescherming van het gebouw, zoals een bufferzone. Hopelijk heeft Haarlem er in 2013, naast een deel van de Stelling van Amsterdam, een tweede Unesco Werelderfgoed bij.

Teylers Museum kandidaat Unesco Werelderfgoed

Het Haarlemse Teylers Museum is één van de negen Nederlandse kandidaten om toegevoegd te worden aan de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het oudste museum van Nederland maakt daarmee kans om het tweede Werelderfgoed in Haarlem te worden, naast de Stelling van Amsterdam, die voor een klein deel binnen onze gemeentegrenzen ligt. Mooi nieuws, in de eerste plaats natuurlijk voor het Teylers Museum zelf, maar ook voor de toeristische aantrekkelijkheid van de stad.

De afgelopen jaren is van verschillende Haarlemse gebouwen geopperd dat ze mogelijk in aanmerking zouden komen voor een plek op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het ging onder meer over de beide Bavokerken. Mijn fractiegenoot Moussa Aynan heeft eens een voorstel in de gemeenteraad gedaan om de Haarlemse hofjes samen met de hofjes in een aantal andere steden collectief kandidaat te stellen. Het is mooi dat het met het Teylers Museum nu is gelukt een Haarlems gebouw ook echt officieel kandidaat te stellen. Hopelijk wordt het spoedig ook echt door Unesco op de Werelderfgoedlijst geplaatst.

Gerestaureerde Melkbrug geopend

We hebben hem (te) lang moeten missen, maar hij is terug: woensdag 13 oktober werd de gerestaureerde monumentale Melkbrug ‘s avonds geopend met een drukbezochte lasershow. De belangrijke verbinding over het Spaarne tussen de Burgwalbuurt en de binnenstad van Haarlem voor fietsers en voetgangers is daarmee hersteld.

De Melkbrug is een rijksmonument. De historische draaibrug stamt uit 1886, toen de toenmalige stadsarchitect de gemeenteraad ervan overtuigde de oude houten Melkbrug te vervangen door deze ijzeren draaibrug. De oude houten brug was in zeer slechte staat en men was bang dat bij restauratie onderdelen van de brug zo slecht zouden blijken te zijn, dat de kosten fors zouden oplopen. Bovendien waren voor de bedienig van de oude brug twee brugwachters nodig, en voor de ijzeren draaibrug slechts één.

De geschiedenis herhaalt zich: afgelopen raadsperiode kreeg de gemeenteraad dezelfde keuze voorgelegd, maar nu over de inmiddels monumentale ijzeren draaibrug. Na ruim 120 jaar stond ook deze ‘nieuwe’ brug vrijwel op instorten en ook nu gingen er stemmen op om hem te vervangen door een geheel nieuwe brug. In tegenstelling tot de gemeenteraad in 1886 kozen wij er echter voor om de oude brug te restaureren. En ondanks tegenvallers tijdens het restauratieproces, waar men ook in 1886 voor vreesde, kon het grootste deel van de monumentale draaibrug daarmee behouden blijven.

Precies een jaar is de Melkbrug in Sliedrecht geweest, waar de restauratie plaats vond. Gelukkig is hij nu terug, en hoeven vele Haarlemmers niet meer om te lopen of fietsen tussen het oosten van de stad en de binnenstad. En Haarlem heeft zijn historische brug terug, één van de vele monumenten die de stad rijk is.

Duizendste gemeentelijk monument aangewezen

Zaterdag 11 september, tijdens de Open Monumentendagen, heeft wethouder Jan Nieuwenburg het schildje voor het duizendste gemeentelijk monument uitgereikt. Het duizendste gemeentelijk monument ligt in de Oosterhoutlaan en is een in 1901 gebouwde villa aan de Spaarneoever. De aanwijzing van dit monument maakt deel uit van de uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst, waarbij tot en met 2011 ruim 2000 extra monumenten worden aangewezen.

De uitbreiding van het aantal gemeentelijke monumenten is een initiatief van de gemeenteraad, naar aanleiding van een burgerinitiatief van Marianne Rietvink (zie een eerdere blog). Gedurende drie jaar worden maar liefst 700 complexen (2150 adressen) aangewezen als gemeentelijk monument. De PvdA is groot voorstander van deze uitbreiding van het aantal gemeentelijke monumenten. In de gemeenteraad was ik één van de trekkers om dit voor elkaar te krijgen. Ik ben dan ook best trots dat nu al het duizendste gemeentelijk monument is aangewezen. Een paar jaar geleden stonden monumenten nog erg laag op de politieke agenda. Daar hebben we de afgelopen jaren echt een omslag in kunnen aanbrengen. Veel meer waardevolle panden in Haarlem krijgen nu de bescherming die ze verdienen.

Ik heb wel altijd beseft dat deze uitbreiding van de monumentenlijst ook een schaduwzijde heeft. Het betekent een extra last voor eigenaren, zeker wanneer ze willen gaan verbouwen. De PvdA vindt dat verdedigbaar vanuit het belang van bescherming van het Haarlemse erfgoed, maar het is wel belangrijk de lasten voor eigenaren zoveel mogelijk te beperken. Dat gebeurt niet alleen door eigenaren gunstige leningen aan te bieden voor restauratiewerkzaamheden, maar ook door het terugdringen van bureaucratie en kosten voor eigenaren. Vorig jaar heeft de gemeente dan ook fors gesneden in de bureaucratie bij kleine verbouwingen en de leges voor monumentenvergunningen afgeschaft (zie een eerdere blog).

Wandeling rond Fort Benoorden Spaarndam

Vrijdag 10 september was ik samen met fractiegenoten Artie Ramsodit en Roel Schaart in Spaarndam, voor een werkbezoek aan Fort Benoorden Spaarndam en omgeving. Het recreatieschap Spaarnwoude wil bij het fort een bungalowpark van Landal aanleggen. Stichting Natuurbehoud Fort Benoorden Spaarndam had gemeenteraadsleden van de verschillende betrokken gemeenten uitgenodigd voor een wandeling door het gebied, om daarbij hun bezwaren tegen de plannen van het recreatieschap toe te lichten.

Namens onze fractie houdt vooral Artie Ramsodit zich bezig met deze discussie. Zij heeft zich al vaker namens de PvdA uitgesproken tegen huidige plannen voor het bungalowpark. Wij vinden dat de plannen te grote negatieve gevolgen hebben voor het dorp Spaarndam. Bovendien tast het de Stelling van Amsterdam aan, dat onderdeel is van de Werelderfgoedlijst van Unesco. De rest van de Haarlemse politiek is dit overigens met ons eens: de Haarlemse gemeenteraad heeft zich al eens unaniem uitgesproken tegen de plannen. Ook twee PvdA-kamerleden stelden al eens kamervragen aan de minister, die zich in het antwoord kritisch toonde over de gevolgen van de plannen voor de Stelling en de Rijksbufferzone, die volgens haar groen moet blijven.

Haarlem heeft het echter niet alleen voor het zeggen. Fort Benoorden Spaarndam ligt op een plek waar drie gemeenten aan elkaar grenzen: Haarlem, Velsen en Haarlemmerliede. De plek waar het bungalowpark zou moeten komen ligt op het grondgebied van Velsen, in het recreatieschap Spaarnwoude. In dit recreatieschap zijn behalve deze drie gemeenten ook Amsterdam en Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland vertegenwoordigd. Zowel Velsen als de provincie zijn groot voorstander van het bungalowpark. Het recreatieschap lijkt bovendien al toezeggingen te hebben gedaan aan de ontwikkelaar. Een lastige situatie.

Tijdens de wandeling zagen we weer eens hoe mooi dit gebied is. Ook kregen we een rondleiding door het fort. Op verschillende plekken zijn hier bijzondere muurschilderingen aangetroffen, zowel van Nederlandse als van Duitse soldaten. Het fort moet nodig opgeknapt worden, iets wat voor het recreatieschap één van de aanleidingen is om het bungalowpark te willen aanleggen. De opbrengst daarvan moet een restauratie mogelijk maken. De Stichting Natuurbehoud werkt op dit moment zelf aan alternatieve plannen, waarbij het fort een andere invulling krijgt en ook opgeknapt kan worden. Veel zal afhangen van of dat lukt.