Meer

De tafel van Zes: eigen visie cultuursector

Dinsdag 29 maart presenteerden de belangrijkste landelijke organisaties in de cultuursector, verenigd in de Tafel van Zes, een gemeenschappelijke visie op de hervormingen van de cultuursubsidies. In de Tafel van Zes zijn de belangrijkste betrokkenen vertegenwoordigd: werkgevers, werknemers, de cultuurfondsen en de culturele instellingen. Hoewel zij de landelijke bezuinigingen op cultuur terecht buitensporig noemen, zien zij ook wel dat veranderingen nodig zijn. Zij hebben nu samen acht uitgangspunten daarvoor geformuleerd.

Volgens de Tafel van Zes heeft de overheid een aantal rollen in het cultuurbeleid. Zij bewaakt de pluriformiteit, garandeert de toegankelijkheid van cultuur en stimuleert innovatie en ontwikkeling. Deze publieke belangen moeten veel zwaarder gaan meewegen in beslissingen over wat wel en wat niet gesubsidieerd moet worden. Het oordeel over de artistieke waarde van kunst zou niet langer de prioriteit moeten krijgen, ook de meerwaarde van een instelling ten opzichte van anderen, de partners die zij aan zich weet te binden en de mate van creativiteit en innovatie moeten prominenter in de afweging worden betrokken.

Om minder afhankelijk te worden van subsidie moeten culturele instellingen volgens de Tafel van Zes veel meer gaan samenwerken met marktpartijen, private financiers en maatschappelijke organisaties. Ook zou het aantal instellingen binnen de basisinfrastructuur verkleind moeten worden. Andere instellingen moeten op zoek naar andere manieren van financiering, zoals projectsubsidie, microkredieten en crowdfunding.

Hoewel de visie vooral betrekking heeft op de Rijksoverheid, is het natuurlijk interessant om te betrekken bij de huidige discussie in Haarlem over de bezuinigingen op lokale cultuursubsidies. Het eerste dat opvalt is dat de uitgangspunten van de Tafel van Zes (pluriformiteit, toegankelijkheid en innovatie) mooi aansluiten op de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de alternatieve voorstellen voor de bezuinigingen die wij vorige week samen met onze coalitiepartners presenteerden (zie een eerdere blog). Denk bijvoorbeeld aan laagdrempelige cultuureducatie bij het Wereldkindertheater (toegankelijkheid) of het blijven subsidiëren van moderne beeldende kunst (innovatie en pluriformiteit). Daarnaast zijn de voorstellen over de manier van subsidiëren ook zeker interessant voor Haarlem als input voor de discussies over een nieuwe cultuurnota en een nieuwe subsidiesystematiek die nog op de agenda staan.

Nog geen reacties.

Geef een reactie