Meer

Archive | juli, 2010

Familiegeschiedenis in Oost-Java

De afgelopen dagen hebben we rondgereisd door het gebied waar mijn familie van mijn moeders kant tot de oorlog vooral woonde: Oost-Java. We bezochten verschillende plekken waar mijn oma en overgrootouders hebben gewerkt en geleefd en hebben daarbij zelfs nog verre familieleden ontmoet. Een bijzondere reis, deels door gebieden waar waarschijnlijk nooit Westerse toeristen komen.

De reis begon in de grootste stad van Oost-Java, Surabaya. Hier heeft mijn oma op de middelbare school gezeten. In Surabaya hebben we voor twee dagen een auto met chauffeur geregeld, omdat een groot aantal plekken die we wilden bezoeken niet of nauwelijks bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.

De eerste stop op onze rondreis was Pasuruan. Hier is mijn betovergrootvader resident (= koloniaal bestuurder) geweest. Het Pasuruan van die tijd stond model voor het denkbeeldige stadje Laboewangi in de roman Stille Kracht van Louis Couperus. Hij schreef dit boek tijdens zijn verblijf in de residentiewoning, waar ook mijn familie heeft gewoond. Na Pasuruan ging de reis door een prachtige landschap verder naar het bergdorpje Bremi. Hier hadden mijn overgrootouders een vakantiehuis. Mijn overgrootmoeder heeft hier tijdens de oorlog geleefd en tijdens de onafhankelijkheidsstrijd werden haar huizen een Bersiapkamp voor de Nederlanders.

Na een overnachting in Probolinggo ging de reis gisteren verder naar het gebied waar mijn overgrootouders een koffie- en rubberplantage hadden. Aan het Meer van Klakah konden we de plantage nog altijd zien liggen op de helling van een vulkaan. In het nabijgelegen stadje Jatiroto woont nog altijd verre familie. Zij stammen af van dezelfde Indonesische betovergrootmoeder als ik. Omdat mijn oma en tante deze familie ook al eens had bezocht wisten we waar ze wonen. Op goed geluk bezochten we hun winkeltje. Met succes: we werden hartelijk ontvangen met hapjes en drankjes. Achter het huis liggen nog altijd de graven van mijn betovergrootvader en -moeder. Ze worden nog altijd onderhouden door de familie. Er lagen zelfs nog verse bloemen op. Een bijzondere belevenis.

Nu zijn we in Malang, de stad waar mijn oma een deel van de oorlog in een Japans kamp zat. Vannacht vertrekken we vanuit hier naar de Bromovulkaan, waar we de zonsopgang hopen te zien. Die schijnt spectaculair te zijn. Daarna vliegen we door naar Bali.

Koninklijk Yogyakarta

Nadat we donderdagochtend mijn broertje hadden opgepikt op de luchthaven van Jakarta en nog wat rond te hebben gekeken in deze overvolle hoofdstad van het land, zijn we vrijdag naar Yogyakarta gevlogen, het culturele hart van Java. Dit was de plek waar de broer van mijn betovergrootvader in de jaren ’70 van de negentiende eeuw regent was. Het paleis dat tijdens zijn regentschap werd gebouwd (nadat het vorige door een aardbeving was verwoest) staat nog steeds midden in de stad.

Maar veel interessanter nog dan deze familiegeschiedenis is de Javaanse geschiedenis van deze regio. In Yogyakarta woont een van de machtigste sultans van het land, die nog altijd een formele functie heeft als gouverneur van de provincie. De vorige sultan speelde ook een belangrijke rol bij de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesie. Deze sultan heeft overigens tijdens zijn jeugd in Haarlem gewoond. Hij zat in de jaren ’30 op school op het Stedelijk Gymnasium, de school waar ook ik op heb gezeten. Een oude klassenfoto is nog altijd te zien in het museum van de kraton, het paleis van de sultan.

In de omgeving van Yogyakarta lagen eeuwen geleden twee machtige koninkrijken: de een bestaande uit hindoes, de andere uit boedisten. Beide koninkrijken hebben een groot monument achtergelaten. De hindoes de prachtige tempelstad Prambanan, de boedisten de wereldberoemde tempel Borobudur. Beide hebben we gisteren bezocht. Op de Borobudur heb ik de zon zien opkomen, waardoor de vele boeddhabeelden en stoepa’s langzaam van kleur veranderen en de mistige rijstvelden om het monument heen langzaam zichtbaar werden. Echt betoverend!

Inmiddels ben ik aangekomen in Solo, vlakbij Yogya. Morgen gaan we met de trein naar Surabaya, de grootste stad in Oost-Java. Dat is de regio waar mijn familie de laatste eeuw voor de oorlog vooral heeft gewoond.

Koloniaal Bandung en Bogor

Mijn betovergrootvader en zijn broer waren beiden actief in het koloniale bestuur van Nederlands Indië. Mijn betovergootvader was resident (= hoogste regionaal bestuurder) in onder meer Manado op het huidige Sulawesi en in Pasuruan en Probolinggo in Oost-Java. Zijn broer bekleedde nog belangrijkere bestuursfuncties, onder meer als algemeen-secretaris van Nederlands Indie en als resident van de belangrijke regio Yogyakarta. Op verschillende plekken deze reis zullen we plekken bezoeken waar deze twee broers hebben gewerkt. De eerste daarvan is Bogor, het voormalige Buitenzorg.

De algemeen secretaris van Nederlands Indië was de hoogste ambtenaar onder de gouverneur-generaal. Van 1861 tot 1868 bekleedde de broer van mijn betovergrootvader deze functie. Het koloniaal bestuur zetelde op dat moment voornamelijk buiten de hoofdstad Batavia (het huidige Jakarta) in het wat hoger gelegen en daardoor koelere Buitenzorg. Het paleis waaruit Nederlands Indië op dat moment werd bestuurd bestaat nog altijd. Het ligt middenin de enorme botanische tuin van Bogor, die in de koloniale tijd diende als wetenschappelijk centrum voor de landbouw. Hier werden onder meer de rubberboom en de koffieplant zo veredeld dat ze geschikt werden voor verbouw in plantages.

Nog altijd is de botanische tuin van Bogor een erg prettig park. Ver weg van de normale drukte van Indonesië kun je hier wandelen tussen duizenden soorten tropische planten. Er is een oud cafe met prachtig uitzicht over de tuin, waar je naast heerlijk Indonesisch ook poffertjes kunt eten. Deze zijn echter in tegenstelling tot onze poffertjes bol in plaats van plat. Waarschijnlijk heeft men gedurende de afgelopen zestig jaar het poffertjesmeel vervangen door rijzend meel.

Voordat we Bogor bezochten hebben we ook nog een dag doorgebracht in Bandung. Ook hier zijn veel overblijfselen te zien van de koloniale tijd, waaronder een hele winkelstraat in art deco bouwstijl. Hier hebben we onder meer de bioscoop gezien waar mijn oma als kind vaak naartoe ging als ze in Bandung op bezoek was. Althans, dat is wat mijn moeder graag wil geloven. Sommige mooie verhalen moet je niet dood checken, het zou best eens waar kunnen zijn…

Tobameer en Medan

Na twee dagen in de jungle van Bukit Lawang zijn we vrijdag verder gereisd over Sumatra. Eerst stond het Tobameer op het programma, een prachtig tussen vulkanen gelegen meer. Midden in het meer ligt een groot eiland, Samosir, waar we twee dagen verbleven in het gezellige backpackersdorpje Tuktuk.

Het Tobameer vormt het centrum van het gebied waar de Batak leven. De Batak zijn een volk in Noord-Sumatra dat het christendom combineert met hun eigen religie, waarin de geesten van de voorouders een belangrijke rol spelen. Overleden familieleden worden op het eigen erf begraven in vaak spectaculaire graven. Verder wonen veel Bataks nog in prachtige traditionele huizen. Ze wonen daarbij op de middelste van drie etages, symbolisch tussen de onderwereld en de bovenwereld in.

Na twee dagen Tobameer hebben we ons verblijf op Sumatra afgesloten met een dagje in de hoofdstad van het eiland: Medan. Dit is de vierde stad van het land, en waarschijnlijk verreweg de chaotischste. Hier hebben we gegeten in het Tiptop restaurant, een restaurant dat nog stamt uit de koloniale tijd. Je kunt er nog altijd kroketten, wiener schnitzel, sauzijnenbroodjes en huzarensalade bestellen, maar ik heb zelf maar gekozen voor het overheerlijke chinese eten dat ook op de kaart staat.

Vanuit Medan zijn we gisteren naar Bandung gevlogen, de start van onze tocht door het tweede eiland van deze reis: Java. Maar daarover later meer.

Aapjes kijken in Bukit Lawang

Op slechts twee plekken ter wereld leven nog orang-oetans in het wild: op Borneo en op Sumatra. Een van de weinige plekken waar je ze nog wild kan zien is het nationaal park bij het dorpje Bukit Lawang, midden in de Sumatraanse jungle. Omdat ik al heel lang eens wilde orang-oetans wil zien was dit dan ook onze eerste stop in Sumatra.

Bukit Lawang is een erg relaxed backpackersdorpje aan een snel stromende rivier in de jungle. De rivier brengt nu vooral veel plezier voor zowel de toeristen als de lokale bevolking, die in de rivier zwemmen, in autobanden de rivier af drijven (tuben) en de was doen in de rivier. Heel anders was dit echter in 2003, toen een enorme modderstroom het dorp vrijwel geheel verwoeste en ruim 400 mensen het leven kostte. Een enorme ramp, waarbij vrijwel elke dorpsbewoner wel een aantal familieleden verloor. Tot overmaat van ramp stortte ook het toerisme (de belangrijkste bron van inkomsten) de daarop volgende jaren in, ook als gevolg van de tsunami elders op Sumatra in 2004. Gelukkig komt dit nu weer langzaam op gang, vooral backpackers weten de weg naar het mooie dorpje weer te vinden.

Aan de overkant van deze rivier ligt de Bukit Lawang Ecolodge, het prachtige complex van hutjes waar wij twee dagen verbleven (bekijk deze aflevering van RTL Travel met Floortje Dessing voor een indruk van deze lodge). Van hieruit maakten we een trekking door de jungle, op zoek naar orang-oetans. De meeste orang-oetans die hier leven zijn weliswaar wild, maar stammen af van uit gevangenschap in het wild teruggeplaatste apen. Hierdoor zijn ze erg gewend aan mensen, en dus iets makkelijker te zien. De kans daarop is het grootst bij het feeding platform, waar sommige orang-oetans nog altijd wat worden bijgevoerd. Maar wij hadden nog meer geluk: we zagen ze al tijdens onze wandeling door de jungle.

Na een glibberige klim de heuvels op zagen we al vrijwel meteen een orang-oetanmoeder met een jong. Verderop slingerden nog drie orang-oetans hoog in de bomen, waarvan er twee omlaag kwamen om wat te eten van het fruit dat de gids bij zich had. Een jonge orang-oetan bekogelde ons ondertussen met takken. Behalve orang-oetans hebben we ook thomasleaf monkeys en gibbons gezien. Een heel bijzondere belevenis.

Weerzien met Singapore

Na een dertien uur lange vlucht met Singapore Airlines kwamen we maandagochtend vroeg aan in Singapore. Ik ben hier twee jaar geleden ook al eens, toen als tweedaagse tussenstop onderweg naar Saigon in Vietnam (zie een eerdere blog). Ook dit keer verbleven we er twee dagen, voordat we doorvlogen naar Sumatra.

Singapore heeft twee gezichten. Voor reizigers is het een uiterst relaxte en gastvrije stad, waar je rustig kunt wennen aan het klimaat en de cultuur van Azië. Er zijn prachtige tempels van de verschillende godsdiensten die het kleine landje kent: boedistische tempels van de Chinezen, moskeeën van de Maleisiërs, hindoetempels van de Indiërs en kerken van de Westerse inwoners. En je kunt er heerlijk eten, onder andere aan de sfeervolle Singapore River, waaraan wij ook een mooi hotel hadden: Robertson Quay Hotel.

Maar tegelijkertijd is het natuurlijk een land waar men omkomt in de strenge regels en hoge straffen (zoals stokslagen en de doodstraf) en waar individuele vrijheid minder belangrijk lijkt dan collectieve veiligheid. De meerderheid van de bevolking lijkt ermee te kunnen leven dat ze vrijheid inleveren voor veiligheid en welvaart, maar als je daar anders over denkt heb je in Singapore wel een probleem.

Toch blijft Singapore een uitermate fijne stad om een reis door Azië te beginnen, al was het maar omdat je hier het snikhete en extreem vochtige Aziatische klimaat makkelijk even kunt ontvluchten door de airconditioned shopping malls of metro in te wandelen. Een mooie voorbereiding voor de hete jungle van Sumatra, onze volgende stop.

Vakantie: backpacken in Indonesië

Donderdag 8 juli was de laatste raadsvergadering voor de zomer. De komende zes weken is de gemeenteraad met reces. Een vakantie die, al zeg ik het zelf, dit jaar best verdiend is na een zwaar politiek jaar met twee verkiezingen en de formatie van een nieuw college van b&w. Zoals eigenlijk elk jaar gebruik ik het zomerreces voor mijn andere grote passie naast de politiek: reizen. De komende maand ga ik backpacken in Indonesië, het land waar mijn familie van mijn moeders kant vandaan komt.

Het wordt een bijzondere vakantie. Allereerst ga ik voor het eerst sinds ongeveer tien jaar weer eens langer met mijn familie op vakantie: ik reis samen met mijn moeder en (vanaf de tweede week) mijn broertje. En daarnaast ben ik natuurlijk erg benieuwd naar het land waar mijn familie deels vandaan komt. Tot vlak na de oorlog heeft mijn familie op verschillende plekken op het eiland Java gewoond. Mijn familie had daar een koffie- en rubberplantage in Oost-Java. Ook zijn verschillende familieleden actief geweest in verschillende bestuursfuncties, zoals algemeen secretaris van Nederlands Indië en resident (hoogste regionale koloniale bestuurder) in onder meer Yogyakarta, Pasuruan en Probolinggo. Verschillende van deze plekken zullen wij bezoeken.

Als enige van ons drieën ben ik al vaker in Azië geweest (in 2004 in Thailand en Cambodja, en in 2008 in Vietnam, Laos en Singapore). De eerste twee dagen van de reis zijn bekend terrein voor me. Dan zijn we namelijk in Singapore, de stad waar ik twee jaar geleden ook al eens een paar dagen verbleef als tussenstop naar Vietnam (zie een eerdere blog). Vervolgens reizen we een week door Sumatra, waarna we doorvliegen naar Bandung om via Bogor naar Jakarta te reizen. Daar komt mijn broertje aan. Vervolgens reizen we met zijn drieën naar Midden- en Oost-Java. We sluiten de reis af op Bali en aan het strand op de Gili eilanden bij Lombok.

Net als de afgelopen jaren (2006 Zuid-Afrika, 2007 Guatemala, Belize, Mexico en Honduras, 2008 Vietnam, Laos en Singapore en 2009 Costa Rica, Nicaragua en Panama) zal ik ook dit jaar op deze website weer een weblog bijhouden tijdens mijn reis. De komende weken dus even geen politiek op deze website, dat komt vanaf half augustus weer.

Fietstocht door Schalkwijk

Op het moment dat in Rotterdam de Tour de France van start ging, stapte ook de Haarlemse PvdA-fractie zaterdag 3 juli op de fiets voor een Tour de Schalkwijk. Elk jaar sluiten wij met de fractie het politieke seizoen af met een barbecue. Dit jaar deden we dat bij mijn fractiegenoot Roel Schaart in Schalkwijk. Voorafgaand aan de barbecue maakten we onder zijn leiding een fietstocht langs een aantal interessante plekken in Schalkwijk.

Schalkwijk is een stadsdeel waar veel gebeurt. Het stadsdeel krijgt echt een opknapbeurt. Er zijn veel herstructurerings- en nieuwbouwprojecten en op verschillende plekken wordt door de gemeente fors geïnvesteerd in de openbare ruimte en de sociale samenhang van de buurt. Een aantal van deze projecten deden we aan tijdens onze fietstocht, zoals Meerwijk Centrum en de plek waar een woongroep voor Indische ouderen komt.

Op twee plekken bleven we wat langer stilstaan. Allereerst bezochten we de doetuinen aan de rand van Schalkwijk. Doetuinen zijn kleine tuintjes, waar buurtbewoners die daar vaak thuis niet de ruimte voor hebben kunnen tuinieren. In het verleden heeft de PvdA al gepleit voor uitbreiding van het aantal doetuinen, zodat meer mensen hiervan gebruik kunnen maken. Ten tweede brachten we een bezoek aan de opening van het nieuwe clubgebouw van sportvereniging Olympia. Olympia is een vereniging voor onder andere voetbal, badminton en honk- of softbal, ontstaan uit een fusie tussen verschillende clubs. Mede dankzij voormalig PvdA-wethouder Maarten Divendal heeft deze sportclub een prachtig nieuw clubgebouw gekregen.

Het algemeen bestuur van Paswerk

Paswerk is het sociale leer-werkbedrijf van de regio Haarlem. Het algemeen bestuur van Paswerk bestaat uit raadsleden en wethouders van de verschillende deelnemende gemeenten. Namens de gemeenteraad van Haarlem ben ik sinds kort één van de algemeen bestuursleden. Woensdag 30 juni was de eerste vergadering van het algemeen bestuur. Daaraan voorafgaand had Paswerk voor alle raadsleden van de deelnemende gemeenten een rondleiding en workshop georganiseerd.

Van oudsher voert Paswerk de Wet Sociale Werkvoorziening uit voor de gemeente. Dit houdt in dat men passend werk biedt aan mensen die niet in een reguliere baan kunnen werken, bijvoorbeeld door een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking. Daarnaast doet Paswerk ook steeds meer aan reïntegratie van andere groepen zonder werk. In totaal biedt Paswerk onderdak aan zo’n 1500 cliënten. Deels werken deze mensen bij eigen bedrijven van Paswerk, zoals Paspost, groenonderhoud of de grafische afdeling. Anderen werken begeleid door Paswerk bij gewone bedrijven in de regio.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur van Paswerk is een interessant nieuw onderdeel van mijn werk als raadslid. Zowel het sociale beleidsveld als het deel uitmaken van het bestuur van een bedrijf is nieuw voor mij, en daarom erg spannend en leerzaam. En natuurlijk voel ik mij als sociaal-democraat sterk verbonden met een bedrijf als Paswerk, dat mensen die het niet alleen redden een extra steuntje in de rug biedt om mee te doen in de maatschappij.

Natuurlijk bemoei je je als algemeen bestuurslid niet met de dagelijkse bedrijfsvoering, daarvoor is de directie. Maar indirect geef je wel leiding aan een bedrijf waar heel veel bewoners van deze regio van afhankelijk zijn. Bovendien zullen er de komende jaren ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden. Waarschijnlijk komen er op het gebied van de sociale werkvoorziening bezuinigingen op de gemeenten af, die ook gevolgen zullen hebben voor Paswerk. Daarnaast zal de komende jaren de discussie gevoerd worden over de bestuursvorm van Paswerk. Moet het bedrijf meer verzelfstandigd worden, of juist dichter bij de gemeente komen te staan? En moeten raadsleden nog wel zitting hebben in het bestuur? Het zijn boeiende discussies, die de komende jaren erg actueel zullen worden.