Meer

Archive | augustus, 2012

Salvador: de zwarte hoofdstad van Latijns-Amerika

Rio is gaaf, maar Salvador da Bahia is een stad om verliefd op te worden. Het is de eerste koloniale hoofdstad van Brazilië en een van de oudste koloniale steden op het Amerikaanse continent, maar vooral de meest Afrikaanse stad van Latijns-Amerika. Net als Afrika is Salvador ruw, arm en niet geheel ongevaarlijk, maar de stad swingt en weet de bezoeker meteen te boeien.

Salvador ligt aan de Baia de Todos os Santos. Het oude centrum bestaat uit een boven- en benedenstad, die met elkaar verbonden zijn door stijle straatjes en de 19de eeuwse Lacerdalift. Het oude hart van de bovenstad, Pelourinho, telt tal van kleurrijke koloniale gebouwen en staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Net als de Nederlanders waren de Portugezen slavenhandelaars op grote schaal. Tussen de 16de en eind 19de eeuw zijn zo’n 3,6 miljoen slaven uit Afrika naar Brazilië verscheept, ruim 40 procent van het Amerikaanse totaal. Een groot deel daarvan was bestemd voor Salvador en omgeving. Nog altijd zijn de sporen daarvan duidelijk voelbaar, niet alleen in de bevolking die hier veel zwarter is dan elders in Brazilië, maar ook in de muziek, kunst, de Afro-Braziliaanse Candombléreligie en de vechtsport capoeira.

Nergens in Brazilië word je als reiziger zo geconfronteerd met armoede en onveiligheid als in Salvador. En toch heeft de stad een ongekende charme. Vooral op dinsdagavond weet Salvador iedere bezoeker te verleiden. Na de dinsdagmis in de voormalige slavenkerk trekken drumbands de stad in en wordt er overal muziek gemaakt en gedanst. Een bijzondere ervaring.

Deze beide kanten van Salvador zullen de reden zijn geweest dat Michael Jackson deze stad uitkoos voor de clip van ‘They don’t care about us’. In de clip treedt hij op samen met Olodum, de bekendste drumband van Salvador. De clip is grotendeels opgenomen in de straat waar mijn hostel is gelegen, middenin Pelourinho. Bekijk hieronder deze videoclip:

[embedplusvideo height="309" width="500" standard="http://www.youtube.com/v/JVkjEvkRcUw?fs=1" var="ytid=JVkjEvkRcUw&width=500&height=309&start=&stop=&rs=w&hd=0&autoplay=0&react=1&chapters=&notes=" id="ep9965" /]

Dit is mijn laatste blog vanuit Brazilië. Morgen vlieg ik via Sao Paulo terug naar Nederland, waar ik zaterdag aankom. Meer foto’s van Salvador en de rest van mijn reis kun je bekijken op mijn Twitter of Facebook.

Jericoacoara, Jeri voor intimi

Stel je voor: een dorpje bestaande uit drie zandstraten aan een groot palmenstrand. Gelegen middenin een nationaal park tussen de zandduinen. Het ligt zo afgelegen dat je vanuit de dichtstbijzijnde grote stad niet alleen zes uur in de bus moet zitten, maar daarna ook nog eens een soort mini Parijs-Dakar door de duinen moet afleggen in een speciale 4WD-bus. Er is geen massa-toerisme, alleen wat backpackers, (kite)surfers en Italianen, opmerkelijk veel Italianen. Zij delen het dorpje en het strand met de locals en een groot aantal wilde ezels. Dat is Jericoacoara, Jeri voor intimi.

Aan het einde van de middag trekken alle backpackers, (kite)surfers, Italianen, locals en een enkele ezel naar de hoogste duin naast het dorp. Van daaruit heb je een prachtig zicht op de zonsondergang boven de zee. Voor ons niet echt bijzonder, maar in Brazilië dat aan de oostkant van het Zuid-Amerikaanse continent ligt, is dit een van de enige plekken waar je de zon in zee kunt zien zakken.

De aantrekkingskracht van Jeri zijn niet alleen de zonsondergang, het mooie strand, de zandduinen en de wind die perfect is voor kite- en windsurfen, maar vooral de afgelegenheid. Het is alleen bereikbaar per strandbuggy of 4WD. De dichtstbijzijnde grote stad, de toch al niet bepaald centraal gelegen noordelijke stad Fortaleza, ligt mee
dan 300 kilometer ver weg. De andere kant op vind je tot Peru weinig anders dan zandduinen en daarna het Amazonewoud.

Hoe ben ik hier dan beland? Ook voor mij lag Jeri nou niet direct op de route, die vooral door het zuiden van Brazilië voert. Vanuit Manaus is het echter het makkelijkst om via Fortaleza te vliegen naar Salvador, mijn laatste bestemming. Dus waarom dan niet een paar dagen hier blijven om ook kennis te maken met het noorden van het land? Fortaleza zelf is echter niet echt een aantrekkelijke stad, dus besloot ik om door te reizen naar Jericoacoara, voor een paar dagen in dit erg relaxte dorpje. Een perfecte plek om bij te komen van een tocht door de jungle van de Amazone. Een keuze die veel backpackers maken na een kort of lang verblijf in de Amazone, vandaar dat op zo’n onwaarschijnlijke plek een populaire bestemming is ontstaan.

De komende dagen reis ik door naar Salvador, de laatste bestemming van mijn reis door Brazilië. Van daaruit vlieg ik via Sao Paulo eind deze week weer terug naar huis. Meer foto’s kun je weer vinden op mijn Twitter en Facebook.

Manaus en de Amazone

Er zijn van die plekken op de wereld die meteen een sfeer oproepen van avontuur. De Amazone is daar een van. Een blog over een reis door dit gebied laat zich nauwelijks schrijven zonder gebruik te maken van superlatieven. Geleerden zijn het er nog niet over eens of de Amazone of de Nijl de langste rivier ter wereld is, maar feit is dat het de waterrijkste rivier is: de Amazone bevat eenvijfde van al het zoetwater op onze planeet. En deze enorme rivier stroomt ook nog eens door het grootste tropische regenwoud ter wereld, verantwoordelijk voor een groot deel van de zuurstof en biodiversiteit op onze planeet.

De stad Manaus, de grootste stad in de Braziliaanse Amazone, ligt op de plek waar de Amazone en de Rio Negro samenkomen om een kilometers brede rivier te vormen, die vanuit hier 1500 kilometer naar zee stroomt. Bij het samenkomen van deze twee rivieren doet zich een opmerkelijk natuurfenomeen voor, bekend als de Meeting of the Waters. De donkere Rio Negro en de lichtbeige Amazone stromen kilometerslang naast elkaar, zonder te mengen. Dit komt door de verschillende zuurgraad, dichtheid en temperatuur van beide rivieren, de een afkomstig uit de Andes, de ander uit Venezuela.

Manaus zelf was korte tijd een van de rijkste steden ter wereld, tijdens de rubberhausse eind 19de eeuw. De stad had als een van de eerste steden op Aarde elektrische straatverlichting en sommige rubberboeren schijnen hun paarden champagne te drinken te hebben gegeven. In deze tijd werd ook het prachtige Teatro Amazonas gebouwd, dat middenin de stad staat. Helaas voor Manaus was de rijkdom van erg korte duur. De Britten smokkelden de zaden van de rubberboom het land uit naar Maleisië en het zo gunstige monopolie op rubber was voorbij.

Na een dag in Manaus heb ik een jungletrip van drie dagen geboekt. Deze begon met een boottocht over de Amazone en een van de zijarmen, naar een ecolodge in het bos. Van daaruit stonden verschillende wandelingen en boottochten door de jungle op het programma. Ik heb daar onder meer luiaards, apen, slangen, tarantula’s, kaaimannen, toekans en ara’s gezien. Maar het meest indrukwekkend is toch de rivier zelf. Ruim 1500 kilometer van zee varen enorme zeeschepen langs en leven dolfijnen en haaien. De ene helft van het jaar zet de rivier een groot deel van het bos onder water, de andere helft trekt hij zich terug en komt het bos droog te staan. Dit levert een bijzonder ecosysteem op, waarbij de rivier alles bepaalt.

Meer foto’s van Manaus en de Amazone kun je bekijken op mijn Twitter en Facebook.

Brasilia: de toekomst door een jaren ’50 bril

Ik heb al heel veel hoofdsteden ter wereld gezien, maar Brasilia is anders dan alle andere. Brasilia is namelijk geheel bedacht op de tekentafel. Een ambitieus en idealistisch project, bedoeld om een futuristisch en leefbaar utopia te creëren, te midden van de droogte van de Planalto, de centrale hoogvlakte van Brazilië. Het is nu vooral een intrigerend kijkje in de toekomst zoals men in de jaren ’50 wilde dat die eruit zou zien.

Brasilia is bedacht door de linkse president Juscelino Kubitschek, die in 1955 opdracht gaf tot de bouw van een nieuwe hoofdstad. Het stedenbouwkundig plan is van Lucio Costa, Oscar Niemeijer ontwierp de belangrijkste gebouwen en landschapsarchitect Burle Marx was verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Van de lucht uit gezien heeft de stad de vorm van een vliegtuig, met langs de centrale as alle belangrijke gebouwen. Alle functies zijn strikt gescheiden: er zijn aparte wijken voor wonen, werken, hotels, banken, scholen, winkels, restaurants en sport.

Hoewel Brasilia tegenwoordig geldt als een van de meest leefbare steden van Brazilië, is het voor de bezoeker toch niet echt een prettige stad. Dat komt ten eerste doordat de stad geheel is ingericht op auto’s, wandelen is nauwelijks mogelijk. Maar een veel groter gebrek is de strikte functiescheiding. Alle hotels liggen bij elkaar in de hotelwijk, maar als je buiten het hotel wilt eten moet je naar de elders gelegen restaurantwijk en voor een boodschap naar de winkelwijk. Door deze functiescheiding mist Brasilia een ziel. Er staat bijzondere architectuur, maar de stad leeft niet. Een belangrijke les ook voor mij als raadslid die zich bezighoudt met ruimtelijke ordening: strikte functiescheiding maakt een stad dood.

Meer foto’s van Brasilia kun je vinden op mijn Twitter of Facebook.

Rio: Cidade Maravilhosa?

Tot voor kort vond ik Hong Kong de mooist gelegen stad ter wereld, maar als je bovenop de Suikerbroodberg staat en uitkijkt over de stad kan er geen misverstand meer over bestaan: de absolute nummer 1 is Rio de Janeiro. Gelegen aan een baai tussen spectaculaire rotsen begroeid met tropische jungle, met daartussen enkele van de mooiste stranden ter wereld. Rio ligt fantastisch!

En Rio is zelf ook een geweldige stad, of zoals de Brazilianen zeggen een Cidade Maravilhosa. Iedereen heeft meteen een beeld bij Rio. Van het carnaval, van de stranden van Copacabana en Ipanema, van het jezusbeeld op de Corcovadoberg, van de Suikerbroodberg die in zee uitsteekt, van de beroemde cocktail caipirinha, van samba en bossa nova. Het is een stad die ik altijd al eens wilde bezoeken en het is heel bijzonder om er te zijn.

Maar helaas heeft Rio ook een schaduwkant. Er heerst ongekende sociale ongelijkheid. Zij die geld hebben leven in de Zona Sul, aan de mooie tropische stranden. Maar een groot deel van de bevolking leeft in de favela’s, de sloppenwijken tegen de heuvels aan waar drugs, geweld en criminaliteit welig tieren. Hoewel de regering er alles aan probeert te doen om Rio veiliger te maken voor het WK voetbal van 2014 en de Olympische Spelen van 2016, is het maar zeer de vraag of dat zal lukken zolang de sociale ongelijkheid zo groot blijft.

Gelukkig voelde ik mij in het grootste deel van de stad niet echt onveilig. Ik heb dan ook volop genoten van al dat moois dat Rio de bieden heeft: de uitzichten vanaf de Suikerbroodberg en de Corcovado, de stranden van Copacabana en Ipanema en de leuke wijken Santa Teresa en Lapa. Maar ook voor reizigers zou Rio pas echt een Cidade Maravilhosa zijn als er echt wat gedaan zou worden aan de sociale ongelijkheid en de problemen die dat met zich meebrengt.

Meer foto’s van Rio kun je vinden op mijn Twitter en Facebook.

Ilha Grande: een tropisch backpackersparadijs

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is Ilha Grande eigenlijk helemaal niet zo’n groot eiland. Het tropische eiland ligt voor de kust van Brazilië tussen Sao Paulo en Rio de Janeiro. Er rijden geen auto’s en het is er heerlijk relaxed. Het is vooral populair bij lokale toeristen en backpackers van over de hele wereld.

Het centrale dorpje van Ilha Grande, Abraao, bestaat slechts uit een paar zanderige straten. Daaraan liggen de meeste hostels, pousada’s, reisbureautjes en restaurants die fruitsapjes, cocktails en gegrilde vis met rijst en bonen serveren. Vanuit Abraao kun je wandelen of varen naar tientallen stranden rond het eiland, waarvan er enkelen regelmatig opduiken in lijstjes van mooiste stranden ter wereld.

Net als bij Paraty (zie een eerdere blog) gaat achter de ongereptheid van Ilha Grande een opmerkelijk verhaal schuil. De geschiedenis van het eiland was namelijk niet altijd zo paradijselijk. Eerst was het een piratennest, daarna een leprakolonie en tot enkele tientallen jaren geleden deed het eiland nog dienst als gevangenis voor de meest gewelddadige criminelen en politieke gevangenen van de militaire dictatuur. Pas toen de gevangenis midden jaren ’90 definitief werd gesloten ontdekten backpackers het door zijn geschiedenis vrijwel ongerepte eiland. En hoewel het toerisme zich sindsdien snel heeft ontwikkeld, vind je hier nog geen grote hotels, waardoor het massatoerisme voorlopig nog wegblijft.

Meer foto’s van Ilha Grande kun je vinden op mijn Twitter of Facebook.

Koloniaal Paraty: werelderfgoed dankzij de piraten

Vanuit Iguazu ben ik vrijdag doorgereisd naar Sao Paulo, één van de grootste steden van Latijns Amerika. Sao Paulo is vooral een hele grote en niet erg veilige stad, waar verder niet heel veel te beleven valt. Dus na een dag vond ik het wel weer tijd om verder te reizen. Volgende bestemming: het koloniale havenstadje Paraty aan de Atlantische Oceaan.

In de bergen van het Braziliaanse binnenland vonden de Portugezen grote hoeveelheden goud en zilver. Dit moest worden vervoerd naar het Portugese moederland en daarvoor werd de havenstad Paraty aangelegd. Jarenlang werden enorme rijkdommen door dit stadje naar Portugal vervoerd, maar dat trok al snel ook de aandacht van piraten. Steeds vaker werden schepen bij Paraty beroofd door piraten, die de buitgemaakte schatten soms echt begroeven op de tropische eilandjes voor de kust, zoals je in tekenfilms ziet. Daarom werd besloten gebruik te maken van een nieuwe veiligere haven: Rio de Janeiro. Paraty raakte snel in vergetelheid en daardoor bleef de stad vrijwel onaangetast behouden. Nu is het een uniek voorbeeld van koloniale architectuur en staat het op de Werelderfgoedlijst van Uneso. Dankzij de piraten dus.

Alle huizen in Paraty zijn wit en hebben vrolijk gekleurde vensters. De straten zijn bestraat met enorme keien, wat het lopen niet echt makkelijk maakt. Over deze keien stroomt bij vloed het zeewater de stad in, maar de wat hoger gelegen huizen blijven altijd droog. Net als veel andere koloniale steden in Brazilië zijn er in Paraty vier kerken: één voor de slaven, één voor de “vrije mulatten” (vrijgekochte kinderen van slaven en Portugezen), één voor gewone Portugezen en één voor de Portugese elite.

Inmiddels ben ik aangekomen op Ilha Grande, een prachtig tropisch eilandje voor de kust, dat vooral populair is bij backpackers. Kijk voor meer foto’s van Paraty en de eerste foto’s van Ilha Grande op mijn twitter of Facebook.

De watervallen van Iguazu

Als je de Rio de la Plata rustig langs Buenos Aires ziet stromen, is het nauwelijks voor te stellen dat één van de rivieren die deze rivier voeden zich honderden kilometers verderop met zoveel geweld naar beneden storten. Toch is dit het geval bij de watervallen van Iguazu, volgens velen de mooiste watervallen ter wereld.

Iguazu (of Iguacu in het Portugees) ligt op de grens tussen Argentinië en Brazilië. Naast deze blog had dus ook de Braziliaanse vlag kunnen staan, maar die komt komende weken nog genoeg aan bod. Ik heb vanuit het dorpje Foz do Iguacu beide kanten van de watervallen bezocht: woensdag de Braziliaanse kant en donderdag de Braziliaanse.

De watervallen van Iguazu zijn niet alleen zo spectaculair omdat er verspreid over zo’n groot gebied zoveel water naar beneden stort, maar ook omdat ze prachtig gelegen zijn middenin het regenwoud. Hier zijn ook veel dieren te zien, zoals toekans en coati’s (neusberen). Aan de Braziliaanse kant heb je een mooi overzicht over de watervallen, maar het spectaculairst is de Argentijnse kant, omdat je daar heel dichtbij de watervallen kan komen.

Bekijk hier een kort filmpje van de Garganta do Diablo, waar het meeste water omlaag stort. Meer foto’s kun je bekijken op mijn Twitter of Facebook.