Meer

Archive | juli, 2008

Vientiane

LaosVandaag is mijn laatste volle dag in Laos, morgen vertrek ik naar Bangkok (Thailand). Ik ben inmiddels in Vientiane, de hoofdstad van Laos, die aan de Mekong ligt bij de grens met Thailand. Uit niets blijkt overigens dat dit de hoofdstad is, want het is hier bijna even rustig als elders in Laos. Alleen hebben ze hier op een paar straathoeken stoplichten om het weinige verkeer te regelen, iets wat in de rest van Laos niet voorkomt.

Vandaag heb ik door de stad gewandeld. Er zijn is Vientiane niet zoveel bezienswaardigheden als bijvoorbeeld in Luang Prabang, maar ze hebben wel een paar interessante plekken om te bezoeken. Zo is er het prachtige boeddhistische klooster Wat Si Saket, waar de pagode wordt omringd door een kloostergang waarin honderden boeddhabeelden in verschillende formaten staan. Ook heeft Vientiane zijn eigen Arc de Triomphe, de Patuxai, die echter aanmerkelijk minder mooi is dan het exemplaar in Parijs. De Patuxai is geheel gemaakt van beton, een gift van de Amerikanen die eigenlijk bedoeld was voor de aanleg van een landingsbaan bij het vliegveld. Dat deze Arc de Triomphe niet zo erg is geslaagd beseffen de Laotianen zelf ook wel, wat blijkt uit het informatiebordje dat bij de boog staat: “From a closer distance, it appearce even less impressive, like a monster of concrete”.

Mijn reis zit er nu bijna op. Morgenochtend vlieg ik naar Bangkok, waar ik nog zo’n 24 uur de tijd heb om deze stad opnieuw te bekijken. Opnieuw, omdat ik vier jaar geleden al eens in Thailand ben geweest. Vrijdagmiddag vertrekt vervolgens mijn vliegtuig naar Singapore, waar ik overstap op het vliegtuig naar Nederland.

Vang Vieng: een grote openlucht coffeeshop

LaosNa Luang Prabang ben ik gisteren aangekomen op mijn tweede bestemming in Laos: Vang Vieng. Dit dorpje ligt ongeveer halverwege tussen Luang Prabang en hoofdstad Vientiane. Het ligt prachtig aan een rivier tussen de kalksteenrotsen, maar het heeft ook een hele bizarre kant: het lijkt wel een grote coffeeshop in de openlucht!

Het centrum van Vang Vieng wordt gedomineerd door een groot aantal zogenaamde ‘tv-bars’. Dit zijn bars met bedden in plaats van stoelen, waar op televisie’s afleveringen van de Amerikaanse comedy ‘Friends’ worden vertoond. Als je wilt kun je na een paar dagen in Vang Vieng alle afleveringen van deze serie hebben gezien, want elk restaurant lijkt een ander seizoen uit te zenden. Op de menukaarten van deze bars staat behalve gewoon eten en drinken ook zogenaamd ‘happy food’. Dit zijn pizza’s, curry’s, shakes of cakes waar drugs aan is toegevoegd, bijvoorbeeld marihuana, opium of paddo’s. Ik heb me maar niet bezondigd aan geestverruimende middelen, behalve dan aan het lokale bier BeerLao.

Behalve naar Friends kijken onder het genot van een (al dan niet happy) pizza heeft Vang Vieng nog een grote attractie: tuben. Hierbij drijf je in een opgeblazen autoband de rivier af tussen de kalksteenrotsen. Onderweg zijn er allerlei barretjes aan het water, waar je kunt pauzeren. Een heel rustgevende bezigheid.

Al met al is Vang Vieng een erg relaxed dorpje, dat tegelijkertijd ook erg bizar is. Ik slaap ik een mooi hutje aan de rivier, je kunt buiten de tv-bars heerlijk eten en op eilandjes in de rivier zijn gezellige barretjes (waar je wel lekker op bedden kunt loungen, maar de tv niet op Friends staat afgesteld). Erg leuk voor een paar dagen, maar het heeft allemaal erg weinig met Laos te maken. Morgen reis ik dan ook verder naar een veel meer Laotiaanse stad, de hoofdstad Vientiane. Dat is alweer de laatste bestemming is Laos, en bijna het einde van mijn reis. Donderdag vlieg ik vanuit Vientiane naar Bangkok, waar ik een nacht zal blijven. Daarna vlieg ik vrijdag via Singapore naar Nederland, waar ik zaterdagochtend vroeg aan zal komen.

Luang Prabang

LaosEen nieuwe vlag naast dit berichtje, dus een nieuw land. Zoals ik donderdag al schreef ben ik inmiddels aangekomen is Laos, het derde land van mijn reis na Singapore en Vietnam. Hier zal ik de laatste week van mijn vakantie doorbrengen en de steden Luang Prabang, Vang Vieng en Vientiane bezoeken, voordat ik via Bangkok (Thailand) terugvlieg naar Nederland. Ik ben nu in Luang Prabang, een stadje aan de Mekong waar van oudsher de Laotiaanse koningen woonden en dat tevens het godsdienstige centrum van het land is. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn dan ook de vele kloosters en het voormalige koninklijk paleis.

Luang Prabang is een uiterst relaxed stadje, zeker na de hectiek van Vietnam. Wel zit het stadje bomvol met backpackers. Het is hier duidelijk toeristischer dan in het oostelijke buurland, al blijft het hier aanzienlijk rustiger dan in bijvoorbeeld Thailand, en zijn er ook nauwelijks groepsreizen, alleen backpackers. Je kunt hier heerlijk eten in de vele gezellige restaurantjes, die vrijwel allemaal een terrasje hebben, weer een groot verschil met Vietnam. Kleine tegenvaller is wel dat het hier veel vaker regent dan in Vietnam. Daar was het in sommige delen van het land ook regentijd, maar dat betekende enkel een bizar harde regenbui aan het einde van de dag, terwijl het hier ook gedurende de dag regelmatig regent.

Gisteren heb ik het koninklijk paleis en enkele boeddhistische kloosters bekeken. Sommigen zijn eeuwenoud en echt heel erg mooi, zoals de aan de Mekong gelegen Wat Xieng Thong. Ook recht tegenover mijn guesthouse is een uit de veertiende eeuw stammend klooster gevestigd. De kloosters worden nog altijd actief bewoond door de in oranjekleurige doeken gehulde monnikken. Vaak zijn ze heel jong (jongens worden hier vaak al als kind monnik) en zeer geinteresseerd in een gesprekje met reizigers om hun Engels te oefenen. Morgen wil ik vroeg opstaan, om ook de dagelijkse bedeltocht van de monniken om 5:30 uur ‘s ochtends te zien. Ze trekken daarbij door de straten en krijgen voedsel van de inwoners in hun bedelnap.

Halong Bay

VietnamMijn laatste twee dagen in Vietnam heb ik doorgebracht in Halong Bay. Dit is een baai in de Golf van Tonkin in de buurt van de Chinese grens, waar duizenden kalkstenen eilanden in liggen. Ik heb hier een georganiseerde tweedaagse tour naartoe gemaakt, om zo zoveel mogelijk van de baai te kunnen zien.

Op een Chinese jonk (een traditionele boot) ben ik samen met negen andere reizigers twee dagen door de baai gevaren tussen de vele vaak spectaculair gevormde kalksteenrotsen door. In sommige rotsen zijn enorme grotten gevormd, met daarin mooie formaties van stalagmieten, waarin de Vietnamezen natuurlijk allemaal dieren en mytische wezens zien. Ook heb ik de nacht doorgebracht op de boot, waardoor je de zonsondergang en zonsopkomst tussen de rotsen kunt bekijken. Erg mooi, en heel ontspannen na een paar dagen in het hectische Hanoi.

Vanochtend ben ik vanuit Hanoi naar Luang Prabang in Laos gevlogen. Het is hier totaal anders dan in Vietnam: veel koeler, veel minder herrie, vrijwel geen scooters en nauwelijks mensen die opdringerig iets aan de je willen verkopen, kortom: erg relaxed! Perfect om mijn laatste week van de vakantie door te brengen dus. Maar meer over Luang Prabang binnenkort in een volgende log.

Hanoi

VietnamDe afgelopen drie dagen heb ik doorgebracht in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Ik heb hier een hotel midden in de oude stad, waar in elke straat van oudsher een andere gilde gevestigd is, waardoor er bijvoorbeeld alleen maar zijdewinkels in de ene straat zijn en grafstenenwinkels in de andere. Hanoi is een nogal chaotische stad, met name door het eeuwenoude stratenpatroon, waar de duizenden scootertjes die elke Vietnamese stad kenmerken nauwelijks doorheen passen.

Na aankomst zaterdag heb ik rondgewandeld door het oude centrum van Hanoi en heb ik rond het Hoan Kiem Lake gewandeld, een meertje midden in het centrum, waar op een eilandje een tempel gevestigd is. Zondag heb ik eerst het mausoleum van Ho Chi Minh bezocht, waar elke dag vele duizenden Vietnamezen in de rij staan om het opgebaarde lichaam van hun vroegere leider te bekijken. Vervolgens heb ik de Literatuurtempel bezocht, een eeuwenoude confuciaanse tempel waar in de Middeleeuwen de mandarijnen werden opgeleid. Na een lunch bij Koto, een restaurant dat geheel wordt bemand door voormalige straatkinderen, ben ik ‘s middags naar het prachtige Etnologisch Museum gegaan, waar onder meer een groot aantal traditionele huizen van verschillende etnische minderheden te zien is. ‘s Avonds heb ik nog een voorstelling bezocht in het waterpoppentheater. Dit is een wel zeer spectaculaire variant op de poppenkast, waarbij poppen op het water dansen. Deze traditie is lang geleden ontstaan in de Rode Rivier Delta in Noord-Vietnam.

Gisteren heb ik vervolgens een uitstapje gemaakt naar buiten de stad. Tam Coc is een gebied met prachtige krijtsteenrotsen die oprijzen vanuit de rijstvelden. Je vaart er in kleine roeibootjes doorheen. Ook zijn er drie grotten, waar de bootjes maar net doorheen kunnen varen. Een prachtig gebied, dat een voorproefje is van Halong Bay, waar ik de komende twee dagen naartoe gaan. Ook hier zijn veel krijtsteenrotsen, maar dan in de zee. Hier maak ik de komende twee dagen een boottocht, waarbij ik ook een nacht op de boot zal slapen. Donderdag vlieg ik vervolgens naar Laos.

De keizerlijke stad Hue

VietnamIk ben op dit moment in Hue in Midden-Vietnam. Dit is de stad waar de laatste keizerlijke dynastie van Vietnam, de Nguyen-dynastie die regeerde van 1802 tot 1945, zetelde. Hier is de Citadel waar deze keizers woonden gevestigd, een beetje vergelijkbaar met de Verboden Stad in Peking. Buiten de stad liggen de tombes van de verschillende keizers aan de Parfum Rivier.

Hue zelf is niet echt een leuke stad. Het is erg chaotisch en er is weinig moois te zien. Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de Citadel, die aan de overkant van de Parfum Rivier ligt. Deze enorme keizerlijke stad was de plek waar de keizers van Vietnam woonden en werkten. Een deel van de stad was alleen voor de keizerlijke familie en hoge mandarijnen toegankelijk, net als de Chinese Verboden Stad. Het is een stad vol prachtige gebouwen, tempels, tụinen en vijvers. Helaas is een belangrijk deel tijdens de oorlog verwoest tijdens het Tet-offensief, dat zich vooral in en rond Hue afspeelde. Wat er over was is vervolgens door de Communisten verwaarloosd, omdat die in het begin weinig moesten hebben van deze overblijfselen van het feodale regime. Gelukkig heeft de Citadel inmiddels de status van Unesco Werelderfgoed, en worden veel gebouwen gerestaureerd of zelfs herbouwd.

Buiten de stad aan de Parfum Rivier liggen de tombes van de verschillende keizers. Drie daarvan heb ik gisteren bezocht. Het zijn enorme complexen, die naast de tombe zelf en een tempel vaak ook prachtige tuinen en vijvers omvatten. Sommige zijn zo mooi, dat de keizer er na de bouw tijdens zijn leven al meer tijd doorbracht dan in de Citadel.

Morgen vlieg ik van Hue naar Hanoi, de hoofdstad van Vietnam in het noorden. Daar wil ik naast het bekijken van deze stad zelf en haar omgeving ook een bezoek brengen aan Halong Bay, een prachtig natuurgebied in Noord-Vietnam. Over een kleine week vlieg ik vervolgens vanuit Hanoi naar Luang Prabang in Laos.

Rare jongens, die Vietnamezen

VietnamIk ben nu bijna twee weken in Vietnam. Naast het bekijken van de vele bezienswaardigheden is een hoogtepunt van reizen in dit soort landen ook altijd het kennismaken met de lokale bevolking en hun cultuur. Vietnamezen zijn over het algemeen erg aardige mensen, die wel wat eigenaardigheden hebben. Een overzicht van wat opmerkelijke feitjes over Vietnam en de Vietnamezen:

  • Vietnamezen zijn dol op toeteren, ze doen het nog meer dan Italianen. Ze toeteren naar alles wat beweegt. Ze toeteren om andere voertuigen te laten weten dat ze er zijn, om je een taxirit aan te bieden, en gewoon omdat iedereen het doet. Het is een oorverdovend lawaai op straat.
  • Je bent in Vietnam al miljonair als je 40 euro (1 miljoen dong) pint.
  • De biljetten van 10.000 en 100.000 dong zien er bijna precies hetzelfde uit. Ideaal voor “vergissingen” bij het teruggeven van wisselgeld.
  • Vietnamezen eten alles wat leeft: kever, slang, sprinkhaan, kikker, eend, eekhoorn, hond. Eet smakelijk!
  • Bij het eten doen de Vietnamezen niet aan verschillende gangen. Alles wordt op tafel gezet wanneer het klaar is. Wanneer je samen met anderen eet kan het dus zijn dat jouw eten veel eerder komt dan dat van anderen. En ik heb verschillende keren Vietnamezen het diner zien beginnen met een ijsje.
  • Vietnamezen houden van losse lettergrepen. Hanoi wordt dus Ha Noi, Dalat wordt Da Lat en cafe is hier Ca Phe.
  • Het schoonheidsideaal is hier: hoe witter, hoe mooier. Vietnamezen doen dan ook alles om zich te beschermen tegen de zon. Bij een beetje zonnestraal gaat er al een paraplu de lucht in of een zonnehoedje op. En ze verkopen hier creme waar de huid witter van wordt (gemaakt door Unilever).
  • Er wordt hier veel geinvesteerd door Nederlandse bedrijven. Overal hangen billboards van Omo en Dutch Lady (melkproducten van Friesland Foods). En niets is stoerder dan een regenponcho of motorhelm met het logo van Philips erop te hebben.
  • Heel veel mensen dragen hier nog de traditionele Vietnamese punthoeden. Niet voor de toeristen, maar gewoon omdat hij zo goed tegen de zon beschermt.
  • Je kunt hier gekopieerde boeken kopen. Hele Lonely Planets waarvan elke pagina nauwkeurig onder de kopieermachine is gelegd en vervolgens is voorzien van een kaft, waardoor het net echt lijkt.
  • En last but not least: Vietnamese minibusjes spelen de lambada wanneer ze achteruit rijden!

Hoi An en My Son

VietnamIn de nacht van zondag op maandag ben ik met de nachtbus van Nha Trang naar Hoi An gereden. In deze nachtbus zaten geen gewone stoelen, maar een soort stapelbedden, zodat reizigers kunnen slapen. Dat lijkt comfortabel, maar omdat deze bedden op de maat van de (kleine) Vietnamees zijn gemaakt en omdat de weg nog al hobbelig is, heb ik toch nauwelijks geslapen. Gelukkig vond ik snel een leuk hotel (An Huy) midden in de oude stad, waar ik ondanks het vroege tijdstip (07:00 uur) meteen in mijn kamer kon, waardoor ik gisteren eerst een paar uurtjes kon slapen voordat ik de stad ben gaan verkennen.

Hoi An is een erg gezellig oud havenstadje. Enkele eeuwen geleden was dit een van de belangrijkste Aziatische handelshavens voor onder meer Nederland. Nu is de belangrijkste handel die er plaats vindt het binnen 24 uur vervaardigen van spotgoedkope maatpakken en andere soorten kleding voor toeristen. Maar daarnaast is er nog veel te zien, zoals de huizen waar de verschillende Chinese gemeenschappen van de stad samen kwamen, verschillende tempels en pagodes en een Japanse overdekte brug. Op de kade aan de rivier zijn veel gezellige restaurantjes.

Vanochtend heb ik My Son bezocht. Net als Po Nagar bij Nha Trang (zie een eerdere log) is dit een heiligdom van de Cham. My Son ligt in de jungle op zo’n 50 km van Hoi An. Het tempelcomplex is veel groter en was veel belangrijker dan de torens bij Nha Trang, maar met name omdat de Amerikanen het grotendeels hebben platgebombardeerd is er veel minder van over. Toch is het, met name door de ligging in de jungle en de omvang van de ruines, nog altijd een spectaculaire bezienswaardigheid.

Morgenochtend neem ik de bus naar Hue, de laatste tussenstop op mijn reis van Zuid naar Noord in Vietnam voordat ik in Hanoi aankom.

Strand en Cham torens

VietnamVandaag heb ik nog doorgebracht in de badplaats Nha Trang. Zo direct ga ik nog even wat eten en daarna vertrek ik met de nachtbus naar Hoi An, waar ik morgenochtend vroeg arriveer na zo’n 11 uur in de bus.

Het was een echt regeldagje vandaag. Zo heb ik vanochtend bij een kantoortje van Vietnam Airlines twee vliegtickets gekocht: een binnenlandse vlucht volgende week zaterdag van Hue naar Hanoi en een vlucht voor donderdag over anderhalve week van Hanoi naar Luang Prabang in Laos. Ik kies voor vliegen, omdat het enige alternatief een zeer lange en oncomfortabele busreis is (meer dan 12 uur van Hue naar Hanoi en meer dan 24 uur van Hanoi naar Laos). Beide tickets samen kosten nog geen 150 euro.

Nadat ik een aantal dingen had geregeld heb ik een wandeling langs het strand gemaakt en heb ik een heerlijke salade met gerookte kip en gorgonzola gegeten en een ijskoude kokosnoot leeggedronken op het terras van de Sailing Club, een strandpaviljoen. Voor Vietnamese begrippen een nogal dure lunch (bijna 200.000 dong), maar omgerekend naar euro’s kostte het me nog geen 7 euro. Dat had ik er wel voor over om even lekker in het zeebriesje te kunnen lunchen en de hitte van de stad even te ontsnappen.

Het grote voordeel van Nha Trang is overigens dat hier veel niet-Aziatische restaurantjes zijn. Dat is wel eens lekker na anderhalve week noedels en rijst. Zo heb ik eergisteren heerlijk Mexicaans gegeten bij El Coyote. De eigenaar van dit restaurant stamt af van Vietnamezen, Laotianen, Fransen en Amerikaanse Cheyenne-indianen.

Na de lunch heb ik vanmiddag nog een taxi gepakt naar de Po Nagar Cham torens. De Cham waren de inwoners van het koninkrijk Champa, dat van de 7de tot begin 19de eeuw gevestigd was in Midden-Vietnam. De Cham zijn Hindoes en zijn waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Indonesie. Hun tempels zijn een soort torens die in bouwstijl wat doen denken aan Angkor in Cambodja. De Po Nagar torens bij Nha Trang zijn een goed bewaard voorbeeld. Deze torens worden nog altijd als heiligdom gebruikt, met name door de Hindoistische afstammelingen van het Cham volk. Over een paar dagen zal ik ook nog My Son bij Hoi An bezoeken, de belangrijkste overblijfselen van de Cham cultuur, al zijn die wel minder goed bewaard omdat ze door de Amerikanen zijn gebombardeerd.

Dalat en Nha Trang: kitsch en Miss Universe

VietnamMijn vorige log schreef ik vanuit Dalat, een stadje in de bergen ten noorden van Saigon. Daar heb ik donderdag, na het schrijven van mijn vorige bericht, de stad bekeken. Dalat is een bestemming die met name erg populair is bij Vietnamese vakantiegangers. En blijkbaar hebben die niet een al te beste smaak, want Dalat is een stadje vol kitsch.

Dalat ligt aan een meer, waar je in bootjes in de vorm van zwanen rond kunt varen. Ze hebben een namaak Eiffeltoren en een bloementuin waar je te midden van de bloemen op de foto kunt op een koest met een pony ervoor (de koest kan niet rijden!). Het interessantste stuk kitsch is nog wel het ‘Crazy House’, een hotel in de vorm van een enorme boomstronk, ontworpen door de dochter van een van de vorige presidenten van Vietnam.

Na Dalat ben ik gisteren met de bus naar Nha Trang gereden, een grote badplaats aan de kust. Hier wordt op dit moment de internationale Miss Universe verkiezing gehouden. Daar merk je overigens weinig van, want het spektakel vindt plaats in een luxe resort iets buiten de stad en naar het schijnt komen de missen daar niet uit. Jammer…

Vandaag heb ik een boottocht langs een aantal eilandjes voor de kust gemaakt. Daar kon je zwemmen en snorkelen. Echt veel spectaculairs viel er onder water niet te zien (misschien ben ik wat verwend na Belize vorig jaar), maar er waren wel leuke baby-kwalletjes en ik heb gezwommen tussen de vliegende vissen. Ook kregen we een heerlijke lunch aan boord van de boot en was er een drijvende bar in het water tijdens het zwemmen.

Morgen neem ik de nachtbus naar Hoi An. Ik kan morgen overdag dus nog wat meer van deze stad zien. Maar ik moet ook wat dingen regelen, zoals een vliegticket naar Laos. Dat hoop ik hier morgen te kunnen boeken bij een kantoortje van Vietnam Airlines.

Mekong Delta

VietnamMaandag en dinsdag heb ik vanuit Saigon een tweedaagse excursie naar de Mekong Delta gedaan. Deze delta omvat het deel van Vietnam dat ten zuiden van Saigon ligt, en dat wordt doorsneden door vele rivieren, kreken en kanalen die worden gevoed door de Mekong. De Mekong laat hier zeer vruchtbaar slib achter, waardoor er in de Mekong Delta veel landbouw is, met name van rijst en fruit. Ik heb deze excursie geboekt via reisbureau Sinh Cafe, omdat het op eigen gelegenheid nauwelijks mogelijk is in korte tijd veel van de delta te zien.

De Mekong is een van de langste rivieren ter wereld en loopt via Tibet, China, Birma, Laos, Thailand en Cambodja naar Zuid-Vietnam, waar de rivier zich splitst in negen grote takken en vele honderden kleinere riviertjes, die elk door de Mekong Delta naar de Zuid-Chinese Zee stromen. Later tijdens deze reis zal ik de Mekong nog een keer tegenkomen, een stuk verder stroomopwaarts wanneer ik in Laos ben.

Tijdens de tweedaagse tour door de Mekong Delta hebben we verschillende boottochten gemaakt, onder andere langs twee drijvende markten. Deze zijn wat minder kleurrijk dan de beroemde markten bij Bangkok in Vietnam, maar dan ook wel een stuk authentieker. Ook voeren we door kleine kanalen langs huizen langs het water en woonboten, waarin de bewoners van de Mekong Delta wonen, en langs tuinen, rijstvelden en akkers. De overnachting was in Can Tho, de grootste stad van de Mekong Delta. Deze stad heeft een mooie rivieroever, waar leuke restaurantjes aan het water gevestigd zijn.

De tour eindigde weer in Saigon. Woensdagochtend heb ik hier de bus gepakt naar Dalat, waar ik nu ben. Dit is een vakantieoord dat in de bergen ligt, waardoor het hier een stuk koeler is dan in Saigon. Hier ga ik vandaag de stad bekijken. Morgen reis ik verder naar Nha Trang, aan het strand.

Cu Chi tunnels en Cao Dai tempel

VietnamZondag heb ik vanuit Saigon tijdens een dagexcursie de Cu Chi tunnels en de belangrijkste Cao Dai tempel bezocht. Als eerste ging de reis naar Tay Ninh, waar het belangrijkste heiligdom van de Cao Dai is gevestigd. Cao Dai is een Vietnamese religie, die elementen uit het boedisme, christendom, islam, taoisme en confucianisme combineert. Centraal in de tempels staat het alziend oog, dat de god symboliseert. De mis is zeer kleurrijk, omdat priesters via de kleur van hun gewaden aangeven of ze zich meer verbonden voelen met bijvoorbeeld het christendom of het taoisme.

Na de mis in de Cao Dai tempel gingen we naar Cu Chi. De Cu Chi tunnels zijn tijdens de oorlog gegraven door communistische guerillastrijders van de Vietcong, die vanuit hier streden tegen de Amerikanen. Het is een enorm ondergronds gangenstelsel in de jungle, waar de communisten ongezien in konden vluchten wanneer de Amerikanen hen op de hielen zaten of wanneer er bombardementen plaast vonden. Het gehele gebied zit vol met boobytraps, waardoor het voor de Amerikanen nauwelijks mogelijk was hier succesvol de communisten te bestrijden.

Het is indrukwekkend om te zien tot wat voor ingenieuze tunnelbouw de communisten in staat bleken, waarmee men zich effectief kon verzetten tegen de Amerikanen. Wel is het opvallend wat voor toeristisch circus de Vietnamezen er inmiddels omheen hebben gebouwd. Je kunt als je wilt zelfs met een AK-47 schieten op een enorme schietbaan. Dat heb ik maar niet gedaan. Een beetje vreemd om op een plek waar zoveel Vietnamezen en Amerikanen zijn omgekomen voor je plezier met de wapens te schieten die daarvoor verantwoordelijk waren…

Wel ben ik zelf door een van de tunnels gekropen. Hoewel deze zijn vergroot zodat de grote en dikke toeristen er in passen, blijft het een zeer benauwde ervaring. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat mensen hierin lange tijd doorbrachten, terwijl boven hun hoofd onophoudelijk Amerikaanse bommen werden gedropt.

Saigon: scooter chaos en oorlogsherinneringen

VietnamNa een korte vlucht vanuit Singapore ben ik gisteren aangekomen in Ho Chi Minh City, dat door vrijwel iedereen overigens nog gewoon Saigon wordt genoemd. Saigon is een enorme stad. De brede wegen worden overspoeld door auto’s en vooral miljoenen brommers en scooters. Deze houden zich aan geen enkele verkeersregel. Bovendien zijn er vrijwel geen oversteekplaatsen voor voetgangers. De enige manier om naar de overkant van een weg te komen is dus gewoon maar gaan lopen. De scooters weten je wonderwel te ontwijken, zolang je maar doorloopt in hetzelfde tempo en niet opeens stil gaat staan midden op straat.

Vandaag heb ik het centrum van Saigon verkend. Veel dingen die hier te zien zijn herinneren aan de Vietnamoorlog. Zo is er het oorlogsmuseum, waar de gruwelijkheid en zinloosheid van de oorlogen die achtereenvolgens de Fransen en de Amerikanen hebben uitgevochten tegen de communisten duidelijk wordt gemaakt aan de hand van vele foto’s, filmbeelden en voorwerpen. Een speciale zaal is gewijd aan de protesten die wereldwijd tegen de Vietnamoorlog ontstonden. Hier zijn ook foto’s en posters van de protesten in Nederland te zien.

Vanmiddag heb ik in de backpackersstraat van Saigon (De Tham) verschillende tours en vervoer voor de komende dagen geboekt, naar plekken waar je moeilijk zelf kan komen. Ik heb deze geboekt bij het bekendste backpackers reisbureautje van Saigon, Sinh Cafe. Overigens is dit reisbureau zo populair, dat er overal in de buurt reisbureautjes met dezelfde naam zijn opgericht. Dat is een van de nadelen van het communistische systeem hier: merkenrecht wordt niet erkend. Daardoor kunnen ook slechte reisbureaus gewoon de naam overnemen van een goed reisbureau, in de hoop dat toeristen daar intrappen in een stad waar straatnamen en huisnummers toch nauwelijks aangegeven worden.

Als het goed is heb ik echter geboekt bij het juiste Sinh Cafe. Morgen ga ik naar de Cu Chi Tunnels, tunnels waar de Vietcong zich in verschransten en vochten tegen de Amerikanen. Ook zal ik de belangrijkste kerk van de Cao Dai bezoeken, een lokale religie die verschillende godsdiensten combineert. Maandag en dinsdag ga ik naar de Mekong Delta ten zuiden van Saigon. Dinsdag begint vervolgens mijn reis richting het noorden van Vietnam per openbaar vervoer, waar ik inmiddels ook het eerste buskaartje voor heb gekocht.

Singapore

SingaporeDe reis is begonnen. Op dit moment ben ik op de (prachtige) luchthaven van Singapore, waar overal gratis internetzuilen staan. Dat zouden ze op Schiphol ook moeten doen. Op zo’n zuil schrijf ik dus deze blog. Straks vlieg ik van Singapore verder naar Ho Chi Minh City (Saigon) in Vietnam. De afgelopen twee dagen heb ik hier in Singapore doorgebracht.

Singapore is een vreemd land. Het is overal erg schoon en mooi, de straten zijn (ook ‘s nachts) erg veilig en het lijkt economisch zeer voorspoedig te gaan. Maar daar staat tegenover dat er hier geen echte democratie bestaat en dat er voor de kleinste overtredingen enorme straffen (inclusief stokslagen of zelfs de doodstraf) staan. Tja, hoeveel vrijheid wil je inleveren om in een schone, veilige en rijke stad te leven? Ik zou hier in ieder geval niet willen wonen.

Dat neemt niet weg dat het leuk is om hier twee dagen door te brengen. Woensdagochtend kwam ik om 6:00 uur ‘s ochtends aan met de vlucht vanuit Nederland. Het was zelfs op dat tijdstip al erg heet: ruim 30 graden en zeer vochtig. Dat zou later op de dag alleen maar erger worden. Na een paar uurtjes slaap in mijn hotel heb ik woensdag eerst de oude koloniale binnenstad en Chinatown verkend. De oude binnenstad ligt rond een groot grasveld, de Panang, waar omheen historische gebouwen liggen. Chinatown ligt aan de overkant van Singapore River, tussen de hoge wolkenkrabbers. Hier zijn verschillende prachtige Chineze tempels te vinden. Aan de Singapore River zijn talrijke gezellige terrasjes en restaurantjes aan Boat Quay. Daar kun je ook ‘s avonds leuk eten aan de rivier, terwijl het langzaam weer afkoelt tot een graad of 30.

Donderdagochtend ben ik naar Little India en de moslimwijk geweest. Ook heb ik Orchard Road bezocht, waar tal van enorme airconditioned shopping malls gevestigd zijn. Vervolgens heb ik ‘s middags en ‘s avonds doorgebracht in Singapore Zoo, een van de mooiste dierentuinen ter wereld. Alle dieren leven in zeer ruime en natuurgetrouwe onderkomens. Het hoogtepunt is de grote groep orang oetans, die vrij kunnen bewegen door de bomen in een groot deel van de dierentuin. Naast de Singapore Zoo is de Night Safari gevestigd, die alleen ‘s avonds geopend is. Hier kun je allerlei (met name Aziatische) nachtdieren ‘s nachts bekijken.