Meer

Archive | augustus, 2011

China: de politiek en de mensenrechten

Eén van de vragen die ik de afgelopen weken het meest kreeg over mijn reis door China was wat ik vind van de politiek en de mensenrechten in dat land. Dat is natuurlijk begrijpelijk, aangezien China nog altijd een ondemocratisch land is, waar de mensenrechten allerminst vanzelfsprekend zijn. Aan de andere kant is wel opvallend dat ik deze vraag eigenlijk nooit heb gekregen over reizen naar bijvoorbeeld Laos, Vietnam en de Verenigde Arabische Emiraten, landen die in de Democracy Index nog aanmerkelijk lager scoren dan China.

Het is natuurlijk onzin om te denken dat je na een maand reizen door China een goed oordeel hebt over de politieke situatie en de mensenrechten. Hoewel de tijd dat je als reiziger alleen dat te zien kreeg dat de regering wilde in China al lang voorbij is (met uitzondering van Tibet, waar ik niet ben geweest), blijf je natuurlijk slechts een oppervlakkig beeld krijgen. En een land als China is veel te groot en te ingewikkeld om in een maand tijd helemaal te kunnen bevatten.

Je kunt je afvragen in hoeverre China nog echt een communistisch land is. Het economisch systeem is in ieder geval vrijwel geheel kapitalistisch en de oude communistische symbolen lijken soms meer te worden gebruikt uit nostalgie. Maar democratisch is China nog allerminst: het is nog altijd een eenpartijstaat, zonder vrije pers en zonder het recht op demonstratie. Weliswaar is er de laatste jaren duidelijk wat verbetering waar te nemen in de mensenrechten, maar mensen mogen nog altijd niet zelf bepalen hoeveel kinderen ze krijgen, vrijheid van godsdienst is beperkt en het internet is zwaar gecensureerd. Het moeilijkst is het misschien wel voor etnische minderheden, zoals de Tibetanen en Oeigoeren, waarbij elk streven naar meer autonomie hard wordt onderdrukt.

Ik geloof er niet in dat China zich op korte termijn zal ontwikkelen tot een democratie naar Westers model. Daarvoor is het land te groot en te divers, de cultuur te collectivistisch en de greep van de partij nog te groot. Maar China, dat economisch vooruit wil en waar de bevolking steeds beter opgeleid raakt, kan ook niet blijven vasthouden aan haar huidige politieke systeem. Veel kenners voorspellen dan ook dat China het voorbeeld zal volgen van bijvoorbeeld Singapore. Dat land combineert een verlicht autoritair model met vormen van democratie, grote economische welvaart en relatief gunstige mensenrechten. Een Aziatische vorm van democratie, die in onze ogen misschien niet ideaal is, maar wel een duidelijke verbetering is.

Tips hotels en restaurants China

Omdat ik bij vorige reisverslagen op deze site heb gemerkt dat veel mensen via een zoekmachine op mijn site terecht komen wanneer ze op zoek zijn naar  informatie en tips over een bepaalde reisbestemming heb ik (net als voorgaande jaren) een klein overzicht gemaakt van hotels en hostels waar ik tijdens mijn reis door China heb verbleven. Daarnaast enkele restaurants en cafés, die een speciale aanbeveling verdienen. Je kunt dit overzicht hier lezen. Verder lezen

Hong Kong en terug naar huis

Net als Macau is ook Hong Kong een speciale bestuurlijke regio van China. In 1997 werd de voormalige kolonie door de Britten teruggegeven aan China. Hong Kong omvat een aantal eilanden voor de Chinese kust in de Zuid-Chinese Zee. Waar Macau economisch sterk afhankelijk is van casino’s en toerisme, is Hong Kong één van de grote financiële en economische centra van Azië, met veel banken en een grote diepzeehaven. In deze erg prettige wereldstad sloot ik de afgelopen dagen mijn reis door China af.

Ik verbleef in Hong Kong in het YMCA The Salisbury, ooit een YMCA jeugdherberg, maar tegenwoordig een gewoon hotel. Het bijzondere is de ligging, in Kowloon direct aan Victoria Harbour. Dit is de grote natuurlijke zeehaven die Kowloon en Hong Kong Island scheidt.  Vanuit mijn kamer had ik een prachtig uitzicht op de haven en de skyline van Hong Kong Island, die ‘s avonds spectaculair verlicht is. Elke avond om 20:00 uur vindt bovendien de lasershow A Symphony of Lights plaats boven de skyline van Hong Kong.

De beroemde Star Ferry brengt je voor 2,5 Hong Kong dollar (= 20 cent) van Kowloon naar Hong Kong Island. Dit is het bergachtige eiland, waar de meeste banken en grote bedrijven zijn gevestigd. In het midden ligt Victoria Peak, een rots waar de vele wolkenkrabbers tegenop gebouwd zijn. De oude Peak Tram brengt je in ongeveer vijf minuten de steile berg op (de steiltegraad is op sommige stukken wel 48%). Bovenop loopt een wandelpad, waar je in iets meer dan een uur rond The Peak kunt wandelen, langs prachtige uitzichten over Hong Kong Island, Kowloon en de zee. Ook is er een uitzichtplatform, waar je de skyline van Hong Kong van bovenaf kunt bekijken.

Nadat ik eergisteren nog de badplaatsen en havenstadjes op het zuidelijk deel van Hong Kong Island heb verkend, ben ik ‘s avonds laat in het vliegtuig gestapt. Via Dubai ben ik gistermiddag teruggekomen in Nederland. De komende dagen zal ik op deze site nog wat blogjes besteden aan mijn reis door China, bijvoorbeeld een blog met tips voor hostels en restaurants en een blog over de politieke situatie in China. Daarna stap ik weer over op het vaste onderwerp van deze website: de Haarlemse politiek.

Macau: een stukje Portugal in China

Een nieuwe vlag naast deze blog, dus ik ben aangekomen in een nieuw land. Nou ja, een nieuw land, eigenlijk ben ik nog steeds in China, maar dan wel in een democratisch en kapitalistisch deel, waar je geen visum voor nodig hebt. Ik heb het over Macau, het kleine eilandstaatje voor de kust van China dat in 1999 door Portugal aan China werd teruggegeven en sindsdien net als Hong Kong een bijzondere bestuurlijke regio van China is.

       

Bijna zou Macau Nederlands zijn geweest. In 1622 belegerde een overmacht aan Nederlandse schepen de kleine Portugese kolonie. Met één gelukkig schot van een kanon wisten de Portugezen echter de voorraad buskruit van de Nederlanders op te blazen, waarop ze hals over kop moesten vluchten. Daarom bleef Macau tot 1999 Portugees.

Het is nu een bijzondere mix tussen Portugal en China. Alle opschriften zijn er zowel in het Chinees als het Portugees, de oude binnenstad staat vol met Portugese huizen en kerken en je kunt er heerlijk Portugees eten. Maar daarnaast onderscheidt Macau zich nog op een ander punt van de rest van China. De laatste decenia heeft Macau zich ontwikkeld tot gokhoofdstad van Azië. De stad staat vol met enorme casino’s, die inmiddels samen meer omzet hebben dan de casino’s van Las Vegas.

Inmiddels ben ik aangekomen in Hong Kong, mijn laatste bestemming voordat ik via Dubai weer terug naar Nederland vlieg. Meer over Hong Kong in een volgende blog.

Het karstgebergte van Yangshuo

Tussen de stad Guilin en het dorpje Yangshuo, beide gelegen aan de Li Rivier in de provincie Guangxi, ligt een heel bijzonder landschap. Uit een verder vrij vlak terrein, doorsneden door rivieren en opgedeeld in kleine rijstvelden, steken overal enorme bulten de lucht in: het karstgebergte. Het oogt bijna buitenaards, zo zelfs dat het landschap werd gebruikt als decor voor één van de planeten in de derde episode van Starwars. Maar voor de meeste mensen is het landschap vooral bekend van de schilderingen op de kalender die je rond nieuwjaar krijgt van je lokale afhaalchinees.

Ooit lag dit gebied onder de zeespiegel. Het kalksteen werd gevormd door opeenhoping van kalkhoudende stoffelijke overblijfselen van in zee levende organismen. Nadat het gebied droog kwam te liggen hebben regen, rivieren en wind eeuwenlang de tijd gehad om het kalksteen te eroderen tot de meest bijzondere vormen. Het proces is vergelijkbaar met het karstgebergte in Halong Bay in Vietnam (zie een eerdere blog), alleen liggen de karstbergen daar in zee, terwijl ze hier uit het land oprijzen.

Yangshuo is een relaxed, maar wel erg toeristisch dorpje aan de Li Rivier. Ik verblijf hier in het Belgisch-Chinese hostel Trippers Carpe Diem, iets buiten de drukte van Yangshuo gelegen tussen de rijstvelden. Een prima plek om even bij te komen van de reis door China, ook omdat hier voor het eerst sinds Shanghai weer eens blauwe lucht te zien is, in plaats van de dikke laag smog die grote delen van het binnenland van China bedekt. Dinsdag ben ik met een boot van Guilin naar Yangshuo over de Li Rivier gevaren. Een prachtige tocht door het karstgebergte. Gisteren heb ik een lange fietstocht gemaakt rond Yangshuo, onder meer naar de kleinere Yulong Rivier, die ook wordt omgeven door een mooi karstlandschap. Prachtig, maar wel slopend door de hitte en de iets te kleine Chinese fiets, vooral omdat ik twee keer verdwaalde.

Morgen ga ik met de bus terug naar Guilin, een grotere stad aan de Li Rivier waar ook nog mooie karstbergen te zien zijn. Van daar vlieg ik overmorgen naar Shenzhen, om vervolgens op de boot te stappen naar Macau. Deze vroegere Portugese kolonie, die net als Hong Kong tegenwoordig een speciale bestuurlijke regio van China is, combineert een prachtige oude Portugese binnenstad met tal van casino’s en heeft Las Vegas inmiddels als gokhoofdstad van de wereld voorbij gestreefd.

De bergstadjes Lijiang en Dali

Yunnan is een provincie in het zuidwesten van China, die aan de rand van de Himalaya ligt en grenst aan Tibet, Birma, Laos en Vietnam. Er wonen veel etnische minderheden, zoals de Dai, de Bai en de Naxi. De sfeer is er heel anders dan in de rest van China, het heeft veel meer weg van het aangrenzende Zuidoost-Azië, gemengd met Tibetaanse invloeden. Misschien is dat wel de reden dat deze provincie heel populair is bij Westerse backpackers. De afgelopen dagen heb ik hier twee oude bergstadjes bezocht: Lijiang en Dali.

Lijiang wordt vooral bevolkt door het Naxivolk. Zij hebben een oude natuurgodsdienst en gebruiken het enige nog in gebruik zijnde hiërogliefenschrift ter wereld. Het stadje is gebouwd rond tal van kanaaltjes, die het smeltwater uit de bergen afvoeren. Het is Unesco Werelderfgoed en echt betoverend mooi, vooral ‘s avonds, als de mooi verlichte huizen en rode lampionnen worden weerspiegeld in het water. Het enige probleem is dat het zeer populair is als vakantiebestemming bij Chinese tourgroepen, waardoor het soms afgeladen vol is.

       

Ook Dali is een oud bergstadje, dit keer vooral bevolkt door de Bai. Hoewel het een mooie oude kern heeft, kan het qua bezienswaardigheden niet tippen aan oude steden als Lijiang, Pingyao en Suzhou. De belangrijkste reden dat toch veel reizigers hierheen komen is de backpackerssfeer die hier hangt: er zijn leuke backpackerscafes met Westers eten, er zijn terrasjes op straat (een zeldzaamheid in China) en de sfeer is er heel relaxed. Het is bijna een stukje Laos of Thailand in China. Ze hebben er zelfs het (bij backpackers bijna heilige) Laotiaanse Beer Lao! Niet voor niets wordt Dali als één van de weinige bestemmingen in China gerekend tot de zogenaamde Banana Pancake Trail.

Morgen laat ik de relatieve koelte van de bergen van Yunnan achter me en reis ik door naar het tropische zuiden van China, waar ik de laatste tien dagen van mijn reis zal doorbrengen. Eerst neem ik de bus naar Kunming, waar ik op tijd hoop aan te komen voor mijn avondvlucht naar Guilin. Van daaruit ga ik naar Yangshuo, waar ik een paar dagen ga relaxen tussen het prachtige karstgebergte. Daarna sluit ik mijn reis af in de twee kapitalistische en democratische speciale bestuurlijke regio’s van China: Macau en Hong Kong.

Panda’s kijken bij Chengdu

Chengdu, de hoofdstad van de provincie Sichuan in zuidwest China, is onder meer bekend om haar gepeperde eten, de vele theehuizen en het enorme Maobeeld op het centrale plein. Maar voor veel reizigers is Chengdu synoniem voor slechts één ding: panda’s. Omdat het vrijwel onmogelijk is om panda’s in het wild te zien is de beste plek ter wereld om ze te bekijken namelijk het fok- en onderzoekscentrum vlakbij Chengdu.

Panda’s zijn één van de meest schattige dieren die er bestaan. Niet voor niets koos het Wereld Natuurfonds dit knuffelobject als symbool. De panda heeft echter twee problemen: ten eerste zijn ze bijna uitgestorven en ten tweede zijn ze uiterst kieskeurig in hun partnerkeuze. Niet echt een ideale combinatie. Het is dan ook een heel gedoe om ze aan het paren te krijgen. Het fokcentrum bij Chengdu is één van de weinige plekken waar dit op grote schaal lukt. Ze trekken dan ook alles uit de kast: van viagra tot pandaporno!

       

Met succes: er dartelen heel wat jonge panda’s rond in het centrum. Wat een schattige beesten zijn dat! Ze stoeien, buitelen over elkaar heen en eten vooral bergen bamboe. Behalve reuzenpanda’s zijn er in het centrum ook rode of kleine panda’s te zien. Anders dan hun naam doet vermoeden zijn zij meer verwant aan de wasbeer dan aan hun grote zwart-witte naamgenoot. De enige overeenkomst is eigenlijk dat ze ook bamboe eten en ongeveer in hetzelfde gebied leven.

Morgen reis ik verder door naar het zuidwesten van China: de provincie Yunnan, die grenst aan Birma, Laos en Vietnam. Daar hoop ik na alle grote steden wat kleinere dorpen te vinden, vooral bewoond door minderheden.

Een leger van klei

In 1974 was een aantal boeren ten oosten van Xian een put aan het slaan, toen ze een wel heel bijzondere ontdekking deden. Zij vonden een aantal terracotta figuren, die later soldaten bleken te zijn. Ze maakten onderdeel uit één van de grootste archeologische vondsten ooit: een leger van meer dan 8000 terracotta soldaten, 130 koetsen en meer dan 600 paarden. Een enorm Terracotta Leger, meer dan 2200 jaar oud.

Het Terracotta Leger bewaakte de tombe van keizer Qin Shi Huang. Hij regeerde van 246 tot 210 voor Christus en wist als eerste keizer het enorme China te verenigen onder één centraal gezag. Het was ook deze keizer die een begin maakte met de bouw van de Chinese Muur. De tombe zelf moet nog worden opgegraven, maar volgens legendes is het een enorme ondergrondse stad, met rivieren van kwik. Inderdaad zijn in de omgeving al abnormale hoeveelheden kwik in de grond gevonden.

Het leger was waarschijnlijk bedoeld om de keizer na de dood te blijven dienen. Hij zou namelijk ook in het hiërnamaals keizer blijven, zo geloofden de Chinezen. Dus dan kun je maar beter een leger bij je hebben. Ooit waren de soldaten rijk gekleurd, maar de verf is inmiddels verdwenen. Elke van de ruim 8000 soldaten heeft een eigen uniek gezicht. Het zou best kunnen dat voor elke terracotta soldaat een echte soldaat model heeft gestaan.

Vandaag heb ik dit Terracotta Leger bekeken. Het ligt even buiten Xian. Het grootste deel ligt nog nauwelijks opgegraven in drie enorme vindplaatsen, grotendeels in scherven. Een aantal soldaten, paarden en koetsen is echter weer prachtig in elkaar gezet. Heel indrukwekkend, zeker als je bedenkt dat veertig jaar geleden nog niemand van het bestaan van dit leger wist.

Een moslimwijk aan het einde van de Zijderoute

China is volgens de officiële cijfers van de overheid voor het grootste deel atheïstisch en bestaat verder vooral uit boeddhisten, taoïsten en confussionisten. Middenin Xian ligt echter opeens een grote moslimwijk. Hoe kan dat? De verklaring is simpel. Xian vormde namelijk het eindpunt (of zo je wilt startpunt) van de Zijderoute, waarover eeuwenlang door voornamelijk islamitische handelaren handel werd gedreven tussen Europa en China.

Van de tweede eeuw voor Christus tot de elfde eeuw na Christus was Xian de belangrijkste stad van China en één van de grootste en welvarendste steden ter wereld. Via de Zijderoute werd handel gedreven met Europa, het Midden-Oosten en grote delen van Azië. Vanaf de achtste eeuw vestigden de eerste moslims zich in Xian. Inmiddels is er een bijzondere mengvorm ontstaan tussen de Chinese en islamitische cultuur, wat onder meer te zien is aan de grote moskee van Xian. Deze moskee, die in 742 werd opgericht, combineert elementen van een Chinese tempel met die van een traditionele moskee.

       

Behalve om haar moskee staat de moslimwijk van Xian vooral bekend om het lekkere eten, dat overal op straat wordt bereid. Lamsspiesjes, platte broden die kort aan de wand van een oven worden gekleefd om ze te bakken en tal van zoete taartjes zijn er te krijgen. Mijn hostel ligt vlakbij de moslimwijk, dus ben ik vanavcond, na aankomst in Xian, in deze wijk gaan eten. Morgen ga ik naar het hoogtepunt van Xian: het in deze omgeving opgegraven Terracotta Leger.

Pingyao: het oude China

Hoewel China een zeer lange geschiedenis kent, zijn goed bewaarde historische steden een zeldzaamheid. Veel historische gebouwen in China werden namelijk tijdens de Culturele Revolutie of tijdens de vernieuwingsdrang van de afgelopen vijftig jaar met de grond gelijk gemaakt. Zo werd in Beijing bijvoorbeeld de stadsmuur afgebroken en werden de meeste oude hutongs gesloopt. Eén van de weinige uitzonderingen is het stadje Pingyao in centraal China, waar nog een geheel ommuurde oude binnenstad intact is gebleven.

Tijdens de Qing dynastie ontstonden in Pingyao de eerste banken van China. Het stadje vergaarde daarmee in korte tijd enorme rijkdom. Binnen de stadsmuren werden veel courtyardhuizen aangelegd, gebouwd rond meerdere binnenhoven. Toen het financiële centrum begin vorige eeuw verschoof naar Shanghai en Hong Kong raakte Pingyao snel in vergetelheid. Er was niet genoeg geld voor modernisering, waardoor het oude centrum en veel courtyardhuizen behouden bleven. Inmiddels is het Unesco Werelderfgoed en komen er steeds meer toeristen proeven aan het oude China.

In een aantal courtyardhuizen zijn mooie hotels en hostels aangelegd. Ik slaap in zo’n courtyardhostel: Tian Yuan Kui. De kamers liggen rond de mooie binnenplaatsen en hebben allemaal een traditioneel verhoogd bed. In de straten rond het hostel liggen verschillende gezellige restaurants en cafes. Het hele centrum is autovrij. Een mooie plek dus om even bij te komen van de drukte in de grote steden Shanghai en Beijing.

Een kennismaking met wereldstad Beijing

Overdag zelf een paar van de highlights van Beijing bekijken en ‘s avonds eten en biertjes drinken met Wing Che. Zo zagen mijn afgelopen vier dagen in Beijing er uit. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef studeert Wing Che Wong twee maanden Chinees in Beijing voor ze met haar man Rick een tijdje naar Hong Kong verhuist. Het was erg leuk en gezellig om met iemand die de stad al beter kent en goed Chinees spreekt Beijing te leren kennen. Een gave stad, die aan alle kanten in ontwikkeling is en het zeker verdient om nog eens terug te komen.

       

De eerste dag in Beijing ben ik naar de Verboden Stad geweest. Hier leefden de Chinese keizers geheel afgesloten van hun gewone onderdanen in luxe. Tegenwoordig komen die 1,3 miljard onderdanen allemaal een kijkje nemen in de ooit voor hun verboden stad, waardoor het er echt bizar druk is. Desondanks blijft het enorme paleiscomplex heel indrukwekkend. De volgende dag heb ik de Lama Tempel (de grootste buiten Tibet) en de hutongs bekeken. Hutongs zijn oude wijkjes, die helaas de afgelopen jaren in hoog tempo zijn gesloopt. De laatste die nog over zijn worden nu gelukkig beschermd.

Natuurlijk ben ik vanuit Beijing ook een kijkje gaan nemen bij de beroemdste attractie van China: de Chinese Muur. Wijs geworden door de Verboden Stad ben ik niet naar het zeer toeristische deel bij Badaling gegaan, maar naar het wat rustigere Mutiyanyu. Hier slingert de muur zich prachtig over de bergen, met om de paar honderd meter een wachttoren. Mijn laatste dag heb ik gebruikt om de prachtige Temple of Heaven te bekijken. Deze ligt in een groot park, waar Chinese ouderen massaal aan buitensport doen. Ook heb ik het Olympisch gebied bezocht, met het beroemde Vogelneststadion en de Water Cube.

       

Tijdens de avonden heb ik met Wing Che de twee belangrijkste culinaire hoogtepunten van Beijing ontdekt: Beijing Duck (zie mijn vorige blog) en de hotpot, een soort Chinees fondue. Ook hebben we aan het water van Houhai Lake gegeten en een keer heerlijk Vietnamees gegeten. Erg leuk was ook het bezoek aan Bar Street in de vooral bij expats populaire uitgaanswijk Sanlitun. Op een heerlijk dakterras hebben we met Belgisch bier en cocktails genoten van een Amerikaans bandje. Erg gezellig en ideaal om zo het uitgaansleven van Beijing te leren kennen.

Inmiddels ben ik met de trein doorgereisd naar het oude stadje Pingyao in centraal China. Daarover meer in een volgende blog.

Griezelig voedsel in Beijing

Ik ben inmiddels ruim twee dagen in Beijing, de hoofdstad van China. Hier blijf ik in totaal vijf dagen. In een volgende blog zal ik wat meer vertellen over de dingen die hier te zien zijn, zoals de Verboden Stad en de Chinese Muur, maar in deze blog wil ik alvast iets kwijt over het voedsel in Beijing. En dan vooral het nogal griezelige voedsel dat je hier op straat kunt krijgen.

Toen ik zondagavond aankwam in Beijing ben ik wat gaan eten op de Night Market vlakbij mijn hotel. Je kunt hier alle mogelijke soorten geroosterd eten op een stokje krijgen. Gewoon lams- en kipkebab, maar ook zeester, vogelnestje, zijdeworm, slang, sprinkhaan, zeepaard of (levende) schorpioen. Ik heb het toch maar gewoon bij wat lamsspiesjes en gevulde broodjes gehouden.

Gisteren heb ik een wat prettigere culinaire ervaring gehad. Met de voormalige Haarlemse PvdA-er Wing Che (die binnenkort naar Hong Kong verhuist en nu een cursus Business Chinees volgt in Beijing) en twee vrienden van haar ben ik Beijing duck gaan eten. De eend wordt geroosterd, aan tafel in flinterdunne stukjes gesneden en vervolgens met groenten, fruit en saus in kleine pannenkoekjes gewikkeld. Erg lekker en gezellig!