Meer

Archive | juli, 2009

Leon

NicaraguaIk heb het meest noordelijk punt van mijn reis bereikt: de stad Leon in Nicaragua. Vanaf nu reis ik terug richting het zuiden, om uiteindelijk over anderhalve week weer uit te komen in Panama City, het meest zuidelijke punt van mijn reis. Van daaruit vlieg ik terug naar Nederland.

Leon is een heel andere stad dan Granada. Beide zijn mooie koloniale steden, maar Leon is duidelijk veel minder goed onderhouden en gerestaureerd dan de rijkere zuidelijke rivaal, en er zijn nog minder toeristen dan in Granada. Leon is veel meer een echt Latijns-Amerikaanse stad: chaotisch, veel autoverkeer en niet al te schoon. Ook is de armoede van een groot deel van de bevolking duidelijker zichtbaar dan in Granada. Maar dat neemt niet weg dat er heel wat moois te zien valt. Zo heeft Leon de grootste kathedraal van Midden-Amerika, volgens de legende omdat de bouwtekeningen van de kerk per ongeluk werden verwisseld met die van de kathedraal van het toen veel belangrijkere Lima in Peru. Ook heeft Leon een mooi museum met onder meer schilderijen van Rubens en Picasso, die overigens gewoon met een stoffer worden afgestoft.

De studentenstad Leon is de bakermat van de linkse revolutionaire Sandistenbeweging FSLN, die in 1979 de dictatorfamilie Somoza verdreef. Dat merk je niet alleen aan de vele rood-zwarte FSLN-vlaggen, maar vooral ook aan de vele muurschilderingen die belangrijke gebeurtenissen uit de revolutie verbeelden of die de spot drijven met de Amerikanen, die lange tijd de Somoza´s bleven steunen.

Vanmiddag ga ik nog naar de wijk Sutiava, de indiaanse wijk van de stad. Net als verschillende middeleeuwse steden aparte joodse wijken hadden, hadden steden in Nicaragua vaak een aparte wijk voor de inheemse indiaanse bevolking. Die van Leon bestaat nog altijd, en er is onder meer een kerk te zien waar behalve het kruis ook een afbeelding van de zon wordt aanbeden, als verbeelding van de indiaanse zonnegod.

Voor de Utrechtse lezers van mijn website: Leon is jullie zusterstad. Zestien verschillende Nederlandse steden hebben een stedenband met een Nicaraguaanse stad. De stedenbanden staan vooral in het teken van ontwikkelingssamenwerking, vergelijkbaar met de stedenband die Haarlem heeft met de Zimbabwaanse stad Mutare. Ook andere steden waar ik deze reis doorheen ben gekomen hebben banden met Nederlandse steden. Zo heeft de hoofdstad Managua een stedenband met Amsterdam en heeft de stad Massaya, die tussen Managua en Granada ligt, een stedenband met Nijmegen. Eén stad in Nicaragua heeft zelfs een stedenband met twee verschillende Nederlandse steden: Juigalpa is zowel bevriend met Den Haag als met Leiden.

Kleurrijk Granada

NicaraguaEr zijn steden in de wereld waar je je meteen thuis voelt, hoe ver ze ook van huis liggen. Voorbeelden zijn Antigua in Guatemala, Luang Prabang in Laos en Cuzco in Peru. Het zijn cosmopolitische steden, bevolkt door een gezellig mix van lokale bevolking en reizigers. Er zijn veel leuke hotels en restaurantjes, perfect om een paar dagen te relaxen. Ook Granada in Nicaragua is zo´n stad.

Granada ligt aan het Meer van Nicaragua, ten zuiden van hoofdstad Managua. De stad wordt gekenmerkt door de bont gekleurde gebouwen, vaak nog stammend uit de koloniale tijd. Veel vervoer gaat nog per paard en wagen en verschillende straten zijn grotendeels autovrij, waardoor het prettig wandelen is. Veel bijzondere bezienswaardigheden heeft Granada niet, het is vooral het wandelen door de straten langs de vele koloniale kerken en huizen dat de reizigers naar de stad trekt.

Ik verblijf hier overigens in een bijzonder hotel: Hotel con Corazon (Hotel met een Hart). Dit is een Nederlands hotel, waarvan de opbrengst geheel gaat naar onderwijsprojecten voor de lokale jeugd. De prijs van het hotel (ca 40 euro per nacht) is wat boven het budget dat ik hier meestal uitgeef aan hotels, maar het geld is goed besteed want het hotel is echt heel mooi in een koloniaal gebouw en de opbrengst gaat ook nog eens naar een goed doel waar de lokale bevolking van profiteert. Bovendien krijg je pindakaas bij het ontbijt, wat wil je nog meer…

Morgen reis ik door naar de grote rivaal van Granada: de stad Leon in het noorden van Nicaragua. Granada en Leon zijn het Amsterdam en Rotterdam van Nicaragua. Granada is altijd een conservatieve stad geweest, terwijl Leon de bakermat is van de linksere liberalen. Zij hebben eeuwenlang een strijd gevoerd wie de hoofdstad mag zijn, en verschillende keren brandde de ene stad de andere plat. Uiteindelijk werd als compromis het toen nog kleine dorpje Managua als hoofdstad gekozen, maar de rivaliteit tussen Granada en Leon bleef bestaan, ook tijdens de strijd tussen conservatieven en Sandinisten eind vorige eeuw. Gelukkig is de vrede voorlopig weergekeerd en komt de rivaliteit alleen nog tot uiting op het honkbalveld, de nationale sport van Nicaragua.

Isla Ometepe

NicaraguaEen nieuwe vlag naast dit bericht, dus een nieuw land: ik ben in Nicaragua. Woensdag ben ik de grens overgestoken vanuit Costa Rica. De grensovergang tussen Costa Rica en Nicaragua is de vervelendste die ik tot nu toe heb meegemaakt: lange rijen, hoge belastingen (of steekpenningen, dat weet je hier nooit helemaal zeker), lang wachten en erg onoverzichtelijk. Maar uiteindelijk is het gelukt en ben ik na drie verschillende bussen en een veerpont aangekomen op mijn eerste bestemming in Nicaragua: Isla Ometepe.

Ometepe is een eiland in het reusachtige Meer van Nicaragua, dat zo groot is dat het meer lijkt op een zee dan op een meer. Het eiland bestaat eigenlijk alleen uit twee vulkanen, die met elkaar worden verbonden door een kleine landtong. De vulkanen zijn begroeid met jungle, waarin brulapen en vele vogels leven. Op verschillende plekken zijn meer dan duizend jaar oude petrogliefen van de inheemse bevolking te vinden.

Vandaag heb ik met een omgebouwde Amerikaanse schoolbus, die hier als reguliere bussen worden gebruikt, een rondje over het eiland gemaakt. Ik heb onder andere een kerkje bezocht waar in de tuin verschillende indiaanse petrogliefen staan. Morgen reis ik terug naar het vasteland van Nicaragua, om de koloniale stad Granada te bezoeken.

Een hotel aan de langste weg ter wereld

Costa RicaZo af en toe kom je tijdens een reis op een plek die wat tegenvalt. Liberia is zo´n plek. Het is een stadje in de provincie Guanacaste, vlakbij de grens met Nicaragua. Liberia is eigenlijk gewoon een saai provinciestadje, waar weinig te doen is. Je moet enkel oppassen geen rotte mango op je hoofd te krijgen uit de vele mangobomen langs de kant van de weg.

Wat wel leuk is, is dat mijn hotel direct aan de Interamericana is gelegen, zoals de Pan-American Highway in Midden-Amerika wordt genoemd. Deze langste weg ter wereld verbindt het gehele Amerikaanse continent van Alaska in het noorden tot Chili en Argentinië in het zuiden. De weg gaat door vijftien verschillende landen. Slechts 87 kilometer weg ontbreekt nog: de Darian Gap in de jungle op de grens tussen Panama en Colombia. Maar in theorie kom ik als ik vanuit mijn hotel naar rechts ga uit in Alaska vlakbij de noordpool, en als ik naar links ga in Ushuaia vlakbij de zuidpool.

Morgen reis ik over de Interamericana een stuk naar het noorden, naar Nicaragua. Daar zal ik eerst het vulkaaneiland Isla Ometepe in het Meer van Nicaragua bezoeken. Vervolgens wil ik doorreizen naar de koloniale steden Granada en Leon.

Aapjes kijken in Manuel Antonio

Costa RicaIn Costa Rica komen vier soorten apen voor, en ik heb ze inmiddels allemaal gezien. Ten eerste zijn er de brulapen, die je overal hoort brullen tegen elkaar om hun territorium af te bakenen. Ten tweede zijn er verschillende soorten slingerapen, die met hun lange armen razendsnel van boom naar boom slingeren. Ten derde leven er in Costa Rica de brutale kapucijnerapen, herkenbaar aan hun witte kopjes. En tenslotte heb je de zeldzame doodshoofdaapjes, kleine zeer schattige aapjes met grote ogen, in Nederland vooral bekend van de Apenheul.

Brulapen, slingerapen en kapucijnerapen had ik al eerder tijdens deze reis gezien, in Tortuguero en Montezuma. Vandaag heb ik het nationaal park Manuel Antonio bezocht, een van de weinige plekken in Costa Rica waar je met een beetje geluk doodshoofdaapjes kan zien. Ik had vandaag geluk: vlakbij het strand speelde een hele groep doodshoofdaapjes in de bomen.

Manuel Antonio is een vrij klein nationaal park, gelegen aan het strand van de Stille Oceaan. Er lopen slechts een paar paden door, meestal langs prachtige stranden begrensd door het tropisch regenwoud. Ik verblijf in een hotel vlak naast het park, in het kleine badplaatsje dat naar dezelfde naam luistert. Gisteren ben ik hier vanuit Montezuma naartoe gekomen, onder andere met een speedboottaxi tussen Montezuma en Jaco. Een nat tripje, maar veel sneller dan de tocht over de onverharde weg en met de veerpont die ik op de heenweg heb gemaakt. Bovendien kun je onderweg dieren zien: ik heb onder meer dolfijnen en twee parende reuzenschildpadden gezien. Best schattig, beetje op elkaar liggend rond peddelend op zee. Alles heel langzaam, uiteraard…

Voorlopig was dit het laatste strand wat ik zie, de komende twee weken zal ik in het binnenland doorbrengen. Morgen reis ik naar het stadje Liberia, vlakbij de grens met Nicaragua. Van daaruit zal ik dinsdag de grens met Nicaragua oversteken. Helemaal aan het einde van mijn reis ga ik opnieuw naar zee, ditmaal naar de Caribische kust van Costa Rica en Panama.

Montezuma

Costa RicaDoordat Costa Rica op een vrij smalle strook land ligt tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan heeft het land veel stranden. Sommige stranden zijn vooral populair bij Amerikaanse massatoeristen, anderen worden vooral bezocht door backpackers. Zo’n backpackersstrand is Montezuma, een klein afgelegen dorpje aan de zuidpunt van het Nicoya schiereiland aan de Stille Oceaan. Om er te komen moet je een veerpont nemen en vervolgens over onverharde wegen door de jungle rijden.

In Montezuma hangt een erg relaxed sfeertje. Er is niet veel te doen, behalve wandelen en zwemmen op de vrijwel verlaten palmenstranden rond het dorp. In het dorp zelf zijn een aantal hostels en restaurantjes en overal kun je heerlijke tropische fruitshakes drinken. In de bomen in en rond het dorp zijn regelmatig groepjes kapucijneraapjes te zien. Ik heb een kamer is een hostel boven een restaurant midden in het dorp waar elke avond (hele slechte) films worden vertoond, op nog geen vijftig meter lopen van het strand. Een prima plek om een paar dagen door te brengen tussen alle bezoeken aan natuurparken door.

Morgen vaar ik met een speedboot richting Manuel Antonio. Daar is een nationaal park aan het strand waar als het goed is heel veel apen te zien zijn, waaronder de zeldzame squirrel monkey (ik heb geen idee wat de Nederlandse naam daarvoor is). Daar blijf ik twee dagen, om vervolgens via Liberia naar Nicaragua te reizen.

Het nevelwoud van Monteverde

Costa RicaCosta Rica is een belangrijke trekpleister voor reizigers die geïnteresseerd zijn in natuur, vooral omdat het kleine land zoveel verschillende ecosystemen kent. In Tortuguero bezocht ik al het tropisch regenwoud, nu ben ik in Monteverde waar op de bergen nevelwoud groeit.

Tropisch nevelwoud is een zeldzaam ecosysteem, dat slechts op enkele plekken in de wereld voorkomt. Het wordt gekenmerkt doordat het tegen berghellingen aanligt waar warme en koude lucht met elkaar in botsing komt waardoor nevel ontstaat. Er hangt dus vrijwel altijd mist in het nevelwoud en het is er extreem vochtig. Door deze hoge vochtigheidsgraad zijn alle bomen begroeit met dikke pakken mos, varens, orchideën en bromelia´s. Een spectaculair gezicht.

Vanochtend heb ik drie uur rondgewandeld door het nevelwoud. Helaas heb ik daarbij weinig dieren gezien, alleen wat brulapen, heel veel insecten en verschillende kleine vogels. Door de mist en de dichte begroeiing is het lastig om dieren te spotten, maar het nevelwoud zelf is prachtig en bijzonder om doorheen te wandelen.

Bij Monteverde ligt het plaatsje Santa Elena, dat echt een backpackersplaatsje is met veel leuke hostels en restaurants. Ik slaap in een hostel met vanaf het terras op het dak prachtig uitzicht over de omliggende heuvels. Mijn favoriete restaurant in Santa Elena is een restaurant dat geheel om een boom is heen gebouwd. Je eet er heerlijk Mexicaans tussen de takken van deze boom. Morgen reis ik verder naar Montezuma, een afgelegen plaatsje aan de Grote Oceaan.

Tortuguero: schildpadden en regenwoud

Costa RicaTortuguero is een klein plaatsje aan de Caribische kust, dat alleen per boot of per vliegtuig bereikbaar is. Naast het dorpje ligt het nationaal park Tortuguero, een tropisch regenwoud dat wordt doorsneden door tal van kanalen en kreken. Aan het water liggen verschillende ecolodges.

Ik heb het weekend doorgebracht in Mawamba Lodge. Een prachtige ecolodge, van waaruit ik verschillende tochten per boot door de jungle heb gemaakt. Ik heb daarbij onder meer brulapen, luiaards, aligators, leguanen, gifkikkertjes en heel veel prachtige vogels gezien. Maar het bijzonderste was wel een nachtelijke tocht over het strand onder begeleiding van een gids, op zoek naar nestelende zeeschildpadden.

Tortuguero betekent schildpadjager in het Spaans. Het jagen op de enorme zeeschildpadden die op het strand bij Tortuguero hun eieren komen leggen was jarenlang de belangrijkste bron van inkomsten van de bewoners van Tortuguero. Nadat het jagen op de met uitsterven bedreigde schildpadden in Costa Rica werd verboden en het gebied een nationaal park werd is toerisme de belangrijkste bron van inkomsten geworden. Van juli tot september wordt er nu opnieuw gejaagd op schildpadden, maar nu niet door jagers om hun vlees en eieren maar door toeristen die de nestelende schildpadden komen bekijken.

Het is een erg indrukwekkend gezicht om een enorme schildpad uit de zee te zien kruipen om eieren te leggen. Onder het licht van de sterren (zaklampen zijn verboden om de schildpadden niet te storen) zie je de schildpad een enorm gat graven, daarin haar eieren leggen, het gat weer zorgvuldig afdekken en terug in zee kruipen. En dat alles op een prachtig strand tussen de palmbomen. Een mooiere plek om je eieren te leggen is bijna niet denkbaar! De schildpadden komen overigens naar precies dezelfde plek om te nestelen waar zij zelf ooit uit het ei zijn gekropen. Wetenschappers tasten in het duister hoe ze die plek weten terug te vinden.

Inmiddels ben ik na een nacht in San Jose in Monteverde aangekomen, een gebied in de bergen dat bekend staat om het tropisch nevelwoud. Het plaatsje dat bij Monteverde ligt is Santa Elena, een echt backpackersdorpje met verschillende leuke hostels en hotels. Morgen ga ik van hieruit het nevelwoud van Monteverde bekijken.

San Jose en omgeving

Costa RicaSan Jose is de hoofdstad van Costa Rica. Hier ben ik na twee dagen in Panama City naartoe gevlogen. San Jose is een erg rommelige stad, met weinig echte bezienswaardigheden. Er is een mooi oud theater en twee musea met precolombiaanse kunstvoorwerpen (het Jade Museum en het Goud Museum), maar dan heb je heel San Jose ook wel meteen gezien.

Gelukkig is de omgeving van San Jose wel erg mooi. San Jose ligt in de centrale vlakte van Costa Rica, die wordt omgeven door verschillende vulkanen. Ik heb een bezoek gebracht aan de Poas vulkaan, een actieve vulkaan waar je tot aan de kraterrand kan wandelen. Een indrukwekkend gezicht. Ook heb ik de watervallen van La Paz bezocht. Deze watervallen liggen in het regenwoud. Behalve de watervallen is er ook een prachtig aangelegde tuin met verschillende dieren, waaronder veel prachtige gekleurde kolibries.

De afgelopen drie dagen heb ik doorgebracht in een junglelodge in het tropisch regenwoud van Tortuguero. Dit waterrijke natuurgebied is gelegen aan de Caribische kust. Ik heb hier veel dieren gezien, waaronder ´s nachts op het strand nestelende zeeschildpadden. Daarover zal ik morgen proberen te bloggen.

Panama City

PanamaNa een vlucht van elf uur ben ik dinsdagavond aangekomen in Panama City, de hoofdstad van Panama. Dat aankomen was nog behoorlijk ingewikkeld, want de radar van het vliegveld had het begeven. De Panamezen moesten dus alle vliegtuigen handmatig naar de grond begeleiden, met een flinke pauze tussen elk vliegtuig om het veilig te kunnen doen. We hebben dus heel wat rondjes boven Panama gecirkeld voor we konden landen.

Vandaag heb ik de bekendste attractie van Panama bezocht: het Panamakanaal. Dit kanaal verbindt de Atlantische Oceaan met de Grote Oceaan. Het voorkomt dat schepen twee maanden om Zuid-Amerika moeten varen. Omdat het Panamakanaal een flinke hoogte moet overbruggen zijn er in het kanaal drie enorme sluizen. Ik heb de Miraflores sluizen bezocht. Enorme vrachtschepen werden hier omhoog en omlaag gebracht. De breedte past meestal om enkele tientallen centimeters precies, omdat alle grote oceaanschepen qua breedte zijn gebouwd op de breedte van het Panamakanaal. Overigens wordt er op dit moment gewerkt aan een verbreding van het kanaal. Dit wordt uitgevoerd door een Nederlands bedrijf.

Na het Panamakanaal heb ik vandaag ook een bezoek gebracht aan de oude wijk Casco Viejo. Dit oude centrum van de stad is de afgelopen eeuw behoorlijk in verval geraak, maar beleeft op dit moment een revival. Er vestigen zich steeds meer hotels en restaurants en zelfs de president is hier kort geleden komen wonen. Op elke hoek van de straat staan politieagenten met geweren om de veiligheid te garanderen en het is er prettig wandelen, maar zodra je een straat te ver loopt sta je in de krottenwijken van de stad.

Morgen vlieg ik door naar San Jose, de hoofdstad van Costa Rica. Helemaal aan het eind van mijn reis keer ik nog terug in Panama City, voordat ik vanuit hier weer terugvlieg naar huis.

Vakantie!

Donderdag 2 juli was de laatste raadsvergadering voor de zomer. Het was nog een lange vergadering. Ik voerde zelf onder meer het woord over DSK (zie een eerdere blog), maar verder stonden onder andere ook het PvdA-initiatiefvoorstel Groen Spelen, het Scharrelbosje, de verkoop van de Nuon-aandelen en de Tunnelstudie Zuidtangent op de agenda. 

Tot 17 augustus is het reces, en dus tijd voor vakantie. De komende weken ga ik backpacken in Panama, Costa Rica en Nicaragua. Dinsdag vlieg ik naar Panama City. Na een kort bezoek aan deze stad (en natuurlijk het Panamakanaal) vlieg ik door naar San Jose, de hoofdstad van Costa Rica. Van daaruit zal ik vier weken door Costa Rica en Nicaragua trekken, om uiteindelijk weer te eindigen in Panama City. Zaterdag 8 augustus ben ik weer terug in Nederland.

PanamaCosta RicaNicaragua

Mijn precieze reisplannen liggen nog niet vast, maar enkele hoogtepunten van mijn reis worden waarschijnlijk de jungle van Tortuguero (met hopelijk op het strand eieren leggende schildpadden), het nevelwoud van Monteverde, de historische koloniale steden Granada en Leon in Nicaragua, het vulkaaneiland Isla Ometepe en de caribische eilanden Bocas del Toro.

Net als de afgelopen jaren (2006 Zuid-Afrika, 2007 Guatemala, Belize, Mexico en Honduras en 2008 Vietnam, Laos en Singapore) zal ik ook dit jaar op deze website weer een weblog bijhouden tijdens mijn reis. De komende weken dus even geen politiek op deze website, dat komt vanaf begin augustus weer.

Doorgaan met DSK

De PvdA ziet niets in de oproep van de VVD om fase 2 en 3 van het DSK-plan voorlopig niet uit te voeren. De PvdA stemde dan ook in met een krediet om de haalbaarheid van fase 2 en 3 verder te onderzoeken. Op het DSK-terrein aan de Prins Bernardlaan wordt o.a. het voetbalveld verplaatst en krijgt de Martin Luther Kingschool een nieuw onderkomen, waardoor ruimte ontstaat voor woningbouw (zie een eerdere blog).

Het DSK-terrein aan de Prins Bernardlaan werd tot voor kort geheel gebruikt door voetbalclub DSK. Door het voetbalveld en de hiernaast gelegen speeltuin en peuterspeelzaal te verplaatsen ontstaat er ruimte voor woningbouw. Dit is een goed voorbeeld van slim omgaan met de beperkte ruimte. Door een betere indeling van het gebied blijven belangrijke voorzieningen voor de buurt (voetbalclub, peuterspeelzaal, school en speeltuin) behouden, maar ontstaat er ook ruimte voor nieuwe woningen.

Het DSK-plan: wonen rond het voetbalveld

Het project is verdeeld in drie fasen. Fase 1 is op dit moment in uitvoering en omvat de aanleg van een kunststofspeelveld en een nieuwe clubaccommodatie voor DSK en de bouw van woningen (‘De Flank’). Fase 2 bestaat uit de nieuwbouw van de Martin Luther King-school inclusief peuterspeel- en gymzaal en de realisatie van appartementen op het Van Zeggelenplein. Fase 3 omvat tenslotte de sloop van de huidige school. Na deze sloop kan daar nieuwbouw van eengezinswoningen en de speeltuin gerealiseerd worden.

Het probleem is dat op fase 2 en 3 nog een financieel tekort bestaat. De gemeenteraad besloot een krediet toe te kennen om te onderzoeken hoe dit financiële tekort kan worden weggewerkt, zodat ook fase 2 en 3 kunnen worden uitgevoerd. Een ruime meerderheid steunde dit krediet, alleen de VVD stemde tegen. De liberalen vinden dat (voorlopig) niet doorgegaan moet worden met DSK vanwege het tekort. De PvdA is het daar niet mee eens. Stoppen is helemaal geen serieuze optie, want ook dan zal de gemeente forse kosten moeten maken voor onder meer een opknapbeurt voor de school. Dit krediet is juist bedoeld om een oplossing te vinden voor het financiële tekort, daar nee tegen zeggen levert helemaal niets op.

Themapagina Haarlems Dagblad: Steen versus Groen

Woensdag 1 juli besteedt het Haarlems Dagblad een complete pagina aan de discussie of Haarlem volgebouwd is. GroenLinks begon deze discussie in vorige maand bij de Kadernota (zie een eerdere blog). Op de themapagina interviewt de krant stadsbouwmeester Max van Aerschot en socioloog Johannes van der Weiden, die betogen dat Haarlem helemaal niet vol is, dat een compacte stad een kwaliteit op zich kan betekenen en dat verdichting niet ten koste hoeft te gaan van groen. Daarnaast laat men zes raadsleden aan het woord: Pieter Elbers (SP), Denise Eikelenboom (VVD), Jur Visser (CDA), Lukas Mulder (GroenLinks), Fedde Reeskamp (D66) en mij namens de PvdA. Het interview met mij kun je hier lezen. Verder lezen